Dromen van de VS mag, met mate

Honkbal

De VS zijn het beloofde honkballand, maar het is er enorm moeilijk slagen. Het Nederlands team zit vol ervaringsdeskundigen.

Spelers van het Nederlands team vieren de winst in de finale. Rechtsmidden (16) korte stop Stijn van der Meer.Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP ©

Glimlachend naar weer een telefooncamera, zijn handen om een jonge fan heen, probeert Stijn van der Meer vanuit zijn mondhoek een vraag te beantwoorden. Hij breekt zijn antwoord halverwege toch maar af, eerst de kinderen even.

Van het moment dat hij van het veld stapte in het Pim Mulierstadion, nog in volledig wedstrijdtenue, wordt hij elke twee meter onderweg naar zijn familie, die buiten bij een tribune-ingang staat te wachten, staande gehouden. Handtekening op een bal, het programmaboekje, een foto. Natuurlijk, de 23-jarige Brabantse korte stop werd uitgeroepen tot man van de wedstrijd in de finale van de Honkbalweek Haarlem – 2-0 zege op Japan – maar misschien dachten ze ook wel: als hij straks groot is in de Verenigde Staten, heb ik toch maar mooi die foto.

Succes

Van der Meer is de volgende die het gaat proberen als prof in Amerika, het beloofde land voor elke honkballer met een beetje potentie. Hij trok de aandacht van Major League-clubs als speler van Lamar University in Beaumont, Texas. Vorige maand werd hij in de 34ste ronde van de jaarlijkse draft geselecteerd door de Houston Astros. Hij was daarmee de eerste speler sinds werper Mike Bolsenbroek in 2008 (Philadelphia Phillies), die via de draft bij een Amerikaans team op het hoogste niveau tekende.

Bolsenbroek, inmiddels 29 en teamgenoot in het Nederlands team, dat de afgelopen tien dagen domineerde in de tweejaarlijkse honkbalweek in Haarlem, speelt al even niet meer in de VS, maar in Duitsland. En zo zijn er meer in de Nederlandse ploeg, die geen wedstrijd verloor van Japan, Australië, Chinees Taipei en Curaçao: een schat aan ervaring opgedaan in de VS, maar op een enkeling na kwamen ze nooit op het allerhoogste niveau daar uit. Ze vertrokken langzaamaan, al dan niet gedesillusioneerd weer. Terug naar Nederland, of toch een ander honkballand van enige statuur.

Niet dat het Nederlandse team, officieel het team van het Koninkrijk der Nederlanden, geen grote Amerikaanse succesverhalen heeft. Neem Didi Gregorius, geboren Amsterdammer, jarenlang actief in de Nederlandse hoofdklasse, en nu als korte stop dagelijks belangrijk voor de New York Yankees. Of Jurickson Profar, Curaçaoënaar, die dat is bij de Texas Rangers. Of Andrelton Simmons (Los Angeles Angels) en Jonathan Schoop (Baltimore Orioles). Xander Bogaerts is bij de Boston Red Sox momenteel een van de beste slagmannen van de Major League Baseball (MLB) en speelde eerder deze maand nog tegen werper Kenley Jansen (Los Angeles Dodgers) in de prestigieuze All-Star Game. Ze zijn er in Haarlem niet, omdat ze – vanzelfsprekend – clubverplichtingen hebben. Maar tijdens de World Baseball Classic in 2017, tegenwoordig het officiële WK, staan ze waarschijnlijk wel op het veld.

Waarschuwing

Maar het zijn natuurlijk uitzonderingen. Manager Steve Janssen zei in het Haarlems Dagblad eerder deze week zich zorgen te maken over het feit dat al die jonge Nederlanders in de VS tekenen en dan uit het veld geslagen terug moeten keren. „Geen goede ontwikkeling voor het Nederlandse honkbal.”

Van der Meer zegt dat hij zijn coach goed snapt. „Het mag daar niet fout gaan, zo competitief is het. Het laagste team in de VS zou het beste team hier zijn.” Hij spreekt ook wel eens met teamgenoten bij het Nederlands team over het profbestaan daar. „Ja, ze waarschuwen me ook absoluut wel”, zegt hij. „Je zit wel bij een team daar, maar het is daar ook heel individueel, iedereen is je competitie om hogerop te komen.”

Een van de ervaren oud-Amerikagangers is eerstehonkman Yurendell de Caster, met zijn 36 jaar inmiddels een veteraan in het team. Hij speelde in 2006 kortstondig op het hoogste niveau voor de Pittsburgh Pirates, inmiddels zit hij zonder club. „Nee, ik heb niet met Stijn gepraat,” zegt hij. „Maar hij is een goede speler, hij verdedigt goed, hij slaat goed. Als je honderd procent je best doet en een beetje geluk hebt, dan kun je daar succesvol zijn.”

Zo klinkt het bijna gemakkelijk. Van der Meer weet dat het bijzonder lastig wordt voor hem, talent of niet. De Honkbalweek was voor hem in ieder geval een goede voorbereiding voor wanneer ze uit Houston bellen om hem te vertellen wat ze met hem willen doen. Of hij nog wat doet met waarschuwingen over het profbestaan daar. Hij lacht. „Natuurlijk neem ik die mee. Maar ik kan ook zelf conclusies trekken. Daar is het grote geld te verdienen, het is ieders droom om naar de VS te gaan.”