‘Hey Ho Baal Stro’: boerenthema’s en rock-‘n’-roll op de Zwarte Cross

Op de Zwarte Cross in Lichtenvoorde is de muziek niet meer dan een belangrijke bijzaak. Hip hoeven de artiesten niet te zijn. Coverbands staan net zo prominent op het programma als Kensington of De Staat.

Foto: ANP Kippa / Vincent Jannink

Bij de schiettent een pluchen krokodil winnen. Scheurende motoren langs zien komen op het crossterrein. Of meezingen met oude hits van Normaal, gespeeld door verschillende Achterhoekse bands. Het kan allemaal op de Zwarte Cross, waar gemoedelijkheid heerst en de sfeer doet denken aan een kruising tussen een drukbezochte dorpskermis en een popfestival waar niets hoeft en bijna alles mag.

Voor het eerst in het bestaan bereikt de Zwarte Cross bij deze twintigste editie het maximale bezoekersaantal, met 65.000 mensen op het immense veld en 220.000 verkochte kaartjes in totaal, weekendkampeerders opgeteld bij dagjesmensen. Een terrein verspreid over drie Achterhoekse dorpen werd afgezet rondom Lichtenvoorde, waar de TomTom (gebruik wordt afgeraden) je het bos in stuurt en vriendelijke vrijwilligers de weg wijzen.

Dwarse humor

De Zwarte Cross is uniek in het feit dat de muziek niet meer dan een belangrijke bijzaak is, naast de cross die kinderen van zes tot zestig over het circuit laat scheuren en die aparte ruimte biedt voor een parade van vreemde praalwagens als de achteruit rijdende Brexit-taxi en een heuvels op en af sputterende rol drop. De Zwarte Cross laat zich graag voorstaan op zijn uniciteit en ruimdenkendheid. Thema dit jaar is ‘Say Yes to Apartigheid’, waarbij ‘apartig’ goed Achterhoeks is voor bijzonder of anders dan anderen.

Er is een reggaeweide met bijzondere artiesten als Sir Brinsley Forde van Aswad, die op het laatste moment inviel voor de zieke Kenny B, en een houten kerk waar drie dagen aaneen live gospelmuziek wordt gezongen. ‘Before Singing the Church Out’ luidt de wervende spreuk bij de kerk, in de lijn van de dwarse humor die bij de Zwarte Cross op allerlei bordjes en aankondigingen te zien is. Er is een Tindervrije Zone en een ander bord belooft: ‘Genees hier van u stierlijke verveling’.

Agrarische thema’s, want de Achterhoek is trots op zijn boeren, en rock-‘n’-roll komen samen in het opschrift ‘Hey Ho Baal Stro’. De muziek hoeft niet hip te zijn. In een geschreven manifest hekelt Zwarte Cross-mascotte Tante Rikie het gebruik van Engelse woorden wanneer dat niet nodig is: hipstertaal als epic (zeg liever gewoon mooi) of weird (zeg maar apartig).

Coverbands naast Kensington en De Staat

Die doe-maar-gewoon mentaliteit vind je terug in het muziekaanbod. Coverbands met muziek van Supertramp of David Bowie staan net zo prominent op het programma als Kensington of De Staat, die allebei een grote mensenmassa op de been brachten. Typhoon zorgde op de vroege vrijdagavond voor een sensationeel festivalgevoel, met alle handen in de lucht bij zijn warme mix van rap, kaseko, reggae en dwarse Twentse chansonkunst in de bijdrage van de lokale held André Manuel.

Manuel mag zich zo langzamerhand de burgemeester van de Zwarte Cross noemen, met zijn dagelijks uitgesproken columns waarin hij de Zwarte Crossers confronteert met de hardheid van het wereldgebeuren. Nog geen tien minuten nadat hij met Typhoon op het grote podium stond, las hij alweer van zijn laptop over de aanslag in München en hoe Arjen Robben daar geen slachtoffer van kon zijn „omdat hij van tevoren al was gaan liggen”. Diezelfde avond speelde Manuel met zijn groep Fratsen en liet hij zijn gitaar jammeren alsof hij Rory Gallagher zelf was.

Engelse bands op de Zwarte Cross dienden vooral voor licht vermaak. The Darkness bracht een hilarische hardrockact waarbij zanger Justin Hawkins één-tweetjes aanging met fans in het publiek die plectrums konden winnen of liedjes mochten zingen in de microfoon. The Wombats deden waar ze goed in zijn: ironische popliedjes zingen over vrolijk dansen op de doemmuziek van Joy Division.

Noaberschap is meesterschap

Lokale, Achterhoekse bands als Bökkers en Jovink zijn op de Zwarte Cross minstens zo belangrijk. Ze symboliseren de saamhorigheid van het publiek en ze zingen veelal in hun eigen dialect over de mores die zelfs bij collectieve dronkenschap in stand worden gehouden: noaberschap is meesterschap en frikadellen en zilveruitjes helpen tegen de kater.

Goede en onderhoudende muziek was er volop. Het trio My Baby bracht voodooblues die ontsteeg aan de drie akkoorden die volgens een grappig verbodsbord het maximum vormen op het Roadhouse-podium, waar Birth Of Joy juist het meeste haalde uit die drie akkoorden in dampende jaren zeventig-orgelrock.

De Zwarte Cross spot met het cliché van domme boeren die alleen van hardrock houden, in het piepkleine zaaltje De Kast waarin homo’s en hetero’s samen dansen op discomuziek. Tante Rikie moedigt lang, kort, zwart, blank, hipster en hardrocker vanuit haar draagstoel aan om er met zijn allen het mooiste van de maken. De Zwarte Cross is, zelfs met modder aan je voeten en tropische kolder in je kop, het leukste festival van Nederland.