Het is maar wat je verslaafd noemt

Drugs en verslaving

Overmatig gamen, shoppen of chocola eten wordt nu ook al verslaving genoemd. Is dat dan net zo verslavend als drank of heroïne?

©

Verslaafd? Voor de moderne dokter bestaat dat woord niet meer. De diagnose ontbreekt in het nieuwe handboek voor psychiatrische ziekten DSM-5. „Omdat de definitie onduidelijk is en vanwege de mogelijk negatieve connotatie van het woord.”

Ben je verslaafd als je lichaam opnieuw luidkeels roept om alcohol, nicotine of heroïne? Omdat je anders onwel wordt van de onthoudingsverschijnselen? Ben je al verslaafd als je iedere dag, of ieder uur wilt gokken of roken omdat je anders kregelig wordt. En is het noodzakelijk dat jijzelf of anderen daar last van hebben? Of kun je ook verslaafd zijn en daar prima mee functioneren?

Onduidelijk. Ondertussen devalueert het woord verslaving in het gewone spraakgebruik. Het gaat de woorden ‘depressie’ en ‘obsessie’ achterna. Die heb je ook steeds makkelijker. Moderne verslavingen zijn eet-, internet-, smartfoon- game-, koop-, gok-, sport- en seksverslaving. De workaholic is werkverslaafd. En er zijn nieuwe middelen die verslavend worden genoemd (chocolade, drop), maar die toch van geheel andere orde lijken dan nicotine, alcohol en heroïne.

Wie dagelijks een reep van 180 gram chocola eet, eet vast meer chocola dan hij (vaker: zij) eigenlijk wil. En je wilt dan vast wel minderen, maar dat lukt niet. Kan zo’n chocolaverslaafde dagelijkse chocolade-eter een officiëlel DSM-5-diagnose krijgen? En welke dan?

In de koele criteria van DSM-5, dat vanaf volgend jaar in de Nederlandse praktijk DSM-IV vervangt, heet, wat iedereen verslaving noemt, nu: stoornissen in het gebruik van middelen . Alcohol, tabak, hallucinerende middelen, amfetaninen, opioïden, cannabis – de lijst van middelen is lang. Om de diagnose te krijgen zijn er elf criteria geformuleerd. Die nieuwe term laat ook zien dat zo’n ‘middelenstoornis’ in ernst kan variëren van bijna normaal tot dodelijk. Zo is de filosofie van de nieuwe DSM-5: een psychiatrische ziekte bestaat in alle tussenvormen van ‘een beetje gek’ tot onleefbaar.

De elf criteria (zie kader) overlappen elkaar gedeeltelijk. Soms is de een de ernstiger variant van de ander. In de traditie van de DSM hoeft een patiënt niet aan alle criteria te voldoen voor een diagnose. Nieuw is dat de ernst wordt bepaald door aan steeds meer criteria te voldoen. Welke het zijn doet er niet toe. Wie aan twee á drie voldoet heeft een lichte stoornis in het middelengebruik. Het loopt op via matig (vier à vijf criteria van de elf) tot ernstig (zes of meer).

Beloningscentrum

Dus ja, een beetje verslaafd, laten we het beest maar bij zijn naam noemen, aan bijvoorbeeld alcohol ben je al als je vaak meer drinkt dan de bedoeling was, en als het je niet lukt om dat te veranderen. Dat is een lichte stoornis in alcoholgebruik.

En de chocoladeverslaving? Chocoladeverslaving of ‘stoornis in chocolagebruik’ is géén ziekte, ook geen DSM-5 diagnose. Zelfs eetverslaving is dat niet.

En wie te veel gokt, koopt, gamet, internet, sport of koffie drinkt, wie dwangmatig vaak zijn telefoon checkt of voortdurend seks wil: alleen de gokstoornis heeft uit dat rijtje de DSM-5 gehaald.

Verslaving heet nu ‘stoornissen in het gebruik van middelen’

Het zoeken naar bevrediging vinden wíj een wezenlijk onderdeel van verslaving, schrijven Steve en Alan Sussman in hun artikel ‘Considering the Definition of Addiction’ (Int. J. of Environmental Research and Public Health, oktober 2011). Maar zij zagen dat maar in een tiental van de 52 wetenschappelijke artikelen die ze over de definitie van verslaving vonden, de kick een wezenlijk verslavingskenmerk werd genoemd. Dat artikel van beide Sussmannen maakt overduidelijk hoe verschillend er wordt gedacht over wat verslaving is.

De bevrediging haalt vaak de definitie niet, omdat bijvoorbeeld mensen zó gewend kunnen raken aan een verdovend middel, dat ze er ongevoelig voor zijn geworden. De kick blijft uit.

Vier andere verslavingskenmerken werden in meer dan driekwart van de artikelen genoemd. Ten eerste zijn er de excessieve gedachten aan, of de vele tijd besteed aan het gebruik of verkrijgen van verslavende middelen. Verlies van zelfcontrole is een tweede vaak terugkerend onderdeel van de definitie. De negatieve gevolgen, sociaal of lichamelijk, zijn een derde.

En tenslotte voelen de mensen die verslaafd raken, zich vaak ook al vooraf anders, schrijven Sussman en Sussman.

Dat laat zien dat niet iedereen zomaar verslaafd raakt. Het raakt bijvoorbeeld ook de al jaren slepende discussie over de schadelijkheid van marihuana. Ja, veelgebruikers scoren na jaren een paar IQ-punten lager. Maar veroorzaakt marihuana ook meer schizofrenie en psychosen onder zijn gebruikers? Of gaan mensen die gevoelig zijn voor schizofrenie – die zich dus ‘anders’ voelen – aan de marihuana als vorm van zelfmedicatie? Oorzaak en gevolg zijn nog steeds niet duidelijk, schreef Francesca Filbey van de University of Texas in JAMA Psychiatry (6 juli).

De schadelijkheid voor gebruiker en maatschappij van verschillende drugs is moeilijk met elkaar te vergelijken. Dat komt doordat sommige drugs legaal (alcohol, tabak) zijn en andere met wisselende intensiteit worden bestreden. Maar alcohol rolt er, gemiddeld, meestal wel als schadelijkst uit.