‘Ik mag het beste bod niet laten lopen’

Marc van Zanten, curator McGregor Hij verkocht failliet McGregor aan de oude eigenaren, die de modeketen eerder failliet hadden laten gaan. „Het was dit of niets.”

Foto Olivier Middendorp

Voor de curator van McGregor kwam het nogal onverwacht, het bod van de vier aandeelhouders van het failliete modebedrijf. De deadline was al een week verstreken toen Marc van Zanten op woensdag 6 juli een e-mail kreeg van het aandeelhoudersviertal: oprichters Jeroen Schothorst en Ben Kolff, ondernemer Marcel Boekhoorn en zakenbank NIBC. Ze wilden tóch een doorstart maken met McGregor, waaronder ook zeilkledingmerk Gaastra valt.

Op zijn eerste dag als curator van McGregor had Van Zanten de vier dat ook al gevraagd. Hij wilde weten hoe de aandeelhouders „in de wedstrijd” zaten, zegt hij in een gesprek op zijn kantoor in Amsterdam. Hun antwoord was belangrijk. De eigenaren hadden een machtige positie. Behalve aandeelhouder waren ze ook de enige financier van McGregor. In die tweede hoedanigheid hadden ze zogeheten pandrechten op alle bezittingen. Dat betekent dat niet de curator, maar de aandeelhouders bepaalden wie McGregor zou mogen doorstarten. Ook de opbrengst zou grotendeels voor hen zijn.

De aandeelhouders zeiden aanvankelijk geen interesse te hebben. Waarop Van Zanten op zoek ging naar een andere koper. Vorige week werd bekend dat de oude eigenaren – en dus degenen die McGregor vorige maand failliet hebben laten gaan – toch een doorstart maken.

Dat riep vragen op. Als dezelfde partijen hetzelfde bedrijf voortzetten, waarom moest McGregor dan failliet? Waarom willen de aandeelhouders er nu wél geld in steken? Vakbonden suggereerden dat het faillissement van McGregor misschien wel vooral is gebruikt om van allerlei contracten af te komen.

Curator Van Zanten realiseerde zich vooraf dat deze kritiek kon komen, zegt hij. Toch deed hij zaken met de vier aandeelhouders. Hij beklemtoont – herhaaldelijk – dat dit nou eenmaal de beste deal was voor iedereen. „Vérreweg.”

Waarom?

Marc van Zanten: „Dit was veruit de beste bieding, in geld en in het aantal mensen dat bij McGregor kan blijven werken. Van de 1.200 mensen houden 1.100 hun baan. Als dat geen goed resultaat is, weet ik het ook niet.”

Waren er andere kandidaten?

„Jawel. In de eerste week hadden zich al veertig mensen bij mij gemeld. Die mailden: ‘Wij willen graag kopen’. Nou, hartstikke goed. En onze verkoopadviseur heeft ook nog tientallen partijen benaderd. Van alles wat: concurrenten, private equity, Nederlands, buitenlands. Op 28 juni hebben we zeven biedingen ontvangen. Zes daarvan waren ongeschikt, die partijen wilden maar een deel van het bedrijf kopen. Er was één bod op bijna alles, ook met behoud van veel personeel, van een buitenlands investeringsfonds. Dat was wat ik wilde. Maar deze partij bood te weinig geld.”

Hoe weinig?

„Echt te weinig, minder dan wat het zou opbrengen als de aandeelhouders zouden veilen. Het bedrag vermeld ik in mijn eerste faillissementsverslag, over een maand. Daar staat dan ook in wat de aandeelhouders uiteindelijk hebben betaald.”

Kon u dat bedrag niet nog wat omhoog onderhandelen?

„Dat hebben we wel geprobeerd. Met die buitenlandse partij hebben we ruim een week onderhandeld, telefonisch. Ik heb constructies bedacht om het gat te dichten tussen wat de partij wilde bieden en wat de aandeelhouders wilden ontvangen. Maar dat is niet gelukt.”

Dit was het dan, dacht Marc van Zanten, en zag al een grote veiling van McGregor-polo’s en Gaastra-zeiljacks voor zich, ergens in een hal. Maar toen kwamen de vier aandeelhouders dus ineens met dat mailtje, met een „substantieel” hoger bod.

Als curator moet Van Zanten zorgen voor de hoogste opbrengst voor de schuldeisers. Het bod van de aandeelhouders leverde voor hen meer op dan zo’n veiling. Tegelijkertijd is een doorstart door de oude aandeelhouders wel een „issue”, zegt Van Zanten. Hij vroeg zich af of zo’n deal wel past binnen de „maatschappelijke ontwikkelingen” en zijn „eigen gevoel van recht”.

Na urenlang overleg met medecurator Marlous de Groot en twee rechters-commissarissen waren ze eruit. Verkopen aan de oude eigenaren kan, als ze het beste bod doen én als ze het verkoopproces niet hebben „tegengewerkt”. „Dat was hier niet het geval.”

Dus ging het team van Van Zanten met de aandeelhouders in onderhandeling. Of eigenlijk: met hun team van advocaten. De mannen zelf lieten zich niet zien. Uit die onderhandelingen, die ook weer een week duurden, moest Van Zanten zoveel mogelijk geld zien te slepen. Een deel van de opbrengst zou namelijk ten goede komen aan de schuldeisers. De rest ging naar de aandeelhouders, zij zouden dus in feite aan zichzelf ‘betalen’.

Hebt u er nog wat geld bij weten te kletsen?

„Het resultaat was uiteindelijk heel mooi, beter dan hun initiële bod.”

Geeft het een ongemakkelijk gevoel om te verkopen aan de oude eigenaren?

„Nee, het zou me een ongemakkelijk gevoel geven als ik de beste bieding liet lopen.”

Waarom wilden de aandeelhouders McGregor niet voor faillissement behoeden en nu wel investeren in een doorstart?

„Dat weet ik niet.”

Moet een curator die vraag niet stellen?

„Jawel, en dat ga ik ook doen in mijn onderzoek naar de oorzaken van het faillissement. Dan bekijk ik ook of bestuurders en aandeelhouders wel zorgvuldig hebben gehandeld. Met dat onderzoek ga ik binnenkort beginnen.”

Dan doet u onderzoek naar de mensen met wie u net een deal hebt gesloten. Zou u zich niet een sukkel voelen als u straks narigheid over hen ontdekt? U deed immers zaken met hen.

„Nee. De aandeelhouders hadden de beste bieding. Het was dit of niets. Er was niets anders. Ik heb een zorgvuldig verkoopproces gehad, daar sta ik achter. Als straks uit onderzoek blijkt dat ze iets verkeerd hebben gedaan, dan is dat zo.”