De tram

Met mijn broer stapte ik vrijdagmiddag in een overvolle tram om naar een trefbaltoernooi te gaan want hey, je bent boven de dertig, hebt geen kinderwens en moet toch wat. Tegelijkertijd sprongen er drie jongetjes naar binnen. De jongste was niet ouder dan negen, de andere twee hooguit elf.

Ze beukten iedereen, onder wie een ouder echtpaar en een meisje op krukken, aan de kant om een plekje te bemachtigen. Helaas voor hen is mijn broer een twee meter lange bokito. Hij plukte de jochies als katjes van hun stoel zodat de bejaarden en het invalide meisje konden zitten.

De jongetjes begonnen mijn broer uit te schelden. Hij vond het wel vermakelijk. Hij was ooit ook zo’n dun larfje geweest. Voor een atlasvlinder is het altijd lachen om rupsen die lopen te zwaaien met hun tepelvormige vuistjes. Kwik, Kwek en Kwak in turbomodus. Een aantal omstanders grinnikte mee. En toen werden de jongetjes eng.

De kleinste zei tegen mijn broer: ‘Wie denk je wel niet dat je bent, ik maak je af man.’ Een van de elfjarigen ging naast hem staan en zei: ‘Ik heb er geen problemen mee om voor jou de bajes in te gaan.’ Hij stak zijn rechterhand in zijn zak, alsof hij er iets uit wilde trekken. Ik voelde mijn achterhoofd in brand staan.

Toen stopte de tram. De deur klapte open, de jongetjes sprongen eruit. Eentje bleef staan voor de deuropening. Net toen de tramdeuren sloten, bespuugde hij mijn broer. Een schot dat oefening verraadde. Mijn broer lachte hem uit en kreeg als antwoord een woud aan middelvingers.

De rest van de dag spookte het voorval door mijn hoofd. Dat ze het niet erg vonden de bak in te gaan. Op hun leeftijd heet de bajes gewoon Bureau Halt, maar de ernst waarmee ze het zeiden, suggereerde dat ze uit een omgeving kwamen waar dit soort uitspraken niet ongewoon is. Waar defaitisme heerst. Alsof ze toch wel wisten dat ze vroeg of laat in Het Gevang zouden belanden. En dat ze er geen probleem mee hadden zwakkeren aan de kant te beuken.

Later die avond vertelde mijn broer het voorval aan onze vrienden. Eén zei: ‘Kutallochtonen.’ Een ander: ‘White trash.’ Een derde: ‘Vast Roma.’ De vierde: ‘Klotetokkies.’ Mijn broer had er niet bij verteld wat de herkomst van de jongetjes was. Onze toehoorders wisten dat op basis van de gebeurtenissen al.

Ik begreep opeens waardoor sommige kinderen met gemak dit soort dreigementen uiten en agressief gedrag vertonen. Waarom ze zich moeiteloos een toekomst in de gevangenis kunnen voorstellen of ze nu wit zijn of donker, autochtoon of allochtoon: ze zitten door hun herkomst al vanaf hun geboorte achter de tralies. Wij kijken toe. En wijzen af.

Ellen Deckwitz vervangt Marcel van Roosmalen, die met vakantie is.