Hij wilde Olivia aan andere mannen laten wennen

Mensenhandel Lesbische Afrikaanse vrouwen zijn een nieuwe groep slachtoffers van mensenhandel. Hun wordt vrijheid in Europa beloofd. Maar ze worden uitgebuit.

De opvang voor slachtoffers van het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel. Foto Tammy van Nerum

Eind 2014. In een kleine, morsige slaapkamer in Amsterdam-West probeert de Oegandese Olivia (34) te slapen. In de deuropening staat de man met krulletjeshaar die haar naar Nederland haalde. „Waarom doe je niet wat ik je vraag?”, vraagt hij geërgerd. „Je hebt geen idee wat ik je kan aandoen.”

Hij had haar een veilig verblijf in Nederland beloofd, maar dwong haar tot schoonmaakwerk. Tot seks. En nu wilde hij haar slijten aan andere mannen.

Olivia vertelt wat haar anderhalf jaar geleden overkwam. Volgens hulpverleners vertegenwoordigt zij een nieuwe, kleine groep slachtoffers van mensenhandel: lesbische Afrikaanse vrouwen. Ze komen uit Oeganda, Sierra Leone, Nigeria, Guinee, Congo – landen waar homoseksualiteit verboden is. Mensenhandelaren beloven een veilige toekomst in Europa. Kosten: ongeveer tweeduizend euro, inclusief reispapieren, vlucht, huis en baan. Vorig jaar trapte een twintigtal vrouwen in de zwendel. Ze werden vervolgens uitgebuit.

Deze vrouwen wonen nu in een van de drie opvanghuizen voor buitenlandse slachtoffers van mensenhandel in Nederland. Jaarlijks vangen die 120 slachtoffers op. De meeste lesbische vrouwen hebben bij de politie aangifte gedaan van mensenhandel. Van immigratiedienst IND kregen ze een tijdelijke verblijfsvergunning voor de duur van het opsporings- en vervolgingsonderzoek. In de opvang voor mensenhandelslachtoffers in Amsterdam, bij het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel (ACM), zit Olivia. Ze verblijft er sinds vijf maanden. De Oegandese belandde hier in de prostitutie.

Verliefd

Tot haar twaalfde kende Olivia een gelukkige jeugd. „Simple, but good.” Ze groeide op in een buitenwijk van de hoofdstad Kampala met haar zus en ouders. De banden in het gezin waren hecht, zegt ze. Haar vader werkte in een koffiefabriek en haar moeder zorgde voor het huishouden. Zelf ging ze naar school.

Op haar 16de werd ze verliefd op een meisje. Samen deelden ze een stapelbed in de slaapzaal op school. Eerst begreep ze die gevoelens niet, zegt ze.

„Ik was kwaad als ze met andere meisjes praatte en werd hartstikke jaloers. Ik probeerde zoveel mogelijk bij haar in de buurt te zijn.”

Gay zijn in homofoob Oeganda, dat was moeilijk om mee te leven, zegt Olivia. Helemaal toen eind 2014 homoseksualiteit verboden werd. De maximale gevangenisstraf: levenslang. Toenmalig staatssecretaris Fred Teeven (Justitie, VVD) besloot het asielbeleid voor Oegandese homo’s te versoepelen.

Hoeveel vluchtelingen beroepen zich in Nederland op homoseksualiteit als grond voor asiel? De woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie, waar de IND onder valt, weet het niet: „We mogen niet op geaardheid registreren in verband met hun privacy.”

Het COC en de Vrije Universiteit hebben er in 2011 wel onderzoek naar gedaan. Ongeveer 4 procent van de asielverzoeken richt zich op „seksuele gerichtheid en genderidentiteit”, zegt een COC-woordvoerder.

Bezoek

Op een dag kreeg Olivia bezoek van enkele mannen. Ze hadden haar zien zoenen met een vrouw, zeiden ze, en begonnen Olivia te schoppen en te slaan. Ze vernielden haar spullen. Zakken met rijst werden opengesneden. Bij het meel werd zand gegooid. Op haar schouder zit een litteken. „Ik weet niet eens door wie en met wat ik gestoken werd. Het enige wat ik weet, is dat het heel erg pijn deed.”

Een week later werd ze gearresteerd omdat ze „homoseksualiteit had gepromoot”. Ze belandde een week in de cel en voelde zich daarna bang. Twee maanden kwam ze de deur niet uit.

Een vriendin opperde haar te vluchten. Via via kwam ze in contact met ‘Fred’, een Oegandees met veel vrienden in Europa. Hij prees Europa en wilde best helpen met het invullen van de reisformulieren.

Anita Schaaij, directeur van HVO-Querido, waar het ACM onderdeel van is, herkent de methode: „In Oeganda wordt ingespeeld op de moeilijke positie van lesbische vrouwen. Zij zijn makkelijk over te halen.” Ook Gerrian Nijhof, teamleider bij Humanitas De Lucia in Rotterdam, een opvanghuis voor slachtoffers van mensenhandel, hoort zulke verhalen vaker, zegt ze. „Zo’n mensenhandelaar maakt de vrouwen wijs dat vluchten naar Europa de enige oplossing is.” De opvang heeft afgelopen jaar twaalf lesbische vrouwen opgevangen, zegt Nijhof. „Vaak weten de vrouwen niet eens naar welk land ze reizen.”

Ook de reisbestemming van Olivia bleef lange tijd vaag. Drie keer bezocht ze de Franse ambassade voor een visum. „Fred wachtte buiten. Ik hoefde alleen zelf mijn visum op te halen.”

Op 25 november 2014 vloog Olivia met Turkish Airlines naar Madrid. Ze had nauwelijks bagage. Fred zat een paar rijen achter haar.

Twintig uur later

Hij regelt de rest, zei Fred toen het vliegtuig geland was. Hij wees naar de man met het krulletjeshaar die wachtte buiten de terminal. Zelf liep hij terug de luchthaven in. Diezelfde nacht reed het tweetal naar Nederland. Olivia: „Ik dacht dat we maar een klein stukje zouden rijden.” Twintig uur later bereikten ze Amsterdam. Paspoort, mobiele telefoon en een notitieboekje werden afgenomen. „Ik vertrouwde hem compleet. Dat was mijn grootste fout.”

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel Corinne Dettmeijer noemt vrouwen als Olivia „een extra kwetsbare groep”. Ze weet niet hoe groot het aantal homoseksuele slachtoffers van mensenhandel is. Ook de politie ontving „tot nog toe” geen signalen hierover. Een woordvoerder: „Veelal wordt eerst de uitbuiting zichtbaar en pas later, of soms helemaal niet, hoe mensen in de situatie terecht zijn gekomen.”

Olivia werd vijf weken uitgebuit, misbruikt (ze is ongewenst zwanger geworden) en seksueel geëxploiteerd, zegt ze.

Tot 4 januari 2015. Twee vrienden en een „Afrikaanse vrouw met een kort rokje” zijn dan blijven slapen. De vrouw vraagt Olivia sigaretten te halen. Ze krijgt een briefje van 20 euro. Als Olivia tien minuten later in een winkel het wisselgeld opbergt, vraagt ze zich af: wat zal er met me gebeuren als ik terugga? „Hij wilde me laten wennen aan andere mannen. Ik was bang dat hij me door zou verkopen.”

Daar kwam het niet van. Olivia ging naar het dichtstbijzijnde politiebureau. Ze deed aangifte tegen de man met de krulletjes en heeft nu een tijdelijke verblijfsvergunning. Die is geldig tot het opsporingsonderzoek is afgerond en duurt maximaal drie jaar. Binnenkort verhuist ze naar een andere opvang. Hoe haar toekomst eruit zal zien weet ze niet, zegt ze.