Echt rusten is hard werken

Al bijna 30 jaar schrijf ik over werk. Over leiderschap, strategie, innovatie én de ideale indeling van to do-lijstjes. Voor het onderwerp werk kun je mij altijd wakker maken. Als ik niet zelf aan het werk ben, bemoei ik me met het werk van andere mensen. Mijn vakantie gebruik ik om een stapel managementboeken weg te werken. Eigenlijk heb ik geen leven zonder werk. En dat is niet gezond.

Hoog tijd om ook eens serieus werk te maken van het onderwerp rust. Dat is mijn belangrijkste klus voor deze zomer.

Mijn eerste ontdekking betekende meteen een hele opluchting. Rusten is niet iets passiefs. Het is meer dan niet-werken. Rust draait om herstel, om vernieuwing en de voorbereiding op een nieuwe periode van inspanning.

Bovendien valt er heel wat te leren, want er zijn verschillende domeinen in je leven die rust nodig hebben. In mijn speurtocht richt ik me de komende weken op vier gebieden: lichamelijk, intellectueel, relationeel en spiritueel herstel.

Lichamelijke rust. Dat leek me aanvankelijk een beetje overbodig. Mijn werk is meestal fysiek niet bijzonder inspannend. Sinds iedereen in mijn omgeving zegt dat zitten het nieuwe roken is, doe ik een deel van mijn werk staand aan een lessenaar. Daarnaast regelmatig hardlopen, fietsen en zwemmen. Dat leek me genoeg.

Maar ik had me even niet gerealiseerd dat mijn brein eigenlijk mijn belangrijkste lichaamsdeel is als het om werk gaat. Juist mijn hersenen hebben behoefte aan rust. In minstens twee vormen. Ik moet zorgen dat ik meer slaap krijg. En ik moet meer dagdromen, mijmeren en reflecteren.

Slaaponderzoekers slaan al geruime tijd alarm. Volgens hen is het tekort aan nachtrust in de westerse samenleving een van de grootste bedreigingen van onze gezondheid. Onderzoek na onderzoek beschrijft de ernstige gevolgen van te weinig slaap (depressiviteit, ongelukken in het verkeer en op het werk, vreetbuien, burn-out, emotionele uitbarstingen) en de voordelen van voldoende nachtrust (meer optimisme en geluk, betere beslissingen, hogere weerstand, betere seks, een hogere arbeidsproductiviteit).

Natuurlijk zijn er ‘sleep-macho’s’ die opscheppen dat ze met vijf uur slaap toekunnen. Maar gewone mensen zoals ik moeten minimaal zeven en het liefst gewoon acht uur slapen. Elke nacht. Dat is alvast één leuk experiment voor deze zomer.

Maar slapen is niet genoeg voor mijn grijze cellen. Ook overdag hebben ze behoefte aan down-time. Volgens hersenonderzoekers moet ik meer dagdromen. Gewoon in de tuin zitten of een wandeling maken en dan mijn gedachten de vrije loop laten: mind-wandering in vaktermen.

Wanneer je dat doet, zijn je hersenen minder bezig met het verwerken van impulsen uit de omgeving en meer met het ordenen en verwerken van opgeslagen informatie. Je reflecteert op fouten die je maakte. Je herhaalt belangrijke ontmoetingen. En zonder moeite ontwikkel je allerlei toekomstscenario’s. Zolang je dagdromen niet te negatief worden, zijn ze goed voor je zelfbeeld, voor je geheugen, je creativiteit en je motivatie. Ook iets voor op de vakantielijst dus.

Meteen na zo’n eerste verkenning wordt het al duidelijk. Echt rusten is hard werken. Een onverwachte meevaller voor een workaholic.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist. Hij schrijft elke week over management en leiderschap.