Die goeie ouwe coup

Staatsgrepen Wie een staatsgreep wil plegen, doet er goed aan zowel de geschiedenis te bestuderen als Techniek van de Staatsgreep van Curzio Malaparte. Zes opmerkingen over de klassieke coup.

Militaire voertuigen in Athene na de coup van de Kolonelsjunta in 1968 Foto AP Photo/ EFE, Manuel Perez Barriopedro

De enige staatsgreep die ik van dichtbij mocht meemaken, draaide uit op een operette. Het begon er al mee dat ik niet ter plekke was. Terwijl maandagmorgen 19 augustus 1991 een Staatscomité voor de Noodtoestand in de Sovjet-Unie de macht had overgenomen en de televisie ter geruststelling het ballet Zwanenmeer uitzond, fietste ik door de Vogezen. Halsoverkop moest ik naar terug Moskou.

Het Staatscomité voor de Noodtoestand (GKTsjP), een club conservatieve partijpatriotten, kwam in actie omdat de 20ste het nieuwe verdrag zou worden getekend, dat president Michail Gorbatsjov met de belangrijkste deelrepublieken had gesloten. De Unie van Socialistische Sovjetrepublieken zou voortaan Unie van Soevereine Staten heten. De afkorting USS klonk als USSR. Maar de putschisten wisten beter: Gorbatsjov was de doodgraver van de socialistische staat en moest worden gestuit. Het pakte precies omgekeerd uit. De GKTsjP bleek de doodgraver van de Sovjet-Unie te worden.

Lees ook deze stukken die Hubert Smeets in 1992 en 1993 schreef: We hebben eigenlijk geen wetboek en GKTsjP na anderhalf jaar voor rechter

1. Handboek putschist

Dat had ik niet door toen ik in Moskou landde. Ik had een andere zorg. Zou ik het land nog wel binnenkomen? Verkeersaders dichtgooien, was immers een van de eerste lessen uit het boek Techniek van de Staatsgreep van Curzio Malaparte dat ik ooit van mijn vader had gekregen.

Het bleek een zorg om niets. Nog nooit stond ik op vliegveld Sjeretmetjevo zo snel buiten als die dag. Nergens waren de gebruikelijke KGB’ers (paspoortcontrole) en douaniers (valutacontrole) te bekennen. Op weg naar huis in de wijk Proletariaat werd ik ook nergens staande gehouden.

Wat nu? De KGB-chef had samen met de ministers van Defensie en Binnenlandse Zaken de leiding van de coup. Die drie konden alle gewapende troepen in het land commanderen. Ze waren opgeleid in devote verering voor Lenin en de andere bolsjewieken die in oktober 1917 in één nacht het staatsapparaat van het Russische Rijk hadden overmeesterd. De putschisten kenden hun klassieken. Ze hadden president Michail Gorbatsjov bijvoorbeeld keurig opgesloten in zijn datsja op de Krim.

Het bekendste beeld van de mislukte coup: de Russische president Boris Jeltsin beklimt een tank en veroordeelt de staatsgreep. (De tekst gaat door onder de video.)

2. Elementaire fouten

Toch verknalden ze alles. Dat kwam niet omdat enkele putschisten zich moed hadden ingedronken. Nee, de club had zowel de oude als de nieuwe communicatietechnologieën over het hoofd gezien.

Foto Oleg Klimov

Boris Jeltsin kondigt in Moskou de overwinning af behaald op de samenzweerders die in augustus 1991 een poging tot staatsgreep deden. Foto Oleg Klimov

Behalve de vliegvelden waren ook de spoorwegstations zo lek als een zeef. Het treinverkeer werd niets in de weg gelegd. Bij de PTT gingen post, telegraaf en telefonie gewoon door. Zelfs de nieuwe radiozender Echo van Moskou, nog geen drie weken in de lucht, bleef in de ether.

Twee blunders waren pas echt fataal. Ten eerste liet het GKTsjP zijn eerste persconferentie live uitzenden via de nationale televisie. Gevolg was dat in alle huiskamers het woord ‘staatsgreep’ klonk, omdat een 24-jarige journaliste die term onbekommerd in de mond nam. Dom. Sinds het Comité de salut public, dat werd ingesteld na de Franse Revolutie van 1789, zijn staatsgrepen in de terminologie van plegers zelf nooit ‘coups’ maar ‘reddingsacties’. Ten tweede, nog dommer, hadden de putschisten verzuimd de winkels te bevoorraden. Onvrede over de levensmiddelenschaarste was een van de voedingsbodems, waarop het GKTsjP dacht te kunnen oogsten. Veel burgers gingen bij wijze van Pavlov-reactie meteen die maandag eerst naar de winkel om te kijken of de schappen nu wel vol lagen. Nee dus.

Drie dagen en drie doden later was alles voorbij. Niet de KGB-chef maar Boris Jeltsin greep de macht. De coup als regulier ultiem machtsmiddel bleek in Europa zijn beste tijd gehad te hebben.

3. Gouden jaren

Het was ooit anders. Het interbellum was een gouden tijd. Met geslaagde staatsgrepen*: zoals van Primo de Rivera en Franco in Spanje (1923 en 1936) of Pilsudski in Polen (1926). En met falende coups: bijvoorbeeld generaal Kornilov in Petrograd (1917) of het Griekse leger na de nederlaag tegen de Turken (1922). Vooral in Duitsland was het vaak raak: van de Kapp-putsch en de Bierkeller-putsch met Hitler (1920 en 1923), via de Nacht der Lange Messen (1934) tot Von Stauffenberg (1944).

In deze jaren (1931) schreef de Italiaanse ex-fascist Malaparte zijn Techniek van de staatsgreep. Malaparte was geobsedeerd door Trotski, de architect van de omwenteling in 1917 die zoveel potentiële putschisten daarna inspireerde. Trotski was een praktisch man. Aan de vooravond van de Oktoberrevolutie jammerde Lenin dat de bolsjewieken niet wisten of de massa er achter stond, zoals aartsvader Karl Marx dat had geëist. „Gisteren was het te vroeg, morgen zal het te laat zijn”, luidde Lenins gevleugelde dilemma. Trotski wist volgens Malaparte wel beter:

„Allemaal goed en wel dat de massa ons programma steunt, maar de opstand moet ook worden georganiseerd. Daarvoor hebben we de massa niet nodig. Een kleine koelbloedige, gewelddadige en getrainde groep volstaat.”

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de klad er in. Maar enkele staatsgrepen slaagden sindsdien: de kolonelsjunta in Griekenland (1967) plus twee militaire coups in Turkije (1960 en 1980). Deze drie voltrokken zich in frontstaten van de Koude Oorlog, waar de toch al zwakke politieke infrastructuur door polarisatie was ondermijnd. Veel collega-militairen faalden. De meest fotogenieke mislukking voltrok zich in Spanje. Kolonel Tejero schoot in 1981, mikkend op de banken in de Cortes, vooral in eigen voet. Een vaak vergeten fiasco vond plaats in Portugal na de Anjerrevolutie, toen radicaal-linkse en communistische officieren in 1975 ineens Lenin en Trotski wilden nadoen.

De couppoging van kolonel Tejero in 1981. (De tekst gaat door onder de video.)

4. Complottheorieën

Mislukte coups zijn gevaarlijk. Ze voeden wilde en soms plausibele complottheorieën. Logisch. Veel staatsgrepen worden immers gepleegd op basis van geheime draaiboeken die gewoon op de plank liggen voor het geval de noodtoestand moet worden afgekondigd. Conspirologie is het gevolg.

Nog steeds klinken in Rusland stemmen die menen dat het GKTsjP een rookgordijn was, waarachter Gorbatsjov zich schuil hield. Waarom was Jeltsin, bepaald geen matineuze geheelonthouder, net die maandag 19 augustus voor dag en douw in het Russische parlementsgebouw? Wist hij wat er op handen was? In Turkije is het nu niet anders. Het tempo van de afrekening door Erdogan is verdacht hoog. En waarom lagen de arrestatielijsten voor het leger, rechterlijke macht en onderwijs klaar?

5. Communicatietechniek

Het is een abc’tje dat na een coup eerst de belangrijkste autoriteiten uitgeschakeld moeten worden. „We moeten allereerst strategische posities bezetten en de regering uitschakelen”, zei Trotski volgens Malaparte. Institutioneel verzet van president, premier, parlementsvoorzitter: iedereen die weerwoord of weerwerk kan bieden, moet in de boeien worden geslagen. Hun zo geëtaleerde onmacht is de macht van de putschist. Trotski kende die symboliek als geen ander. Macht is niet materieel, niet iets dat je kunt pakken. Macht is een afspraak, een constructie. Macht is efemeer.

©

Boven: Luitenant-kolonel Antonio Tejero van de Spaanse Guardia Civil met een pistool in zijn hand in het Spaanse parlement, februari 1981. De coup mislukte.

Communicatie is eveneens belangrijk. Controle over het verkeer door de lucht, over het spoor of het water is cruciaal. Maar omdat putschisten orde willen scheppen, moeten ze daarna hun ideologische greep op de maatschappij verzekeren. Bezetting van krantendrukkerijen, telefooncentrales, post- en telegraafkantoren, radiozenders en televisiestations is daarom een vereiste. Dat was altijd al ingewikkeld genoeg. Maar nu is internet er bijgekomen. Dat medium heb je niet onder controle door een paar internetproviders om de hoek van de kazerne te overmeesteren. Door allerlei sluipwegen en alternatieve verbindingen kan via het wereldwijde web verzet gemobiliseerd worden.

Velen zeggen dat deze moderne informatietechnologie een onoverkomelijk obstakel is geworden voor een coup. Een putschist moet dermate veel knooppunten in de samenleving in handen krijgen, dat het script niet als een samenzwering is op te zetten. Zoveel medestanders moeten op de hoogte zijn van hun taken dat het plan niet geheim valt te houden.

6. Volkswil

Dat betekent niet dat internet vrijzinnig democratisch is. Zonder Facebook zou het studentenprotest op de Maidan in 2013 niet van de grond zijn gekomen. Maar zonder Facetime zou ook Erdogan zijn mensen niet op straat hebben gekregen. Een paradoxaal draagvlak is essentieel: enerzijds polarisatie tussen de elites die de staat ondermijnen, anderzijds een bevolking die orde wil. Zowel coup als contracoup zijn alleen succesvol als het maatschappelijk klimaat meewerkt.

Lees ook dit vragenstuk over Turkije: Wat we wel en niet weten over de coup

Het is geen toeval dat de succesvolste naoorlogse staatsgreep in een Europees land tot op de dag van vandaag de basis van het bestel vormt. Het klinkt boud, maar ik doel op de putsch die generaal Jacques Massu in 1958 in Algerije pleegde om te voorkomen dat de regering van de Vierde Republiek zou gaan onderhandelen met het Algerijnse Bevrijdingsfront FLN. Vanuit Algiers eiste paracommandant Massu dat de macht zou worden overgedragen aan oorlogsheld Charles de Gaulle. Aldus geschiedde. Vier maanden later stemde 80 procent van de Fransen in met de nieuwe grondwet voor de Vijfde Republiek. Weer drie maanden later werd De Gaulle door 79 procent tot president gekozen. De Gaulle wist: referenda schrijf je uit om ze te winnen.

Journaalbeelden van de coup van Jacques Massu in 1958. (De tekst gaat door onder de video.)

De Gaulle bleef ruim tien jaar op die post, mede dankzij Massu. Toen de studentenrevolte van mei 1968 de straat overnam, algemene werkstakingen het land verlamden en de communistische partij flirtte met de langharige ‘verbeelding aan de macht’, vloog president De Gaulle met een helikopter naar het Franse legerkorps in Baden Baden in Duitsland.

De commandant daar? Massu. Wilde De Gaulle vluchten of zich vergewissen van diens loyaliteit? Massu overtuigde De Gaulle ervan de tegenaanval te kiezen. Een dag later ontbond De Gaulle het parlement en liepen er een kleine miljoen getrouwe gaullisten over de Champs-Elysées.

Erdogan heeft het vak niet van de eerste de beste afgekeken.