Het gaat om wat je wél kunt

Necrologie

Bij zijn crematie op 14 juli, lag zijn spijkerjack op zijn kist.

©

Roland de Bruijn droeg vrijwel altijd een spijkerjack met op de rug een Rolling Stones tong. En wat anderen daar van vonden, interesseerde hem geen moer. Hij was, met zijn eeuwige buil shag, een markante persoonlijkheid in D66-kringen, met name in zijn woonplaats Breda. Dat kwam ook door zijn lage bromstem waarmee hij vreselijk kon mopperen. Over het naar zijn mening te kleine aantal D66-leden dat op een bijeenkomst af kwam. Over ontwikkelingen in het onderwijs: „Maak geen toetsboeren van docenten in het basisonderwijs”. Over de, naar zijn smaak, te rechtse koers van zijn partij de laatste jaren.

Hij werd op 16 september 1951 geboren in het Zeeuwse Oost-Souburg. Op zestienjarige leeftijd werd hij lid van D66, de partij waaraan hij de rest van zijn leven voor een groot deel zou wijden. Onder andere als voorzitter van de afdeling Breda, Statenlid, lid van de landelijke adviesraad, en lid van het regiobestuur. Hoewel hij vanwege zijn gezondheid al een aantal jaar niet meer actief was voor zijn partij, bezocht hij nog altijd elk congres, elke landelijke vergadering en elke belangrijke fractievergadering in Breda. De laatste maanden van zijn leven werkte hij aan een blad over de historie van de partij ter ere van haar vijftigjarig jubileum dit jaar.

Hij was groot bewonderaar van zowel Robert als John Kennedy, twee grote democraten, volgens hem. Grote afbeeldingen van de broers hingen in zijn woonkamer (hij woonde sinds zijn scheiding al jaren alleen). Net als een foto van Hans van Mierlo, die volgens hem de Nederlandse John F. Kennedy was. En posters van de Rolling Stones en Pink Floyd.

Tot zijn gezondheid dat niet langer toeliet, werkte hij in het onderwijs. Eerst in het basisonderwijs, later op een vmbo waar hij leerlingen bijbracht dat ze moesten zien wat ze allemaal wél konden, in plaats van wat ze allemaal niet konden.

Zijn broer, voormalig D66 wethouder Eric de Bruijn, had hem afgelopen jaar een seizoenkaart voor NAC cadeau gedaan. Ondanks de degradatie van de voetbalclub, genoot hij van de wedstrijdbezoeken.

Hij zou in september 65 zijn geworden en in oktober het vijftigjarig jubileum van zijn geliefde partij hebben meegevierd. Maar zijn hart begaf het. Bij zijn crematie op 14 juli, lag zijn spijkerjack op zijn kist.