Op bezoek bij de Syrische buren

Ria haalt haar telefoon tevoorschijn en zegt: „Zullen we even opzoeken wat goedendag in het Arabisch is?” Ze tikt op het luidsprekertje van de vertaalapp en we oefenen een paar minuten op wat in onze oren klinkt als joowmá zjamilin. Dan pakken we de tuinplantjes die we hebben gekocht en lopen naar het huis van haar nieuwe buren.

Eerder heeft ze me verteld dat ze over haar hele lijf begon te beven toen ze hoorde dat er Syrische vluchtelingen naast haar zouden komen wonen. Maar het bleken – haar woorden – keurige mensen te zijn en vorige week heeft haar man er de oude luxaflex van zolder opgehangen, want ze hadden geen gordijnen. Een moeder, een volwassen zoon, een neefje van twaalf. Dat neefje doet de voordeur open en zegt in bijna accentloos Nederlands: „Goedendag, komt u binnen, gaat u zitten.”

Een kunststoffen bankstel, een eettafel zonder stoelen, een antieke televisie, allemaal van de Kringloop. Aan de wand een reproductie van Van Goghs zonnebloemen. In de vensterbank een rij poppetjes in Oud-Hollandse klederdracht. „Mooi”, zegt Ria tegen de buurvrouw. De buurvrouw knikt en lacht. Ze heeft koffie gezet en is naast haar zoon gaan zitten. Die vertelt, in gebroken Engels, dat ze uit Aleppo komen en dat hij daar leraar Arabisch was.

„Nice”, zegt Ria. „My daughter is also a teacher, but eh... van eh...” Ria is op haar veertiende van school gegaan en weet niet zo snel hoe je ‘moeilijk opvoedbare kinderen’ in het Engels zegt. Ze kijkt naar het neefje en probeert het met ‘ADHD’, maar daar heeft hij nog nooit van gehoord. Hij kent wel heel veel andere woorden, zegt hij, en hij begint ze op te noemen. Huiskamer, vloer, muren, keuken, straat, auto... Zijn oom knikt en Ria vraagt: „Ken je ook het woord water?”

‘Water”, zegt het neefje en hij doet alsof hij drinkt.„Water”, herhaalt Ria en ze wijst naar de voortuin. Die ligt er na een paar dagen zomerse warmte kurkdroog bij. De bladeren van de pas geplante geraniums en begonia’s, en ook die van de uien en de prei, hangen slap naar beneden. „Jullie moeten...” Ze doet alsof ze sproeit.

„Yes”, zegt de buurman en hij wenkt ons mee naar de schuur. Hij wijst naar de waterleiding zonder kraan en vraagt wat een ‘crane’ in het Nederlands is. „Kraan”, zegt Ria. „Kraan”, herhaalt de buurman. En dan, in voorzichtig Nederlands: „Ik ga naar de Action en ik koop een kraan.”

„Rinus”, roept Ria als we weer naar haar huis gaan. „Rinus, hebben wij nog ergens een kraan liggen?” Ze rommelt in de la waarin ze het geld van haar verjaardag bewaart en zegt: „We kunnen anders ook wel een tuinslang voor ze kopen.”

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt deze weken Jutta Chorus.