Hulp voor kinderen in problemen vaak te laat

Jeugdzorg Kinderen met ernstige gedragsproblemen of -stoornissen krijgen steeds vaker te laat de hulp die zij nodig hebben. Dat zeggen directeuren en medewerkers van vier specialistische jeugdzorginstellingen tegen NRC.

Kinderen met ernstige gedragsproblemen of -stoornissen krijgen steeds vaker te laat de hulp die zij nodig hebben. Dat zeggen directeuren en medewerkers van vier specialistische jeugdzorginstellingen tegen NRC. Zij leiden dat af uit een toename aan spoedeisende hulpvragen aan hun adres: kinderen die diezelfde dag nog uit huis en in een instelling moeten worden geplaatst.

Kinderen met een ernstige vorm van autisme of aandoeningen als een hechtingsstoornis of een licht verstandelijke beperking worden volgens de instellingen te lang behandeld door de zogenoemde wijkteams. Die zijn vorig jaar na de decentralisatie van de jeugdzorg opgetuigd om lichtere hulp aan huis te bieden. Zo blijft het kind een gang naar de duurdere, specialistische zorg bespaard, is het idee.

Maar, zeggen de specialistische instellingen, lichte hulp volstaat vaak niet bij die kinderen. Kostbare tijd gaat verloren, problemen verergeren en kinderen moeten met spoed in de zware zorg worden geplaatst. Yulius, een Zuid-Hollandse instelling die psychiatrische hulp biedt, meldt een toename van spoedgevallen van 10 procent in de eerste helft van 2016. Bij de Heldringstichting, die hulp biedt aan kinderen met gedragsstoornissen, was in diezelfde periode 71 procent van de aanvragen acuut. Dat was in 2014 nog 56 procent – bij een gelijkblijvend totaal aantal aanvragen. Ook bij Pluryn, een instelling voor jongeren met complexe gedragsproblemen, is „het gros” van de zorgaanvragen „spoed en crisis”, waar dat vóór 2015 slechts een kleine minderheid was.

Wijkteams missen vaak „het onderscheidend vermogen” om een ernstige aandoening te herkennen, is het unanieme oordeel van instellingsdirecteuren. In die wijkteams zitten naast jeugdzorgwerkers ook schuldhulpverleners, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers, die geacht worden niet alleen kinderen maar ook andere hulpbehoevenden te ondersteunen. „Vooral in dorpen en kleine steden blijft het niveau achter”, zegt directeur van de Heldringstichting Marion van Binsbergen. „In zo’n wijkteam zit soms niemand met het benodigde verstand van zaken.”

Een uithuisplaatsing is zeer ingrijpend voor een kind, zegt zij, laat staan een uithuisplaatsing met spoed. „Een kind heeft dan nauwelijks tijd de koffer te pakken en afscheid te nemen. Het komt met kop en kont naar ons toe.”