IS laat tanden zien in Afghanistan

Aanslag op shi’itische minderheid Strijders van IS leken op hun retour in Afghanistan maar slaan nu hard toe. De Talibaan én de Afghaanse regering proberen hen te verdrijven

Afghaanse mannen zoeken dekking tegen een stofstorm tijdens de begrafenis van slachtoffers van de aanslag in Kabul. Massoud Hossaini/AP

„We wisten meteen dat dit niet de Talibaan konden zijn – zo stom zijn ze niet”, meldde Hashim Didari vlak na de dubbele zelfmoordaanslag van zaterdag in de Afghaanse hoofdstad Kabul. De verantwoordelijkheid voor de aanslag werd vrijwel direct opgeëist door Islamitische Staat. Twee IS-strijders met bomgordels hadden zich tussen de duizenden boze Hazara’s gemengd die demonstreerden tegen de regering van president Ashraf Ghani. Er vielen 81 doden en ruim 200 gewonden. De Hazara’s zijn overwegend sh’itisch en daarmee ketters in de ogen van IS.

Het was voor het eerst dat de Islamitische Staat een grote bomaanslag pleegde in Kabul. Eerder onthoofdden IS-strijders in het oosten van Afghanistan enkele Hazara-buspassagiers, maar dat waren speldenprikken vergeleken bij de aanslag van dit weekeinde. Blijkbaar is de strijd in Afghanistan, waar IS strijders heeft die onder haar vlag vechten, voor de beweging van belang, hoezeer ze ook onder vuur ligt in haar kerngebieden in Irak en Syrië.

Hechte bevolkingsgroep

De Hazara’s vormen een hechte bevolkingsgroep van zo’n drie miljoen op de totale Afghaanse bevolking van zo’n 34 miljoen mensen. Ze worden vanouds gediscrimineerd en hadden zwaar te lijden onder het Talibaanbewind tussen 1996 en 2001.

Didari - Hazara, 28 jaar - was op veilige afstand toen de aanslag plaatsvond. We hadden contact via een Facebook-chat – zoals vrijwel altijd na een aanslag in de geteisterde Afghaanse hoofdstad was het telefoonnetwerk overbezet, maar werkten de internetverbindingen nog. Volgens Didari is de aanslag geen teken van de kracht van IS. De aanslag vond plaats buiten het streng beveiligde centrum van Kabul, in de wijk Deh Mazang, waar het volgens hem „niet al te moeilijk” is om strijders met bomgordels te positioneren. Het zou iets anders zijn als ze net als de Talibaan met een vrachtwagen vol explosieven in het centrum hadden toegeslagen, vindt hij.

Eigenlijk weten we maar weinig over de Islamitische Staat in Afghanistan. Inmiddels, zo’n twee jaar na de eerste geruchten over IS-strijders in Afghanistan, hebben lokale journalisten en internationale onderzoekers gegevens bijeen gesprokkeld die leiden tot een redelijk betrouwbaar beeld. IS heeft waarschijnlijk tussen de 7.000 en 8.500 leden in Afghanistan, en zo’n 2.000 tot 3.000 in Pakistan. Dat zijn niet alleen strijders, maar ook ‘ondersteunende elementen’, volgens Antonio Giustozzi, een Italiaanse analist die eerder grondig onderzoek deed naar de Talibaan. Volgens sommige analisten zouden vanuit het IS-hoofdkwartier in Raqqa zo’n zeventig strijders zijn gestuurd die de kern vormen van de IS-eenheden in Afghanistan.

Afstamming van Djengis Khan

De beweging is in bloedige gevechten verwikkeld met de Talibaan, die hun eigen emiraat hebben opgericht en het kalifaat van IS niet erkennen. Ook wijzen ze de aanvallen op shi’ieten af – de sektarische haat is in Afghanistan nauwelijks ontwikkeld en het is de vraag of die kan worden aangewakkerd met aanvallen op de Hazara’s. „De Talibaan willen ons niet tegen zich hebben”, meldt Didari vanuit Kabul. De Hazara’s staan bekend als onverschrokken strijders die zich laten voorstaan op hun afstamming van de wrede veroveraar Djengis Khan. De Islamitische Staat hééft de Hazara’s al letterlijk tegen zich. Volgens Iraanse bronnen zouden zo’n 20.000 Hazara’s in Syrië in Iraanse eenheden aan de zijde van Bashar al-Assad vechten. Vorige maand berichtte The Guardian dat de Iraanse Revolutionaire Garde actief Hazara-strijders in Afghanistan ronselt. Ook dat kan een reden zijn geweest voor de IS-aanslag.

Zie ook Kijken: skiën te midden van de Talibaan, een video over de Hazara’s

De Talibaan hebben de IS-strijders weten terug te dringen tot enkele districten in de provincie Nangarhar, die grenst aan de moeilijk doordringbare Tirah Vallei in Pakistan, een bron van jihad-strijders. Ook het Afghaanse regeringsleger voerde offensieven tegen IS uit. Inmiddels echter heeft de beweging de verloren districten in Nangarhar weer grotendeels heroverd. In het westen en het zuiden waar IS eerder eveneens strijders had, lijken speciale eenheden van de Talibaan (beter bewapend en getraind dan de gewone strijders) de beweging echter zo goed als vernietigd te hebben.

Islamitische Staat mag dan onder vuur liggen in Afghanistan, volgens analist Giustozzi is de aanwezigheid van groepen strijders die de IS-vlag voeren niet alleen een grote zorg voor Afghaanse en westerse autoriteiten, „maar ook in China, Pakistan, Iran en andere landen in Centraal-Azië”.

Dat heeft te maken met de notie van ‘Khorasan’, een gebied dat voorkomt in de Koran, en dat belangrijk is voor IS’ kalifaat. Het beslaat Afghanistan en delen van Pakistan, Iran en Tadzjikistan. Ondanks herhaalde drone-aanvallen is de IS-Khorasan-leider Hafiz Saeed Khan nog altijd in leven. Hij speelt onder meer in op de huidige onrust onder goed opgeleide, gefrustreerde jongeren in het door India bestuurde deel van Kashmir. Sommige waarnemers vrezen dat IS-Khorasan daar een nieuwe rekruteringsbron kan vinden. Volgens Mosharraf Zaidi, een Pakistaanse buitenlandspecialist, kan IS op termijn ook aanslaan in Pakistan, waar het al strijders heeft. „Twee derde van onze bevolking is jonger dan 30. Veel te veel jongeren voelen zich niet betrokken bij onze economie en ons politieke systeem, en dat maakt ze vatbaar voor radicalisering.”