Wie waren de hoofdrolspelers van de Tour de France?

Ronde van Frankrijk

Zelfs Chris Froome zorgde voor spektakel en was een terechte winnaar. Maar hij was zeker niet de enige om wie het deze Tour draaide.

Mark Cavendish won deze Tour maar liefst vier etappes. Foto AP/Peter De Jong

Mark Cavendish

Pelotonvulling, die rol zou Mark Cavendish in de 103de Ronde van Frankrijk gaan vervullen. Zijn beste jaren had hij achter de rug, hij was een uitgerangeerde sprinter die het al een tijdje niet meer waarmaakte, zeker niet in de Tour de France. Vorig jaar won hij maar één etappe, de bonkige Duitser André Greipel was hem de baas. Het maakte van eilander Cavendish een getergd mens, die zich grotere doelen stelde dan ooit: hij wilde in één jaar het geel pakken in de Tour, zich plaatsen voor de Olympische Spelen van Rio de Janeiro op het baanonderdeel omnium en hij zou een gooi doen naar zijn tweede wereldtitel tijdens de WK in Qatar. Onmogelijk, zeiden velen.

Inmiddels heeft de 31-jarige Brit er al twee waargemaakt. Hij drukte meteen zijn stempel op deze Tour door de eerste etappe naar Utah Beach te winnen. Hij rekende af met de mannen die de sprintzeges zouden verdelen – Greipel, Peter Sagan, Marcel Kittel – en niet eens omdat hij de hoogste pieksnelheid kon bereiken. Hij timede zijn sprint perfect en won op wielergogme zijn eerste gele trui. En het werd mooier voor ‘Cav’. Hij was nog drie keer de beste, en kwam op dertig etappezeges in de Tour. Daarmee stak hij Bernhard Hinault voorbij op de ranglijst aller tijden. Nog vier en hij evenaart recordhouder Eddy Merckx. Nu weten we: schrijf die vinnige Cavendish nooit af.

Peter Sagan

Een welhaast ongelooflijke statistiek over de ster van het hedendaagse wielrennen: toen Peter Sagan vorige week maandag zijn derde rit deze Tour won, zijn zevende in zijn carrière, was hij van de 100 etappes die hij reed 53 keer in de top-10 geëindigd, meer dan de helft dus, geen renner die het hem nadoet. Het zegt alles over de onbedaarlijke strijdlust van de Slowaak, de wereldkampioen, winnaar van de Ronde van Vlaanderen, en inmiddels ook vijfvoudig winnaar van de groene puntentrui in de Tour de France. Nog één en hij evenaart het record van Erik Zabel.

Foto REUTERS/Juan Medina

Peter Sagan pakte de groene trui. Foto REUTERS/Juan Medina

Pas 26 is hij, maar nu al in alle toonaarden een grootheid. Niet alleen door zijn zeges, of vanwege de prijs voor de strijdlustigste renner, die hij vorig jaar misliep maar dit jaar kreeg, of omdat hij de gele trui pakte en dan weer het groen – waarover hij trouwens zei: „Als ik geel kwijtraak, heb ik altijd groen nog. En als ik die kwijtraak, heb ik de regenboogtrui nog. I don’t care.”

Sagan was ook naast zijn fiets dé renner om wie het altijd ging. Er hing een zweem van klasse om de Slowaak heen, met zijn lange lokken, zijn gouden wielerschoentjes, zijn perfect geschoren plofkuiten. Altijd die charmante lach naar het publiek, dat zich, als was hij een koning, om hem heen verdrong om een glimp van hem op te vangen. Altijd tijd voor handtekeningen voor zijn jongste fans, en altijd die stoïcijnse reacties op fantasieloze vragen van de pers, met die clowneske stem van hem. Maak je niet zo druk, zegt hij dan. „Geniet van het leven. Dat doe ik ook.”

Chris Froome

Qua persoonlijkheid Sagans tegenpool – timide, gesloten, beleefd zoals alleen een Brit dat kan zijn. Als hij tijdens een persconferentie klaar is met zijn antwoord knikt hij altijd op dezelfde nederige manier naar de vragensteller, zijn lippen op elkaar geperst. Tot uw dienst, zegt hij ermee.

Foto Stephane Mantey/AFP

Na een botsing met een motor op de Mont Ventoux besloot hij te gaan rennen. Foto Stephane Mantey/AFP

Froome was weer soeverein deze Tour. Vooraf zou het om ‘marginal gains’ gaan, voorspelde hij, en dat ging het aanvankelijk ook. De pure klimmer pakte seconden tijdwinst in een afdaling en op het vlakke met wind tegen. Juist op zijn terrein leek het mis te gaan, in de twaalfde etappe naar de Mont Ventoux. De slotklim was gehalveerd door afschrikwekkende rukwinden op de top en dat zorgde voor een opeenhoping van mensen op een strook van negen kilometer. Een motor reed zich vast en Froome viel. Zijn fiets was stuk, hij zou minuten gaan verliezen, en dus besloot de gele trui te gaan rennen. Historische beelden vlak onder Chalet Reynard, waar de finish lag. Uiteindelijk toonde de jury clementie: de gele trui zou niet van eigenaar wisselen door pech en een speling van het lot.

Froome bleef in het geel tot aan Parijs, zoals altijd gebeurde als hij eenmaal aan de leiding kwam – maar deze keer was zijn voorsprong wel heel groot, ruim vier minuten, vorig jaar maar 1 minuut en 12 seconden. De ploeg om hem heen is veel te sterk gebleken. Sky hield het tempo van het peloton in bergetappes altijd op standje tien en neutraliseerde zo aanvallen van concurrenten nog voor ze konden plaatshebben. Een verschrikking voor de wielerfan met een andere pet op dan de zwart-blauwe. „Misschien moet de UCI de ploegen kleiner maken”, dacht Froome zaterdagmiddag hardop, toen hem werd gevraagd hoe anderen zijn suprematie zouden kunnen doorbreken. „Want ik kom zeker nog een jaar of vijf, zes terug”, voorspelde hij. Daarvan drie keer winnen en hij is de beste ronderenner ooit.

Bauke Mollema

De man die als kind liever ijshockeyer dan fietser wilde worden, stond net als in 2013 tot de laatste rustdag tweede in het algemeen klassement van de Tour. Destijds werd hij ziek. Pech. Zesde, dat was het maximale. Deze keer was het anders, Mollema was volwassener geworden, wist wat er komt kijken bij zo’n klassering in de Tour. Hij bleef de nuchterheid zelve, las boeken waar anderen nagels beten, sliep als de concurrentie lag te malen over de dag van morgen. Bauke Mollema voldeed aan alle voorwaarden om in Parijs op het podium te eindigen. Toch gebeurde het niet.

Foto ANP/Bas Czerwinski

Bauke Mollema komtover de finish tijdens de negentiende etappe van de Tour de France tussen Albertville en Saint-Gervais Mont Blanc. Foto ANP/Bas Czerwinski

De scheurtjes ontstonden in de Alpen. Die rustdag bleek een probleem, net als vorig jaar. Hij verloor tijd op weg naar Finhaut-Emosson, en ook een dag later, in de klimtijdrit; hij was steeds de minste klassementsrenner maar behield zijn plek achter Froome. Maar vrijdag niet. Een stuurfout en het was gedaan met Mollema. Geen ploegmaat stond hem bij. En dus blies Mollema zich op bij een wanhopige poging zijn klassement te redden.

Hij zakte naar plaats tien, had het zelf verneukt, vond hij. Klare taal voor een Groninger die tot dan overal zijn schouders voor ophaalde. Hij had zelf ook wel gevoeld dat dit zijn grote kans was in de Tour, en toen die aan zijn neus voorbijging, knakte zelfs Mollema.

Zaterdag richtte hij zich nog één keer op: in de stromende regen fietste hij in de slotklim weg bij de concurrentie. Niemand ging achter hem aan. Het vogeltje mocht nog fladderen, en toen een stille dood sterven. Weg plek in de top-10, het maakte hem niet meer uit ook. De elfde plaats was zijn slechtste klassering in vier jaar. Komt hij nog terug als kopman in de Tour? Het valt te betwijfelen, met de komst van Alberto Contador naar Trek-Segafredo. Of hij moet verkassen.

Tom Dumoulin

Twee Tours, twee botbreuken. Tom Dumoulin en de Ronde van Frankrijk lijkt niet meteen een gelukkige combinatie. Toch won hij twee etappes, en dat gebeurde geen Nederlander meer sinds 2000, toen Erik Dekker er zelfs drie won. Zonder de druk van de gele trui, die hij vorig jaar in Utrecht met zich meezeulde, kon hij nu fladderend van hoogtepunt naar hoogtepunt: winst in de koninginnenrit, met kop en schouders boven de rest in de lange tijdrit, die verreden werd in een gelaten sfeer van rouw na de aanslag met een truck in Nice. Dumoulin was „fucking blij” op de Arcalis, en zoals het hoort ingetogen in La Caverne du Pont-d’Arc. Hij deed, kortom, alles goed.

Foto AFP/Jeff Pachoud

Tom Dumoulin schreef twee ritten op zijn naam, maar moest de Tour verlaten na een val. Foto AFP/Jeff Pachoud

Maar een val op een dag die zoveel slachtoffers eiste, de laatste vrijdag van de Tour, kon hij niet voorkomen. Was hij maar naar huis gegaan na die tweede tijdrit, die hij nipt verloor van Chris Froome. Dumoulin huilde om zijn gebroken spaakbeen, maar was ook snel weer strijdbaar: de beste specialist gaat hem proberen in Rio de Janeiro te krijgen, maar „niet voor spek en bonen.” Op Twitter kon hij alweer grappen: „Trouwens, ik moet Rio wel halen! KPN Presenteert heeft mij namelijk [voor het programma Me, Myself & Rio] gevolgd op weg. Hopelijk volgt er een happy end!”

Wout Poels

De Tour was een groot feest voor Wout Poels. Guus Meeuwis aan in de teambus, lachen met teammaat Luke Row. Alles met een grijns van oor tot oor, ook vlak na een bergetappe waarin hij met verve de gele trui van zijn kopman verdedigd heeft. Zie hem staan met zijn blauwe zonnebril, als hij een dag zin heeft in zijn ‘coole look’. „Niet mooi? Waarom niet? In de ploeg moesten ze er ook al om lachen.”

Foto Juan Medina/REUTERS

Wouter Poels helpt zijn teamgenoot Chris Froome. Foto Juan Medina/REUTERS

Een lolbroek, maar niet als het koers is. Poels staat in de race bekend als een bikkelharde – niet iemand met wie je naar de streep wil rijden. Met hetzelfde fanatisme is hij in de Tour beschermheer van Froome. Hij schikt zich in die rol, en geniet om het hardst als hij er staat „op de sleutelmomenten” – en daarin faalde hij nog niet. Froome heeft Poels nodig, zeker op de dagen dat het geel in gevaar komt, zoals vrijdag, toen de leider in de wedstrijd hard op zijn schouder viel. Een 28-jarige renner uit Blitterswijck bracht hem veilig thuis en dat was niet voor het eerst. Wordt het dan niet eens tijd voor een passende beloning, in de vorm van het kopmanschap in een grote ronde? Poels kreeg die vraag de voorbije weken dagelijks. „Zou ik leuk vinden”, zei hij zaterdag, zijn lippen blauw van de kou. „In de Giro of de Vuelta, of als tweede man in de Tour. Maar we zien wel. Ik heb de tijd.”