‘Trump is niet zomaar een boze droom’

Rick Perlstein De historicus volgde van dichtbij alle ontwikkelingen op de Republikeinse Conventie. „Conflicten over de ideologische koers heb ik nauwelijks gezien.”

Foto REUTERS/Rick Wilking

Op de derde verdieping van de Quicken Loans Arena in Cleveland heeft Rick Perlstein een tafeltje gehuurd. Vanaf die plek kijkt de historicus de hele week naar de Republikeinse Conventie. Hij filmt wat hij ziet, en maakt aantekeningen. Het kan de chroniqueur van Amerika’s conservatisme nauwelijks boeien. Hij noteert: ‘Bored.’ Verveeld.

Conventies, zegt Rick Perlstein (1969), zijn momenten waarop partijen hun ideologische koers bepalen en waar conflicten over die koers worden uitgevochten. „Die heb ik tijdens deze conventie nauwelijks gezien. De hele partij heeft zich uitgeleverd aan Donald Trump. Misschien is het genre wel versleten. Vroeger was het spannend wie aan het einde van een conventie de winnaar is. Sinds de jaren tachtig is het een tv-show.”

Ook deze keer, zegt Perlstein, concentreerden de pers, het tv-publiek en de aanwezigen in Cleveland zich op de theatrale kant. „Zoals die plagiaatkwestie van Melania Trump, die alle aandacht opslokte. Dat is de oppervlakkige gekte die bijna altijd bij conventies hoort, nu alleen wat meer dan anders.”

Zonder dat er verder een haan naar kraaide zag Rick Perlstein hoe de Republikeinse Partij oeroude ideeën over bijvoorbeeld de economie impulsief aan de kant zette voor hun nieuwe kandidaat. Hoe de NAVO min of meer opgedoekt werd. „Als je een politiek analist van Mars eens in de vier jaar naar de Republikeinse Conventie haalt, zou hij nauwelijks inhoudelijk verschil met vier jaar geleden zien, alleen meer spektakel. Dat komt omdat al die enorme veranderingen zijn doorgevoerd buiten het oog van de camera’s. Ik heb er niet één gedelegeerde over gehoord.”

Rick Perlstein schreef drie boeken over dramatische momenten die het Republikeinse denken tot vandaag hebben beïnvloed. En conventies spelen altijd een grote rol in zijn boeken, daarom is hij nu in Cleveland.

De opkomst van de populist Barry Goldwater in 1964 maakte een einde aan het idee dat politici naar consensus moeten streven. Richard Nixon introduceerde in 1969 de ‘zwijgende meerderheid’, die naar orde snakt. En dan was er Ronald Reagan, die in 1976 een vergeefse couppoging deed op de conventie, en vier jaar later alsnog slaagde. Hij gebruikte angst als wapen, en verpakte die in optimistische beeldspraak.

U beschrijft in uw boeken een langzaam proces in de partij van polarisatie, naar populisme, naar het bewust voeden van angst. Is Trump het logische gevolg van die traditie?

„Ten dele. Hij heeft voor deze conventie duidelijk naar Richard Nixon gekeken. Trump concentreert zich nu ook op veiligheid, en noemt zichzelf de ‘Law and order’-kandidaat. Trump spreekt, zegt hij, namens mensen die zich niet gehoord voelen. Maar hij heeft Nixon nog niet eens half begrepen. Nixon begreep het politieke proces goed, en wilde een goede bestuurder zijn. Daarbij was Nixon een meester van de dog whistle, de suggestie. Zeker als hij onderhuids racisme aansprak. Trump gebruikt een megafoon. Daarbij: de gekte en het duistere wereldbeeld van Trump bezat Nixon niet.”

Net als Ronald Reagan gebruikt Trump pessimisme als politiek wapen. Perlstein beschrijft in zijn boek The Invisible Bridge (2014) hoe effectief dat kan zijn. Reagan gebruikte irreële angsten om een utopisch toekomstperspectief te bieden. Hij zei eens: „Als de mensen geloven dat ergens een denkbeeldige rivier is, dan zeg je niet dat die rivier niet bestaat. Dan bouw je een denkbeeldige brug over de denkbeeldige rivier.”

Trump gebruikt angst en pessimisme ook, zegt Rick Perlstein. „Net als Reagan destijds is Trump een begaafd verhalenverteller, die mensen weet te raken.” Niet geheel toevallig heeft Trump Reagans slogan ‘Make America Great Again’ overgenomen.

Maar bij Trump ontbreekt het aan een denkbeeldige brug. Er is geen toekomstperspectief. „Het merendeel van wat hij zegt, gaat bovendien lijnrecht in tegen wat Reagan vond. Trump is sceptisch over internationale samenwerking, en de NAVO. Reagan was een voorvechter van de vrije markt, Trump gelooft in protectionisme.”

Veel conservatieve Republikeinen hebben niets met Trump. Zag u een ideologische strijd op de conventie?

„Opvallend weinig. Je zag vooral dat de partij een echte machtsmachine is geworden. Marco Rubio, Chris Christie en andere rivalen knielden nederig voor Trump. De meeste echte conservatieven zijn, ondanks hun aanvankelijke weerzin, ook naar Trump opgeschoven. Onder evangelische kiezers heeft Trump al veel steun. Ze willen winnen, desnoods met Trump.”

Behalve senator Ted Cruz, die weigerde Trump te steunen.

„Hij was de uitzondering. Cruz is duidelijk geïnspireerd door Ronald Reagan in 1976. Die stond op tegen kandidaat en toenmalig president Gerald Ford. Reagan maakte van dat verzet een conservatieve beweging, die hem vier jaar later het Witte Huis bezorgde. Cruz wil de erfgenaam van Reagan zijn.”

Slaagde hij daarin?

„Zijn verhaal op de conventie was Reagan-achtig, in veel opzichten. Hij pleitte voor een koersvast conservatisme, en maakte daarin een duidelijk onderscheid met Donald Trump. Maar zijn betoog verloor aan kracht toen hij een dag later zei dat het allemaal persoonlijk was. Trump had zijn vrouw beledigd, en zijn vader met de moord op Kennedy in verband gebracht. Er zijn grote verschillen tussen hem en Trump, met name op het gebied van sociale kwesties en vrijhandel, maar dat kwam niet uit de verf. Wat bleef hangen, was het gevoel dat hij wilde afrekenen met een rivaal.”

Was het massale boegeroep de breuk met het conservatisme, en de omarming van het trumpisme?

„Het interessante was waaróm de mensen Cruz begonnen uit te jouwen. Dat was niet om wat hij zei. Hij had driekwart van zijn toespraak de zaal helemaal plat. Het ging de conventiegangers puur om het uitblijven van een steunbetuiging. Opnieuw: deze conventie draaide vooral om machtspolitiek, niet om ideologie.”

Hoe vond u dat Trump deze week met meningsverschillen in zijn partij omging?

„Hij beschouwt politiek als iets tribaals. Je hoort bij de groep, dan doe je mee. Zo niet, dan moet je wegwezen. Het interessante is dat hij zo dankbaar lijkt met de steun van evangelische Republikeinen. Hij weet dat bijvoorbeeld Gerald Ford het moeilijk had, omdat die groep hem wantrouwde.”

Hoe definieert u Trumps ideologie?

„Het trumpisme dat hij ook deze week weer liet zien, is vooral geïnspireerd door het rauwe Europese populisme. Trump gelooft in een overheid die voor burgers zorgt, en royaal ook. De vraag is alleen: voor wie? Trumpisme is etnocentrisch, en gaat uit van de waarden van een deel van de bevolking: de witte midden- en onderklasse. Raciaal ressentiment is meer dan ooit aan de oppervlakte gekomen. Doordat Amerika verandert en diverser wordt, staat hun wereld op instorten, is Trumps boodschap.”

Hoe kan het dat hij de partij op een conventie zonder slag of stoot over kan nemen, terwijl veel ideeën ingaan tegen decennia conservatief denken?

De partijelite heeft zich, vermoedelijk om tactische redenen, uitgeleverd aan Trump. In het partijprogramma waarover deze week gestemd is, is een passage opgenomen waarin ‘America first’ de leidraad is op economisch terrein. Dat is een radicale breuk met jaren van pro-vrijhandelretoriek. Maar Trump vond het weer prima dat in het programma staat dat pornografie een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid is.”

Hoe zal de partij veranderd zijn, mocht Trump in november de verkiezingen verliezen? Wordt alles weer bij het oude?

„Het verhaal zal zijn dat Trump een boze droom was, die snel vergeten moet worden. Maar het is zeer de vraag of dat zo is. Het etnisch ressentiment dat ik deze dagen in Cleveland heb gezien, is tot diep in de partij doorgedrongen. Het is veel meer dan vroeger, en veel explicieter. Die verandering kan blijvend zijn.”