Tenoren

De Tour 2016 heeft Nederland weer op de kaart gezet als wielernatie. Bauke Mollema, Tom Dumoulin, Wout Poels en zelfs Stef Clement zijn met panache uit de anonimiteit getreden. Lotto-Jumbo stelde als ploeg teleur. De erfgenaam van Rabobank blijft een rommeltje.

Drie Nederlanders excelleerden in hun specialiteit. De onfortuinlijke Tom Dumoulin imponeerde nog meer als esthetische ervaring dan als winnaar van twee etappes. Zijn tijdrit was van een verbluffende schoonheid. Hier zat geen stoemper, maar een aristocraat op de fiets. Gestold tot standbeeld. Ik vergelijk hem graag met Miguel Indurain - die rug waarin niets beweegt, stilgelegde tijd met alleen nog een waarom.

Dumoulin heeft het Nederlandse cyclisme een Mondriaanachtig cachet gegeven dat ver boven het lompe geweld van sprinters en stoempers uitstijgt. Tom is norm geworden. Dat hij in de klimtijdrit nipt van Chris Froome verloor, had geen enkel effect op zijn blazoen. Zijn val en opgave daarentegen beroerde iedereen. Vooral met het oog op de tijdrit in Rio – zijn jongensdroom.

Bauke Mollema was de tweede Nederlander die een visitekaartje afleverde. In authenticiteit was hij het hele peloton de baas. Groninger in Frankrijk, tot de dood. Dagenlang tweede in het klassement en nog steeds zonder zelfjubel. Onverminderd de renner bij wie trots en vreugde naar binnen slaat. Juichen en sourdine. Heel even waagde hij zich aan een retorisch experiment: hij zou Chris Froome aanvallen waar het kan. Het was de eerste keer in zijn leven dat hij tot een offensieve uitspraak kwam. Ik geloofde hem ter plekke. Bauke blaakte van zelfvertrouwen, ging met gekroonde klimmers mee de cols over, straalde onversneden sereniteit van een vervuld leven.

Het mocht niet zijn.

In de negentiende etappe naar Saint-Gervais kreeg hij pech. Met minuten teruggeslagen op zijn concurrenten. Weg podium, teruggezet naar plaats tien. Hij perste er nog alles uit, maar het verval was niet meer in te halen. Bauke zal ook nu rustig blijven in de schielijke misère. Tot larmoyant zelfbeklag komt het niet. Ook dat is een norm, aanzetje tot cultuur zelfs. Mollema is een modernist die niet in de voetsporen treedt van het emotionele cyclisme uit de vorige eeuw. Hij zal wel weer troost vinden in een nieuw boek. En in het respect dat hij in deze Tour bij alle kampioenen heeft verworven. Mollema leeft niet voor een podium. De sportieve prestatie an sich is belangrijker.

En natuurlijk was er ook nog Wout Poels. De superknecht van Chris Froome die ooit uit zijn ondergeschiktheid moet verlost worden. Hoe kan het dat de winnaar van Luik-Bastenaken-Luik vrede heeft met beulswerk in de bergen voor een snoeshanige kopman? Het was bijna obsceen om te zien hoe Poels de geletruidrager overvleugelde in het zware klimwerk. Feodale machtsverhoudingen.

Ik geef graag toe dat Froome zich in deze Tour als een completere renner heeft getoond. Zijn Tourzege is niet gestolen. Maar hij blijft als charismatische norm een fietsende landloper. Je kan hem respecteren, maar niet omhelzen. Voor het laatste zit trouwens te weinig vlees aan zijn gebeente.

Ik wil een actie beginnen: Wout Poels als kopman. Al was het maar om de Limburger wakker te schudden uit zijn majestatische coma van talent. Vergeefse moeite, allicht. Zelfs Rowwen Hèze zal hem niet kunnen vullen met victoriegezangen en jubelend zelfvertrouwen. Het knechten van Poels voor Froome heeft de tristesse van een afgewezen minnaar. Laten we gauw een nieuwe vrouw voor hem zoeken.

Stef Clement, tenslotte. Steengoed renner die zijn geluk in buitenlandse ploegen beproeft. Een mooiere cowboy kan Roompot niet sieren.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.