Keurslijf

Ik bijt bijna op mijn tong van concentratie, terwijl ik een perfect half maantje in het plastic snij. Dan duw ik tevreden het winkelmandje op mijn bagagedrager. Hij blijft precies vastzitten onder het zadel. Nu alleen nog wat tape... „Jij bent echt gestoord!” Bjorn rukt de fiets uit mijn handen. „Ongelooflijk. Je bent geen Amsterdamse student meer, die het normaal vindt om winkelmandjes te jatten.”

Ik leg uit dat mijn boodschappen niet achterop mijn fiets pasten en ik dus besloot een mandje van de supermarkt te lenen. Maar omdat het nogal wiebelde, wilde ik het wat aanpassen...

„Aanpassen? Je hebt het hele ding gesloopt. Wilde je hem zo soms weer terugbrengen?”

Ik zwijg. Hoe maak ik duidelijk dat ik zo enthousiast was over mijn project, dat ik simpelweg even vergat van wie het mandje was? „Ontzettende idioot”, raast Bjorn verder. „Dacht je echt dat je vrolijk met een gestolen mandje met grote letters NEW WORLD door het dorp kun fietsen? Hoe kún je een strafblad riskeren, terwijl we bezig zijn met onze verblijfsvergunning?”

Ik haal mijn schouders op. „Je bent echt paranoïde. Kiwi’s zijn heel ruimdenkend.” Maar terwijl ik naar m'n werk rijd, begin ik toch licht te twijfelen. Ik denk aan die keer dat we terugfietsten vanuit het dorpscafé en onze helmen vergeten waren. Tijdens die twee kilometer zijn we daar drie keer op aangesproken. De laatste persoon riep zelfs: „You deserve to die!”

De eerste patiënt van de middag is een Nederlandse moeder. Ze is hier met haar zoontje Jochem van negen. Ze hebben net besloten terug te verhuizen naar Nederland. Nu wil ze van mij een briefje dat Jochem ‘om medische redenen’ de laatste twee maanden niet meer naar school kan. De Nieuw-Zeelandse school maakt hem depressief volgens haar: „In Nederland is het misschien wel een beetje te vrij op school. Daar wordt ze continu gevraagd: ‘Wat vind je ervan? Hoe voel je je?’”, legt ze uit. „Maar hier draait het er alleen maar om precies te doen wat de meester zegt. Vooral niet zelf denken. In de klas hangt een bord met alle namen en een rij stickers erachter. Als je braaf bent, krijg je een sticker, ben je stout dan gaat er één af. Jochem staat al maanden onderaan en weet dat hij nooit bovenaan zal komen omdat hij niet in het keurslijf past.”

„Maar creëert zo’n systeem dan ook andere burgers?”, vraag ik haar. Ze knikt heftig: „Tuurlijk! Volgzaam en klikkerig.” Ik vraag Jochem hoe hij het op school vindt. „Ik ben heel sensitief en authentiek”, zegt hij stellig. „De meester ziet dat niet. Daarom voel ik me niet begrepen en trek ik me terug.” Het klinkt alsof ik zijn moeder hoor. Ik kan verder geen symptomen van een depressie vinden. Ik leg hun uit dat ik Jochem niet zo maar twee maanden ziek kan verklaren. Ik raad hen aan met de school om de tafel te gaan om een oplossing te vinden.

Ze verlaten beledigd mijn kamer. Hoofdschuddend sluit ik de deur. Maar pak dan toch de telefoon. „New World Supermarket, good afternoon.” „Hi, Anne Hermans speaking. I am so sorry ... Ik heb een mandje van jullie geleend om mijn boodschappen naar huis te dragen. Maar ik hem op onze oprit laten staan en nu is mijn echtgenoot er per ongeluk overheen gereden. Wat zijn de kosten om dit te vergoeden?”

Huisarts Anne Hermans is vertrokken naar een praktijk in Nieuw-Zeeland en schrijft columns gebaseerd op haar ervaringen. Frits Abrahams hervat zijn column in augustus.