Poetin en Erdogan: Lees Claude Lefort

Franse denker

De ontwikkelingen in Turkije zouden een kolfje naar de hand zijn van Claude Lefort. Hij beargumenteerde in zijn werk waarom een democratie niet zonder rechtsstaat kan.

‘Democratie gered, rechtsstaat niet’, kopte NRC Handelsblad daags na de mislukte coup in Turkije en de daaropvolgende reactie van president Erdogan. De recente ontwikkelingen in Turkije zouden een kolfje naar de hand zijn geweest van de Franse politiek filosoof Claude Lefort (1924-2010). Onlangs verscheen in vertaling de bundel Wat is politiek?, waarin zijn opstellen over politiek, democratie en totalitarisme zijn opgenomen. Een boek waar Erdogan nog wat van kan leren, want als er iets is dat Lefort aan- toont dan is het waarom een democratie niet zonder rechtsstaat kan.

Voor Lefort ontstaat de moderne democratie na de Franse Revolutie. Die ziet hij als breuk met de monarchie, waarin de macht vanzelfsprekend en theologisch gelegitimeerd in handen van de vorst was. Democratie, de macht bij het volk, betekent daarom allereerst dat macht niet meer absoluut legitiem is, maar onderworpen aan de instemming van het volk. Om er echter voor te zorgen dat de macht bij het hele volk blijft, moet voorkomen worden dat een deel van het volk van het uitoefenen en legitimeren van de macht wordt uitgesloten. Ieders democratische zeggenschap moet blijvend vastgelegd worden, en dat gebeurt in het vestigen van een rechtsstaat waarin fundamentele politieke vrijheden in acht genomen worden. Kortom: de macht moet gebonden worden aan het recht; ook de ‘democratische’ macht van de meerderheid.

Vrijheidsrechten

Lefort wijst daarom op het belang van de ‘Verklaring van de rechten van de mens en van de burger’ tijdens de Revolutie. Niet alleen op grond van hun inhoud, maar vooral op grond van de praktijk: allerlei verboden uit de monarchie worden opgeheven; ervoor in de plaats komen vrijheden van beweging, vergadering en meningsuiting, die ieder lid van de natie gelijkelijk in staat stellen zich met het landsbestuur te bemoeien. Zonder verankerde vrijheidsrechten is er geen oppositie, geen verdeeldheid, en is politiek onmogelijk.

Met de Revolutie ontstaan democratie en moderne politiek niet van de ene op andere dag. Eerst volgt de Terreur en daarna het bewind van Napoleon. Maar voor Lefort wordt daarmee alleen maar duidelijker dat wie uit is op eenheid en daarvoor zijn macht inzet tegen verdeeldheid, de democratie om zeep helpt.

In contrast met de democratie analyseert hij hoe een totalitaire samenleving functioneert: daarin worden staatsmacht en politieke macht met elkaar vermengd. De staatsmacht moet symbolisch opgevat worden, gericht op het voortbestaan van de staat als democratische rechtsstaat met zijn instituties, met inachtneming van de scheiding der machten en andere rechtsstatelijke principes. De politieke macht is de macht van regering en parlement om te besturen, beleid te maken, concrete problemen op te lossen en bepaalde idealen te verwezenlijken. Als er door machthebbers een politieke en maatschappelijke ideologie boven de principes van de rechtsstaat wordt gesteld, als verdeeldheid moet wijken voor eenheid, gaat het mis. Andere kenmerken van een totalitaire samenleving: de oppositie wordt tot verraders en staatsvijanden bestempeld; de leider (of de partij) geldt als belichaming van de volkswil, die daarmee verabsoluteerd wordt.

Niet alleen de Turkse gebeurtenissen hebben baat bij de inzichten van Lefort. Evengoed kan de vraag gesteld worden hoe referenda zich tot de vertegenwoordigende democratie verhouden. Of: hoe soeverein is de natiestaat in de EU en in een globaliserende wereld? Welke betekenis heeft het internationale recht? Leforts essays hebben veel te bieden.

Bij vlagen zijn die essays abstract en ontbreekt het aan voorbeelden die de auteur misschien wel voor ogen had. Maar naarmate je er meer van leest, groeit je begrip. Wie moeite doet, wordt aan het denken gezet en dat maakt dit boek tot fascinerende lectuur. Hopelijk wordt er na Lefort ook meer vertaald van zijn ‘leerlingen’, zoals Marcel Gauchet, Pierre Manent en Pierre Rosanvallon. Voor het politieke denken is dat, gegeven de actualiteit, meer dan welkom.