Ventje dat zich niet gek laat maken

InterviewJorrit Croon, hockeyer

Met zijn zeventien jaar wordt hij in Rio de jongste hockeyer ooit op de Olympische Spelen. „Ik heb een ontgroening moeten doen.”

Jorrit Croon: „Bij de eerste trainingen bij het Nederlands elftal, begin dit jaar, raakte ik geen bal.” Foto Marcus Koppen

Hij was nog niet eens geboren toen het Nederlands hockeyelftal voor het laatst wereldkampioen werd, op dat gedenkwaardige toernooi in Utrecht in 1998. Maar Jorrit Croon kent zijn klassiekers. „Teun de Nooijer”, klinkt het meteen als het gaat over de speler die destijds de winnende maakte in de finale. „Hij was de allerbeste.”

De vergelijking met zijn grote voorbeeld is snel gemaakt, bij de entree van Jorrit Croon in het internationale hockey. De begaafde aanvaller van HGC, pas 17 jaar oud, wordt volgende maand in Rio de jongste hockeyer die ooit op de Olympische Spelen uitkwam. Eerder dit jaar was hij al de jongste debutant in de geschiedenis van de nationale hockeyploeg.

Meteen scoren

Zo ging het altijd met het toptalent uit Leiderdorp: amper 16 toen hij debuteerde in de hoofdklasse, voor HGC. En meteen scoren. Als 13-jarige speelde hij al in het eerste van Alecto, zijn oorspronkelijke club. Bondscoach en dorpsgenoot Max Caldas, weet er alles van: hij stond regelmatig langs de lijn op Alecto, waar zijn neefjes ook spelen. „Ik heb hem heel vaak zien spelen”, zegt Caldas op sportcentrum Papendal, waar de selectie zich voorbereidt op de reis naar Rio. „Ik weet hoe snel hij groeit.”

Mede dankzij een fabelachtige techniek groeide Croon in korte tijd uit tot één van de beste aanvallers van de hoofdklasse. Niet zozeer het type afmaker, eerder een voorbereider. „Ik was vroeger altijd aanvallende middenvelder. Die drang naar voren heb ik altijd gehad. Ik ben nu aanvaller, maar denk nog als een middenvelder, dus ik weet als aanvaller wel zo’n beetje waar je moet staan rond de cirkel. Ik kan daar ballen aannemen, acties maken, de cirkel in, combinaties aangaan met middenvelders die opkomen. Dat is mijn spel. Ik ben geen centrumspits die aan de lopende band doelpunten maakt. Daar kun je er ook geen vijf van hebben. Je moet ook iemand hebben die de kansen creëert, die ruimte maakt.”

De jeugdspeler was in alle staten toen Caldas hem vorige maand met een heel kort telefoontje liet weten dat ze samen naar de Spelen gingen. De emoties gierden door het ouderlijk huis in Leiderdorp. „Ik kan het nog steeds niet geloven”, zegt Croon.

Verlossende telefoontje

Het is allemaal nog tamelijk nieuw voor hem. Croon speelde nooit tegen grote landen als Australië en India. Hij vliegt straks naar Rio met een handvol interlands achter zijn naam. En toch aarzelde Caldas geen seconde toen hij dat verlossende telefoontje pleegde.

Caldas: „Hij is een zeer technische speler, zijn vaardigheden op hoog niveau zijn heel solide: zijn balaannames, passes, zijn keuzes. Hij is heel creatief in het zoeken naar oplossingen. Dat is leuk om te hebben, als extra. En voor een jong ventje is hij heel erg rustig in zijn hoofd. Hij maakt zichzelf niet gek met hoge verwachtingen. Hij is gewoon zichzelf, en dat wordt door iedereen gewaardeerd.”

Dat gaf misschien wel de doorslag voor de geboren Argentijn. Ja, de hele Nederlandse hockeywereld wist al lang dat Croon een geweldig talent is, maar hoe houdt zo’n jonge speler zich staande op het hoogste niveau? Groeit hij mee of valt hij terug? „Ik pas me snel aan”, zegt hij zelf. „Ik was altijd al de jongste. Je wordt fysiek uitgedaagd, maar blijkbaar ben ik goed genoeg om dat te kunnen. Ik maak me daar ook helemaal niet druk om. Niet dat ik nooit twijfel. Bij de eerste trainingen bij het Nederlands elftal, begin dit jaar, raakte ik geen bal. Ik dacht: wat doe ik hier eigenlijk? Maar daarna ging het langzaam steeds beter.”

Het waren interessante maanden voor Caldas en zijn technische staf. De grote vraag was: hoe ver kan Jorrit Croon tot aan de Spelen, en in Rio zelf, doorgroeien. Caldas: „Daar moet je niet op gokken, maar wij zagen dat bij Jorrit. Je zag het op zondagen, tegen de grote clubs. Hij ging bijna ongetraind de play-offs in met HGC, maar werd de belangrijkste speler. Op die leeftijd. En als je hoort hoe de grote jongens over hem praten, dan merk je dat er in de groep heel veel respect is voor zo’n ventje.”

Caldas vindt het kenmerkend voor de ontwikkeling die zijn selectie op dat gebied heeft doorgemaakt. Medespelers bewust klein houden is er niet meer bij, merkt ook Croon. „Deze groep is superleuk. Ze hebben me met open armen ontvangen. Natuurlijk zijn ze kritisch. Ik heb een ontgroening moeten doen, maar dat viel allemaal erg mee. Ik mag daar niet over vertellen. Maar de groep is anders dan een jaar of acht geleden, als ik de verhalen mag geloven.”

Croon: „Het groepsgevoel is echt gegroeid, het gevoel dat je elkaar nodig hebt. Niemand voelt zich beter dan de ander. Het is heel belangrijk dat we in Rio als groep opereren. Dat is een heel mooi proces om mee te maken. Van 26 individualisten die een plekje in Rio willen veroveren naar één groep van zestien man die een resultaat wil neerzetten.”