Hoe overleef je de Appocalyps?

marchijink0

Wie zei wat en waarom, daar draait het om. Maar vooral: waarmee. Mijn telefoon telt zeven berichtendiensten die ik regelmatig gebruik. WhatsApp, Apple iMessage en Facebook Messenger voor de massa, Slack en Skype voor het werk en een select groepje dat zich via LinkedIn en Twitter laat benaderen. Daarbij komt een karrenvracht aan e-mail en af en toe stuurt iemand uit het stenen tijdperk nog een sms. Zie in die brij maar eens informatie terug te vinden.

In theorie zijn chatapps efficiënt – een gratis bericht sturen, antwoorden als het uitkomt – maar gebruik ze niet door elkaar. Ik ben jaloers op mensen die collega’s, vrienden, familie en het hockeyteam keurig opbergen in de daartoe bestemde berichtendiensten. En dat onthouden. Waarschijnlijk hebben zij ook een ordentelijke besteklade – met een apart bakje voor de elastiekjes van de boterhamzakjes – en hangen ze het gereedschap na gebruik terug op de omcirkelde plekken aan de triplex wand.

In mijn append leven mist overzicht. Dat krijg je als je mensen op verschillende manieren probeert te benaderen, in de hoop snel antwoord te krijgen. Je bonkt op alle deuren, en dan maar wachten welke als eerste opengaat. Of je chat met dezelfde figuren persoonlijk én in een chatgroep. Dat gaat geheid mis, net als bij de klassieke reply-to-all fout: een privémail die het hele bedrijf rond gaat.

Je zou denken dat er wel een keer genoeg chat-apps zijn. Nee dus. De grootste tech-beursgang van 2016 (tot nu toe) was de Japanse berichtendienst Line die sinds vorige week genoteerd staat aan de beurs van Tokio. Line telt 218 miljoen gebruikers en wil met nieuw kapitaal sneller groeien. De concurrentie is moordend: WhatsApp en Facebook Messenger hebben bij elkaar zo’n twee miljard gebruikers, de Chinese diensten WeChat en QQ Mobile tellen 700 miljoen en 850 miljoen leden.

Apple verkocht al 1 miljard apparaten met iOS (en dus iMessage). Alleen Google doet nog niet mee. Op Google Plus kun je een kanon afschieten, op Google HangOuts hangt niemand rond. Na de zomer is er Google Allo: weer een nieuwe chat-app waar niemand op zit te wachten.

Is er een manier om al deze chat-apps aan elkaar te knopen en een Appocalyps te vermijden? One app to rule them all? Ooit deed Jabber een dappere poging, maar dat was bij een vorige generatie chatdiensten.

Moderne chatnetwerken praten niet met elkaar. Het zijn gesloten systemen waarin je online kaartjes kunt kopen, bankzaken doet, muziek luistert of een bos bloemen bestelt. Met elke nieuwe functie – ingebouwde kunstmatige intelligentie die met een half woord begrijpt wat je tikt of je laat klagen tegen de chatbot van de helpdesk – wordt de fragmentatie er nog groter op.

Chat-apps veranderen in complexe besturingssystemen die traditionele apps vervangen. De concurrentiestrijd tussen de grote techbedrijven mondt uit in een chat-oorlog en het eerste slachtoffer is de consument, die gebombardeerd wordt met oplossingen op zoek naar een probleem.

Er zijn mensen die zich zonder ‘appen’ prima redden, zoals er ook mensen zijn die zonder internet kunnen. Gerard Cox schijnt er daar een van te zijn, van de generatie dat Geluk nog Heel Gewoon was.

Hij behoort tot een uitstervend ras – zelfs mijn moeder en schoonmoeder willen mee-appen en vragen me nu welke veegtelefoon ze daarvoor moeten kopen. Ik zal ze maar helpen, in de wetenschap dat ze allebei een zeer verzorgde besteklade hebben.