Zelfs Gergjev kan geen wonderen verrichten bij jeugdorkest uit de VS

Nederland heeft nog geen genoeg van Valery Gergjev. Ook als het buiten dertig graden is en hij met een jeugdorkest optreedt, krijgt hij het Concertgebouw in Amsterdam stijf uitverkocht.

Gergjev in het Concertgebouw Foto Simon van Boxtel ©

Nederland heeft nog geen genoeg van Valery Gergjev. Ook als het buiten dertig graden is en hij met een jeugdorkest optreedt, krijgt hij het Concertgebouw in Amsterdam stijf uitverkocht. Donderdagavond leidde hij het National Youth Orchestra of the United States of America, met leden tussen de 16 en 19 jaar, die niet (voltijds) aan een conservatorium studeren. Met dat gegeven in het achterhoofd was het knap wat het orkest donderdagavond liet horen.

Het zag er allemaal vrolijk uit: niet alleen is de zaal voor de Robeco-zomerserie met kleurige verlichting gepimpt, de rode broeken en gympen van de orkestleden herinnerden eraan dat je naar een jeugdig ensemble luisterde. Sloot je je ogen bij het slot van Prokofjevs Vierde symfonie, dan vermoedde je anders: de tutti-klank was voluptueus en de onstuimigheid die jeugdorkesten vaak kenmerkt ontbrak. Opvallend was de klank van de kopersectie, die ondanks de Russisch-Amerikaanse alliantie vooral heel ‘Amerikaans’ rond en schoon was. Maar de solistische bijdragen waren van wisselend niveau en het orkest reageerde niet altijd even alert op de dirigent. Gergjevs gebaren mogen er dan wonderlijk uitzien, hij kon geen wonderen verrichten.

Naast de maestro maakte ook een andere Russische ster zijn opwachting: Denis Matsujev soleerde in Rachmaninovs Derde pianoconcert. Helaas was de pianist in zijn spierballenmodus; Matsujev speelde een beestachtige cadens, zijn Adagio miste iedere verfijning.