Duitsland restitueerde roofkunst aan de rovers

Uit onderzoek van de in Londen gevestigde ‘Commissie voor roofkunst in Europa’ (CLAE) blijkt dat door nazi’s geroofde kunst door Duitse autoriteiten is teruggegeven aan de rovers zelf: de nazi’s. Aanleiding voor het onderzoek was een vraag van de Amerikaan John Graykowski. Hij is achterkleinzoon van Gottlieb en Mathilde Kraus, een joods echtpaar dat Wenen ontvluchtte in 1938. Hun kunstcollectie mocht niet mee. Graykowski wilde weten waar hun 160 kunstwerken nu zijn.

Het grootste deel ervan belandde na de oorlog bij de Monuments Men, de Amerikanen die geroofde kunst verzamelden. Bij vertrek overhandigden zij de werken aan de Weense autoriteiten, op voorwaarde dat die de kunst zouden teruggeven aan de oorspronkelijke eigenaars. Dat deden ze zelden, ook niet als die nog in leven waren, zoals het echtpaar Kraus.

Vaker verkochten ze de kunst aan nazi’s die daarom vroegen. Zoals aan Henriette von Schirach, de vrouw van oorlogsmisdadiger Baldur von Schirach. Roofkunst ging zelfs ‘terug’ naar Emmy Göring, weduwe van een van de beruchtste naziplunderaars.

In 1953 had Von Schirach al 89 werken gekregen. Haar broer, drie jaar later: 170. De Süddeutsche Zeitung, die de zaak wereldkundig maakte, stelt een schilderij centraal dat, met enige slagen om de arm, wordt toegeschreven aan Jan van der Heyden. Het ging voor een paar tientjes naar Von Schirach. Zij verkocht het een jaar later voor 16.100 Duitse marken, het vijftigvoudige. (NRC)