Met of zonder Trump moet de partij zich opnieuw uitvinden

‘Hij is een man van gewelddadig karakter en middelmatige vermogens; niets in zijn carrière wijst erop dat hij geschikt is om een vrij volk te regeren; sterker, een meerderheid van de verlichte klassen in de Unie is altijd tegen hem geweest.”

Dit schreef de Franse edelman Alexis de Tocqeville over Andrew Jackson, die in 1829 tot zijn verbazing de zevende president van de Verenigde Staten was geworden.

Tocqueville’s beroemde verslag van zijn studiereis, Democracy in America, wordt dezer dagen vaker aangehaald. De parallellen met de opkomst van Donald Trump, zakenman, anti-politicus en nu officieel Republikeins presidentskandidaat, zijn te verleidelijk. Al gaat de vergelijking mank; Jackson was een populist maar ook een gelauwerd militair, en zakentypes boezemden hem weerzin in.

Tocqueville zag een risico van de democratie: die kan uitmonden in ‘tirannie van de massa’; een meerderheid die geen rekening meer houdt met belangen van anderen. Zover was het nog niet, schreef hij, omdat Amerikanen via allerlei organisaties het weefsel van de samenleving intact hielden. Bovendien was de Constitutie zo ingericht dat demagogen nooit zomaar de macht kunnen grijpen. Maar als Trump wint zou het nu wel zover kunnen komen.

In zijn toespraak op de laatste dag van de chaotisch verlopen Republikeinse Conventie in Cleveland, schetste hij een zwart portret. Amerika wordt geteisterd door terreur, criminaliteit, politieke correctheid en corruptie, overspoeld door migranten, en uitgelachen in de wereld. Gewone burgers, slachtoffer van vrijhandel die werkloosheid importeert, betalen de prijs. Trump zette zichzelf neer als nationale sheriff die law and order komt herstellen.

Dat hij het op 8 november kan opnemen tegen Hillary Clinton is een fenomenale prestatie, die weinigen – inclusief vermoedelijk hijzelf – serieus namen toen hij zich vorig jaar kandidaat stelde met de leus ‘Make America Great Again’.

Hij is erin geslaagd een reservoir van onvrede aan te boren, met name onder oudere, blanke Amerikanen, dat al zijn tegenstanders hebben onderschat. Tegen Trumps persoonlijke aanvallen, vulgair vocabulaire en slim gebruik van sociale media had geen van zijn zestien mede-kandidaten een antwoord. Verweer op rationele gronden glijdt van Trump af; het versterkt slechts zijn boodschap dat experts en het establishment de vijand van zijn kiezers zijn.

Dat deze man zonder principes of politieke ervaring, zonder affiniteit met Republikeinse kernwaarden als de kleine staat en internationalisme, en die flirt met geweld en racisme, naar het hoogste ambt kan streven, tekent het falen van de Partij die hij heeft gekaapt. De ‘partij-aristocratie’, onder wie de Bush-clan, heeft zich walgend afgekeerd. Een ander deel lijdt aan het Stockholmsyndroom: het warme gevoel dat gegijzelden kunnen voelen voor wie hen in gijzeling houdt. Afvallers uit de primaries zingen nu de lof van het alfa-mannetje. Ted Cruz, de laatste afvaller, weigerde hem te steunen. Als Trump verliest hoopt hij te incasseren. Die partij zal zich, met of zonder Trump, opnieuw moeten uitvinden.

Trump moet nu Republikeinen die hem niet moeten – een op drie – zien over te halen. Zijn schrille boodschap maakt dat niet makkelijk. Hoe de eindstrijd eruit ziet, is wel duidelijk. Amerika is tot op het bot verdeeld. Beide kandidaten zullen vooral proberen hun eigen aanhang te mobiliseren en het andere blok zwart te maken. Het afschilderen van Clinton als crimineel die in de cel hoort, zoals Trump in Cleveland deed, geeft daarvan een triest voorproefje.