‘Take back control’ is niet per se irrationeel

Donald Trump weer een stap dichter bij het Witte Huis, de Britse keuze voor Brexit – het is verleidelijk deze verschijnselen te verklaren vanuit de leugens, propaganda en haat die de winnende campagnes voortstuwden in een nieuw tijdperk van fact free politics. Deze analyse mag deels juist zijn, maar verlamt de tegenbeweging; ze leidt tot morele superioriteit en een geloof dat communicatie de sleutel is. Dit is te makkelijk. Met leugens en propaganda à la Farage kun je misschien een kwart van de kiezers overhalen tegen hun eigenbelang te stemmen, maar geen 52 procent (zoals in het Britse referendum). Het is verstandiger ervan uit te gaan dat Amerikaanse Trump-stemmers en Britse Leave-kiezers niet allemaal gek zijn geworden en behalve opgehitste angsten ook reële ervaringen meewegen. Hun keuzes verraden – een analyse die uiteraard wordt gemaakt – onvrede in onze samenlevingen met de globaliseringslogica van open markten en open grenzen. Links richt het verzet tegen vrijhandel en economische interdependentie (TTIP, de euro); rechts vooral tegen immigratie (Mexicanen, moslims of Roemenen); het zijn keerzijden van dezelfde medaille. Overwegingen van soevereiniteit en identiteit – zoals in de Brexit-slogan ‘Take back control’ – winnen het van een paar procent hoger nationaal bruto product. Zulke motieven zijn niet per se irrationeel. Met die erkenning begint het nadenken over een politieke respons.

Toch verkeren Europese kringen vier weken na het referendum nog in een staat halverwege ontkenning en radeloosheid. Niet vreemd. Dat identiteitspolitieke motieven het economisch eigenbelang kunnen overtroeven druist in tegen de Brusselse doctrine. Brexit was onbestaanbaar. Vanaf 1950 is de integratie gebouwd op de notie dat economische vervlechting leidt tot dankbare volkeren. Een geloof in eenrichtingsverkeer hoorde erbij: er kunnen enkel landen of beleidsterreinen bijkomen, niet erafgaan (‘ever closer union’). Het referendum logenstraft deze dogma’s. Die klap moet verwerkt, maar veel tijd is er niet. De kiezers deden het ondenkbare en kunnen dat opnieuw doen. Van alle aankomende Europese verkiezingen – met referenda in Hongarije en Italië en onze verkiezingen in maart op ieders radar – zijn de Franse presidentsverkiezingen van april–mei 2017 het belangrijkst. Het land is groot en verkeert na ‘Nice’ opnieuw in schok. Frankrijk is de volgende frontlijnstaat in de strijd tussen het nationalistisch-populisme van rechter- en linkerflank en een breed centrum dat inzet op Europese en internationale samenwerking. In het VK verloor het centrum de slag, in Frankrijk moet hij worden gewonnen.

De Franse onvrede jegens Brussel is samengebald in het beeld van de EU als ‘het Trojaanse paard van de globalisering’. De EU produceert vrijheid en kansen en wordt omarmd door wie er economisch voordeel uit halen en beweging en openheid hoogschatten. Daarentegen wordt ze gewantrouwd door degenen die er een verstoring van de orde of buitenlandse concurrentie in zien. Deze kloof onderscheidt niet ‘elite’ tegen ‘volk’ maar snijdt onze samenlevingen in tweeën; zie de Brexit-stemming (48/52). De ernstigste fout die de EU kan maken is enkel doorgaan met het bedienen van de 50% die blij wordt van vrijheid en openheid. Nee, ook die andere 50% moet worden bediend en overtuigd. Dit betekent dat Europa moet beschermen (buitengrenzen bijvoorbeeld) alsook bestaande stelsels van bescherming (de welvaartsstaten) moet ontzien. Dit vraagt een beter evenwicht tussen vrijheid en orde. Als het uitmondt in een strijd van ‘kosmopolieten’ tegen ‘nationalisten’ weet ik wel wie er wint.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof in Brussel. Deze column is wekelijks.