‘Jij kon van die Leidse rijke dames krijgen, maar je koos voor mij’

Edwin Dekker (58) en Jacqueline de Vreese (51) werken en wonen in Den Haag. Ze hebben vier kinderen die intensief sporten. „Wij hebben veel Bokito’s meegemaakt langs de zijlijn.”

Blijven hangen bij Defensie

Jacqueline: „Ik ben geboren in Venlo. Als klein meisje wilde ik graag medicijnen studeren, maar ik was niet goed in exacte vakken. Dus koos ik voor gezondheidswetenschappen en rechten in Maastricht. Na mijn afstuderen was er een vacature bij het ministerie van Defensie. De krijgsmacht, dat zei mij eigenlijk niets. Ik was heel erg pacifistisch. Mijn vader heeft ook nooit in het leger gezeten. Hij was al jong gehandicapt, toen hij zes was kreeg hij hersenvliesontsteking. Maar Defensie zocht iemand met verstand van gezondheidsrecht. Van het een kwam het ander.”

Edwin: „Je wilde ook een baan pakken, je had flink gesolliciteerd.”

Jacqueline: „En mij kun je overal neerzetten. ”

Edwin: „Ik ben in Voorschoten geboren en in Leiden naar de middelbare school geweest. Daar heb ik gestudeerd, ook rechten. Na mijn dienstplicht ben ik bij Defensie blijven hangen in Den Haag. Daar hebben we elkaar ontmoet. Ik werkte toen bij de directie Juridische Zaken. We moesten samen een zaak samen oplossen.”

Jacqueline: „Bij Defensie waren er heel veel eilandjes. Ik was nogal van het ‘even komen binnenvallen’. Wat kom je doen, zeiden ze dan. Medewerkers deelden niet zo makkelijk hun kennis, maar Edwin was daar juist heel open in. Hij was heel toegankelijk als mens en behulpzaam. Ik vond het ook heel aantrekkelijk dat hij zoveel wist. Hij kan heel goed zorgvuldig formuleren, hij houdt mij ook altijd scherp.”

Geen saaie jurist

Edwin: „Jacqueline is ongelooflijk goed in het maken van contact, daar leer ik dagelijks van. Terwijl ik er altijd eerst even over nadenk. Vandaag de dag moet je ook wel voorzichtig zijn. Als je een mailtje stuurt, gaat het meteen de hele wereld over.”

Jacqueline: „Openheid, dat vind ik heel belangrijk. Ik ben soms wel direct, ik spring overal in. Misschien wel omdat het bij ons thuis heel serieus was. Ik dacht altijd: ik wil wel een musicus of schipper als man, geen saaie jurist, maar het gaat er uiteindelijk om hoe je in het leven staat. Edwin is een geweldige man, een geweldige huisvader en een geweldige coach, hij heeft me daarin nooit teleurgesteld. Wat ik fascinerend vond, is dat jij veel meisjes kon krijgen, ook van die Leidse rijke dames, maar toch koos je voor mij.”

Edwin: „Dat is een bepaald gevoel. Ik wil niet gevangen zitten in een bepaalde cultuur. Dan weet je ongeveer wat je te wachten staat. Ik heb bij Minerva gezeten, het corps, maar ik zou het benauwend vinden als ik daar te ver in was meegezogen.”

Jacqueline: „Dat vind ik zo leuk aan jou, je bent heel ruimdenkend.”

Kringloopwinkelmentaliteit

Jacqueline: „In 1995 heb ik de Stichting Gezond Samenwerken mede-opgericht om de kenniskloof tussen arts en patiënt te dichten. Een arts heeft vaak maar tien minuten tijd. Daarin moet dan bijvoorbeeld worden besloten of je een hartoperatie wilt of niet. Het is belangrijk dat je in die korte tijd de juiste vragen weet te stellen. Wij begeleiden de patiënt daarin: ik ga mee naar de specialist en dan merk ik dat diegene een betere behandeling krijgt. Als je een huis koopt, neem je toch ook iemand mee voor het technisch rapport?”

Edwin: „Er is te weinig toezicht.”

Jacqueline: „Het vertrouwen in de dokter vind ik soms toch te groot. Het is een 24-uursbedrijf en er is zo veel wisseling van de wacht, daardoor is de communicatie lang niet altijd goed. Er gaat veel goed maar ook veel mis in ziekenhuizen, leerde ik al tijdens mijn studie. Daarom durfde ik eerst ook geen kinderen te krijgen.”

Edwin: „Toen ik Jacqueline ontmoette heb ik haar daar echt van moeten overtuigen.”

Jacqueline: Sinds 2003 doe ik dit fulltime. Ik reken maar 10 euro per keer, daardoor moet ik nu nog leunen op het inkomen van mijn man. Liefst zou ik hebben dat de verzekeraar mij betaalt. Maar met een kringloopwinkelmentaliteit hoeft het leven niet duur te zijn.”

Mee naar het hockeyveld

Jacqueline: „Ik tennis een of twee keer in de week, maar ik vind eigenlijk alle sporten wel leuk. Ik ski ook heel graag, dat is mijn passie.”

Edwin: „Ik heb altijd fanatiek gehockeyd en ik zaalvoetbal op maandag met vrienden. Tot mijn twaalfde was voetbal mijn passie. Via mijn ouders ben ik toen meegetrokken naar het hockeyveld.”

Jacqueline: „Je vader was niet zo enthousiast, hè?”

Edwin: „Toen luisterde je nog naar je ouders. Hockey ging redelijk goed, maar in mijn hart ben ik voetballer. Dat zie ik in mijn jongens terug. Joppe speelt bij ADO in de selectie en Lodewijk voetbalt bij HVV. Via Joppe kom ik nu alsnog in het voetbalwereldje terecht, dat vind ik wel leuk. Sinds twee weken traint hij vier keer in de week.”

Jacqueline: „Wat ik een voordeel vind aan ADO is dat je als ouders wordt geacht je mond te houden. Dat vind ik fantastisch want wij hebben veel Bokito’s langs de lijn meegemaakt.”

Edwin: „Bij voetbal heb je vogels van allerlei pluimage.”

Jacqueline: „Frederique en Josephine hockeyen bij HDM. Alle teams hebben groeps-apps en die moet je dus allemaal lezen. Ik ben Edwin heel dankbaar dat hij alle schema’s maakt.”

Edwin: „Het schema op de ijskast is voor de zaterdag: wie speelt uit en wie speelt thuis? Komend seizoen is het best ingewikkeld. Wie eet mee en op welk tijdstip, dat is steeds weer een uitdaging.”

Jacqueline: „We hebben maar één auto, daar moeten we het mee doen.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl