Revolutie: in korstmossen leven algen met twéé schimmelsoorten samen

Symbiose

Iedereen die op school biologie had weet: een korstmos is een symbiose tussen twee organismen. Fout: het zijn er drie.

Bob Foto Danley

Het staat in alle biologieboeken: korstmossen zijn een twee-eenheid, een huwelijk tussen een schimmel en alg. De korstmos is hét schoolvoorbeeld van een symbiose in de biologie. De schimmel zorgt voor voortplanting, mineralen en water, de alg produceert voedingsstoffen uit zonlicht.

Maar het klopt niet. Een korstmos is geen verbond tussen twee organismen, maar tussen drie. De meeste korstmossen dragen een derde partner bij zich, een nooit eerder ontdekte schimmel. Amerikaanse korstmosexperts (lichenologen) maakten het nieuws vrijdag in Science bekend.

Stenen en hout

Korstmossen groeien over de hele wereld, meestal op stenen en op hout. Sommige korstmossen zien eruit als schilfervlekken, andere zien eruit als struikjes of lange draden. Het bekendste korstmos is het rendiermos, dat in Lapland door rendieren gegeten wordt. Korstmoskenners verzamelen korstmossen met het fanatisme van Pokémon Go-speler op zoek naar virtuele monstertjes.

Norbert Nagel

Bosschildmos (Flavoparmelia caperata) is een algemene korstmossoort op laanbomen en in duinbossen. Norbert Nagel

„Wow”, reageert Klaas van Dort op het nieuws dat er een derde korstmospartner is ontdekt. Van Dort is voorzitter van de Nederlandse mossen- en korstmossenwerkgroep en is in Spanje op zoek naar korstmossen. „Als dit klopt, is het einde zoek. Dan wordt lichenologie weer spannend.”

Dat korstmossen uit een schimmel en een alg bestaan werd in 1867 voor het eerst geopperd door de Zwitserse botanicus Simon Schwendener. Sindsdien hebben biologen geprobeerd korstmossen in het lab te kweken, met weinig succes. De ontwikkeling van de buitenste beschermlaag bleef achter. Er is vaak geopperd dat korstmossen andere microben nodig hebben voor hun ontwikkeling, maar een derde werd nooit gevonden.

Derde partner

Korstmosbiologen van de University of Montana ontdekten de derde partner bij toeval, toen ze twee verschillende verschijningsvormen van het ‘paardenhaarmos’ Bryoria onderzochten. De Bryoria-haren groeien aan boomtakken in Noord-Amerika, Noord-Europa en Azië.

De Amerikaanse onderzoekers bestudeerden de genactiviteit van de donkerbruine Bryoria fermontii, en de gele Bryoria tortuosa. De gele kleur is afkomstig van het giftige vulpinezuur. Genetisch bleken de twee korstmossen identiek, maar de onderzoekers vonden wel een set van 506 genen die actiever zijn in gele korstmossen met vulpinezuur dan in de bruine. Die 506 genen waren niet van de al bekende korstmosschimmel of -alg, maar van een derde, nog geheel onbekende schimmel. Na lang zoeken vonden de Amerikanen de schimmel ook terug met microscoop, ingebed in de buitenlaag van de korstmossen.

Roger Griffith

Het in Nederland zeldzame Gelobde zeecitroenkorst (Caloplaca marina). Roger Griffith

De onderzoekers vonden andere schimmels van dezelfde groep bij 52 korstmosfamilies, verspreid over zes continenten. Die groep ontstond, is inmiddels bekend, 200 miljoen jaar geleden, toen ook de meeste korstmossen verschenen.

De aanname dat korstmossen één schimmel bevatten ligt in het hart van de lichenologie, schrijven de onderzoekers. Die opvatting heeft orde geschept, maar naar nu blijkt ook de ware aard van de symbiose verhuld.