Gay Talese schreef over de moteleigenaar die zijn gasten bespiedde

Gay Talese Amerika’s beroemdste literair journalist schreef het verhaal op van een voyeur, zonder de feiten erg goed te controleren. Het boek is desondanks fascinerend.

Gay Talese Foto Janette Beckman/Getty Images

Op 7 januari 1980 liet ene Gerald Foos een aangetekende brief thuisbezorgen bij Gay Talese, de vaandeldrager van New Journalism, een vorm van journalistiek die gebruik maakt van literaire middelen. Foos had kennis genomen van Talese’s onderzoek naar seks in Amerika, zoals later opgetekend in Thy Neighbour’s Wife (1981), en meende hem van dienst te kunnen zijn. „Ik ben eigenaar van een klein motel met eenentwintig kamers, in het grootstedelijke gebied van Denver. (…) De reden dat ik dit motel heb gekocht was dat ik mijn voyeuristische neigingen en mijn onweerstaanbare interesse in alle stadia van de manier waarop mensen hun leven leiden – zowel op sociaal als op seksueel gebied – wilde bevredigen, maar ook dat ik een antwoord zocht op de eeuwenoude vraag ‘hoe de mens seksualiteit beleeft in de privacy van zijn eigen slaapkamer’.”

Talese besloot Foos in Denver op te zoeken, waar hij uit eerste hand kennis nam van de roosters die deze in de plafonds had gemonteerd, zodat vanaf de zolder bezoekers konden worden bespied. Die avond keek hij samen met de voyeur naar een stel dat orale seks had. Foos hield alles wat hij observeerde bij in een duizenden pagina’s tellend voyeursdagboek. Hij stemde erin toe dat Talese beetje bij beetje te lezen te geven, maar wilde niet bij naam genoemd worden in eventuele publicaties. Omdat dit tegen zijn gangbare praktijk inging, besloot Talese het verhaal te laten rusten. Maar gedurende de daaropvolgende decennia bleef hij contact houden met Foos én las hij diens aantekeningen. Tot Foos er in 2013 eindelijk in toestemde niet-geanonimiseerd op te treden. Het resulteerde in Taleses nieuwste boek Het voyeursmotel, dat in april al deels in The New Yorker werd voorgepubliceerd. Waarna de bom barstte.

Op pagina 85 van Het voyeursmotel merkt Talese het volgende op: „In de tientallen jaren na onze ontmoeting in 1980 [had ik] een aantal inconsistenties in zijn verhaal gevonden: zo waren de eerste notities in het dagboek uit 1966, maar volgens de documenten die ik van officiële instanties heb gekregen, was de verkoopdatum van het Manor House pas in 1969.” Talese stapt er soepeltjes overheen. „Ik kan niet instaan voor alle details in het manuscript”, schrijft hij. En daarmee is de kous af.

Verzonnen

The Washington Post deed nader onderzoek, en ontdekte dat Foos ook tussen 1980 en 1988 niet de eigenaar van het motel was geweest. Diverse dagboekaantekeningen moesten dus wel verzonnen zijn. Geconfronteerd met de vergaande onbetrouwbaarheid van zijn onderwerp, raakte Talese in paniek. Eerst trok hij zijn handen van het boek af – „de geloofwaardigheid is door de plee getrokken” – om het snel daarna weer te omarmen, mogelijk onder druk van de uitgever. Bloedhonden doken er gretig op en probeerden met terugwerkende kracht een rijke carrière in diskrediet te brengen.

Al te enthousiaste afrekeningen zijn vaak ingegeven door dubbele agenda’s. Zat critici zochten al decennia naar iets om New Journalism met haar pretenties mee te geselen. Bovendien diende zich een mogelijkheid aan een oude seksist, product van het macho-tijdperk, aan de schandpaal te nagelen.

Dus nam ik me voor Het voyeursmotel te lezen zónder het orkest van verhitte stemmen in mijn achterhoofd. De controverse kleurde echter onherroepelijk mijn leeservaring, maar tot mijn verbazing niet louter in negatieve zin. Wel viel Talese flink door de mand.

In opzet is Het voyeursmotel een boek over voyeurisme. Alle mannen, zegt Foos, zijn in hun hart gluurders. En op een bepaalde manier zijn journalisten en lezers evengoed voyeurs. Wij kijken over Foos’ schouder mee, door de luchtroosters, en worden deelgenoot van de verschillende vormen van seks die hij waarneemt en de conclusies die hij eruit trekt, vaak met een schijn van wetenschappelijkheid.

In de loop van het boek maken die – repetitieve – seksbeschrijvingen plaats voor beschouwingen over de treurige staat van menige relatie, over de omgang met Vietnam-veteranen, over onze aard. „Mensen zijn in wezen oneerlijk en onrein”, stelt Foos vast. „Ze liegen en bedriegen en zijn gemotiveerd door eigenbelang. Ze maken deel uit van een fantasierijk vol overdrijvers, valsspelers, bedriegers, intriganten en dieven. Privé zijn mensen nooit wat zij in het openbaar doen voorkomen.”

Ze liegen en bedriegen, jazeker. Een fantasierijk vol overdrijvers, ook dat: het probleem van dit boek in een notendop. Maar niet het enige probleem.

Citaten

Minimaal de helft van Het voyeursmotel bestaat uit citaten uit het voyeursdagboek, wat Foos in zekere zin de co-auteur maakt. Maar omdat een verantwoording ontbreekt, is onduidelijk in hoeverre Talese die dagboeken bewerkt heeft, dit is tenslotte dezelfde journalist die ooit zei dat hij gesprekken nooit opneemt, omdat de opname in tegenspraak zou kunnen zijn met ‘de goede quote’. Ook is duidelijk dat Talese er de kantjes vanaf heeft gelopen wat betreft het verifiëren van feiten en het vergaren van meer bronnen. Het motel is afgebroken en Donna, Foos’ eerste echtgenote en medeplichtige, is overleden. Toch slaagde The Washington Post er vrij vlotjes in het een ander boven water te halen.

Veelzeggend is Taleses omgang met een drugsmoord die Foos zegt te hebben gezien. De politie verschijnt nadat een kamermeisje het lijk gevonden heeft, maar hij dringt er niet bij Foos op aan zich te melden als getuige – mogelijk omdat Talese dan zelf in beeld zou komen. Zoals Talese zich sowieso weinig rekenschap geeft van het laakbare gedrag van Foos, dat met zijn medeweten voortduurt. Pas decennia later doet Talese onderzoek om te kijken of er in de politiearchieven iets bekend is over een lijk op dat adres, rond die datum. Inderdaad: geen misdrijf bekend, meneer. De conclusie – Foos is een fantast – wil zich zelfs dan nog niet aan Talese opdringen.

Dit alles ondermijnt Het voyeursmotel. Mij bekroop gaandeweg het gevoel dat het dagboek voor een groot deel een verslag is van wat de voyeur had willen zien. Gluren is in hoge mate verveling, weet Foos, die meer ruzies en tv-kijkende zombies waarneemt dan hem lief is. Dus verliest hij zich in lyrische herinneringen aan zijn jeugd en de tante die zijn eerste lustobject was. Dus waarom niet in literaire oefeningen in pornografie?

Tegelijk worden er onbedoeld nieuwe lagen aangeboord, die me mateloos fascineerden. Dit boek is óók het verhaal van een man die gezien wilde worden, bij voorkeur door ’s lands beroemdste chroniqueur van het waargebeurde, en die zijn ordinaire voyeurisme verrijkte met zowel een wetenschappelijke als kunstzinnige benadering. En dit is óók het portret van een journalist op glad ijs, die zichzelf wijsmaakt dat hij conform de journalistieke mores opereert.

Het begint er al mee dat Foos zelf contact zocht met de journalist – reden voor terughoudendheid. Bij de eerste ontmoeting is Foos bovendien extreem openhartig. „Ik kende hem nog geen halfuur, en nu al vertrouwde hij me dingen toe als zijn masturbatiegedrag en de oorsprong van zijn voyeurisme.” Zelden had een journalist minder moeite hoeven doen, maar op zijn hoede is hij niet. Zo maakt Foos, bewust of onbewust, gebruik van de grootste zwakheden van elke journalist: honger naar een goed verhaal, sensatiezucht en ijdelheid. Talese is de perfecte sukkel, omdat hij zeer ijdel is – hij schept in dit boek op over de miljoenen die voor zijn filmrechten zijn betaald en het aantal weken dat hij de bestsellerlijsten domineerde. En waren zijn morele grenzen niet altijd al vrij schimmig? Het inhoudelijk bejubelde Thy Neighbours Wife werd bekritiseerd om de gebruikte participerende benadering – in het kader van zijn studie naar seks in Amerika runde Talese eigenhandig een massagesalon, en hij bedroog zijn echtgenote om inzicht te krijgen in ontrouw. In Het voyeursmotel stapt Talese makkelijk over tegenstrijdigheden heen, omdat hij wíl geloven in het verhaal. En, zo vermoed ik, omdat hij is gaan geloven in zijn eigen mythe.

Dubbele gevoelens

Ik sloeg het boek dicht met dubbele gevoelens. Talese had gefaald. Maar het boek had me gefascineerd, zelfs al is het stilistisch vrij mat vergeleken bij zijn beste werk. Vóór alles jeukten mijn handen, omdat ik het materiaal zag voor twee uitstekende romans.

O, was dit maar een roman vanuit het perspectief van Foos, zodat de lezer, die ín de huid van de voyeur kruipt, harder geconfronteerd wordt met zijn eigen voyeurisme. Ook goed: een roman over het psychologische spel tussen een aandachtzoeker en een journalist die door succes lui is geworden. Maar in elk geval: een roman. Niet deze wankele vorm van non-fictie. Tot slot: het liefst had ik bij het aantal ballen n.v.t. gezet, maar dat kan niet. Er staan er twee, omdat ik Talese zijn journalistieke tekortschieten zwaar aanreken. Maar als ik het intrigerende bronmateriaal én de onbedoelde subtekst leidend had laten zijn, waren het er drie of vier geweest. Kiest u zelf wat u het belangrijkst vindt.