Alcohol peuteren uit een bloem

Evolutie

Vingerdieren hebben een genmutatie waardoor ze snel alcohol afbreken. Waarom? Het zijn vooral insecteneters. Nu blijkt dat hij ook graag alcoholrijke nectar snoept.

Vingerdier Foto iStock

Ook lori’s en vingerdieren lusten best een drankje. Als deze halfapen mogen kiezen, drinken ze liever nectar met alchohol dan alcoholvrij bloemensap. Drie primatologen beschreven dit experiment woensdag in Royal Society Open Science. Hun onderzoek ondersteunt het idee dat de menselijke voorliefde voor alcohol begon met het eten van rottend fruit en het drinken van gefermenteerde nectar.

Alcohol wordt door het lichaam afgebroken met enzymen die alcoholdehydrogenasen heten. Het eerste enzym dat in aanraking komt met alcohol is ADH4. ADH4 wordt door de slokdarm en maagwand afgescheiden.

Bij de meeste apen werkt ADH4 traag. Maar in 2015 ontdekten genetici dat mensapen en mensen een mutatie dragen waardoor ADH4 veertig keer sneller alcohol omzet. Die mutatie ontstond ongeveer 10 miljoen jaar geleden. Dat sloot perfect aan bij een hypothese van bioloog Robert Dudley uit 2000, die stelt dat onze voorouders van alcohol leerden houden toen ze vaker over de bosbodem zwierven dan tussen de takken, en daar vaker overrijp fruit vonden.

Maar of chimpansees in het wild ook gefermenteerd fruit opzoeken en opeten is nooit aangetoond. En er was nog een probleem voor de rottend fruit-hypothese: het vingerdier.

Het vingerdier of de aye-aye is een mysterieus nachtdier met piekig haar en grote ogen. Op Madagascar roffelt het vingerdier met lange en gevoelige vingers op vermolmd hout. Vermoedelijk vindt het dier zo de insectenlarven die hij daarna uit het hout peutert.

Vreemd genoeg draagt het vingerdier precies dezelfde mutatie in ADH4 als mensapen. Die mutatie moet onafhankelijk van de mensapen zijn ontstaan, want als halfaap hoort het vingerdier thuis in een compleet andere tak van de primatenstamboom. Maar waarom zou een insecteneter efficiënt alcohol moeten kunnenn afbreken?

Vingerdieren vullen hun dieet aan met nectar van de reizigersboom (Ravenala madagascariensis). Met hun lange vingers peuteren ze de dikke, zoete vloeistof uit de bloemen. Het is aannemelijk dat deze nectar ook alcohol kan bevatten en dat de vingerdieren daarom baat hebben bij de mutatie in ADH4.

In een Amerikaans primatencentrum namen primatologen de proef op de som. Ze schotelden twee halfaapjes suikeroplossingen met alcohol voor, met alcoholpercentages die uiteenlopen van nul tot vijf procent. Het liefst dronken de dieren het suikerwater met vijf procent alcohol – zo sterk als bier. De vingerdieren raakten er niet aangeschoten van: het ging om glaasjes van 25 milliliter.

De primatologen stellen tevreden vast dat vingerdieren alcohol niet alleen tolereren, maar ook verkiezen boven alcoholvrije nectar. Ook een ander halfaapje in het centrum, een plompe lori uit Azië waarvan nog onbekend is of hij dezelfde mutatie heeft, dronk liever alcoholhoudende nectar. Primaten komen vaker alcohol tegen dan biologen tot nu toe vermoedden, concluderen de onderzoekers. En dan laten ze het niet staan.