Tom Dumoulin huilt in Frankrijk. Kan hij nog wel naar de Spelen?

Tour de France Door een polsbreuk na een val is deelname van Dumoulin aan Spelen in Rio onzeker. Ook voor Mollema was vrijdag geen goede dag in de Tour: hij verspeelde zijn podiumplek.

Dumoulin na zijn val in de Touretappe van vrijdag. Stephane Mantey / AFP

Fladderend naar de Tour, even zoeken naar de vorm, die vinden, twee etappezeges binnenhalen, bijna een derde zelfs, en dan, als de buit al ruimschoots binnen is en het vizier op Rio de Janeiro gericht kan worden, met 70 kilometer per uur tegen het asfalt klappen en huilen van pijn en pure misère.

Donderdag werd Dumoulin er nog naar gevraagd, vlak na zijn klimtijdrit, net niet genoeg voor de dagzege omdat Chris Froome beter was. Zou je niet lekker naar huis gaan Tom, en je in de kalmte van het Limburgse heuvelland voorbereiden op wat al twee jaar lang je grootste doel is, namelijk olympisch tijdritkampioen worden in Rio de Janeiro? Het is al over een dag of twintig, je behoort tot de favorieten bovendien.

„Nee”, zei Dumoulin, „want dan ga ik thuis eerst een beetje herstellen en dan moet ik toch weer gaan trainen. En dat kan ik ook doen in de laatste dagen van de Tour.”

Voor de Tour had hij al gezegd goed te reageren op drie weken koers. Het idee was om het lijf met een drieweekse inspanning uit te lokken tot supercompensatie – een term uit de trainingsleer die, toegepast op Dumoulin, in Rio tot absolute topvorm moest leiden.

Overigens was het een slechte dag voor het Nederlandse wielrennen, want ook klassementsman Bauke Mollema viel, hij verloor minuten en in het algemeen klassement duikelde hij van plek twee naar tien.

Dumoulin klonk zoals zo vaak berekenend en de journalisten spraken hem ook niet tegen. Als iemand weet wat hij doet, dan Tom Dumoulin. Maar ook hij bleek geen wapen tegen pech te hebben.

Het peloton reed vrijdagmiddag in een lint, het ging hard, en toen een renner vlak voor de Limburger uit balans raakte, kon hij niet op tijd uitwijken. Met man en macht probeerde hij zijn fiets recht te houden, hij zwiepte en trok aan het frame, maar uiteindelijk moest hij de klap op het asfalt met zijn armen opvangen. Opstaan en weer doorgaan ging razendsnel, het is de modus operandi van iedere renner om de strijd snel te hervatten, maar zijn linkerarm hing er slapjes bij. De geknakte renner voelde meteen dat het mis was en barstte in tranen uit. De koersradio meldde: ‘Dumoulin, abandon’.

Een ploegleiderswagen van Giant-Alpecin bracht hem onderaan finishplaats Saint-Gervais Mont Blanc, waar pal naast het perscentrum een mobiel hospitaal stond – ‘Médical Mobile’ stond er op een vrachtwagen, en ook ‘Radiologie, Echographie’. Daniel Navarro werd er eerst naar binnen geholpen, zijn arm in een mitella, zijn benen geschaafd. Dumoulin kon op eigen kracht naar binnen, maar in zijn ogen was de desillusie zichtbaar. De negentiende etappe van de Tour was een slagveld geworden.

Een eerste röntgenfoto van Dumoulins arm wees een breuk uit in het linkerspaakbeen, het bot naast de ellenpijp. „Daar staat 44 dagen hersteltijd voor”, zei ploegarts Stephan Jacolino, terwijl Dumoulin naar een ziekenhuis in Sallanches werd gereden voor een uitgebreide CT-scan. „Dat is in elk geval twee weken gips”, sprak de arts. „Maar het kan zijn dat het om een gunstige breuk gaat. Als we zijn arm kunnen fixeren, zou hij naar Rio kunnen.”

De scan in het Centre Hospitalier Intercommunal des Hopitaux de Mont-Blanc bevestigde het beeld. „Een mooie breuk”, zei Dumoulin zelf – zijn haar in de war, zijn ogen dof. „Alleen zit er nu gips omheen. Met gips kan ik niet fietsen. En ik ga niet naar Rio voor spek en bonen.”