‘De deur vloog open in elke bocht’

Niet de bestemming is het doel maar de reis. Daphne Damiaans (29) trok met een oude, uit elkaar vallende, Volvo richting Albanië.

‘Het was een lichtblauwe Volvo PV 544 uit 1958, een ‘kattenrug’ in de volksmond. Hij stond te verroesten in de schuur van de ouders van mijn vriend. We dachten: wat zou het leuk zijn om daarin naar Oost-Europa te reizen. Mijn vriend had net een nieuwe Seat Ibiza gekocht, maar het leek ons extra avontuurlijk om met die Volvo te gaan. Hij liep op gas, dus we rekenden op een goedkope vakantie.

We lieten de auto nakijken en hij werd helemaal rijvaardig verklaard. We vertrokken met bestemming Albanië, op zwarte zaterdag. Mijn vriend en ik zijn allebei optimistisch van aard, dus we dachten: het zal wel loslopen. Maar nauwelijks in Duitsland, belandden we in een eindeloze file. Het was een snikhete dag, en in de Volvo zat geen airconditioning en het raampje aan de chauffeurskant kon niet open. Dus we hadden het warm.

„Ergens in Midden-Duitsland viel de motor helemaal uit. De Duitse wegenwacht, die na uren eindelijk kwam opdraven, moest lachen toen hij onze auto zag. Hij keek onder de motorkap en vroeg: ‘Albanië? Kun je niet beter naar huis gaan?’

„Wij peinsden er niet over onze missie zo snel op te geven. Daar zijn we allebei te eigenwijs voor. Dus toen de man zei: ‘Je kunt het proberen.’ Dachten wij: ok, we gaan gewoon verder.

„We sukkelden met tachtig kilometer per uur over de snelweg, want harder ging dat ding niet. In Slovenië werd het steeds warmer en bergachtiger. De auto raakte voortdurend oververhit en we moesten er elk uur water in gieten. We zaten op leren stoelen in de bloedhitte en ik leerde dat je ook uit je bovenbenen kunt zweten.

„In the middle of nowhere in Kroatië viel de uitlaat er af. De Kroatische wegenwacht sleepte ons naar de stad Slavonski Brod aan de grens met Bosnië. Daar zaten we vast, op ongeveer de ellendigste plek van Europa. Hoge oostblokflats en helemaal niets te beleven. Toen we ergens in die stad de slogan ‘Walk into a fairytale’ zagen, lagen we in een deuk.

„De reparatiekosten waren inmiddels opgelopen tot duizend euro, dus een goedkope vakantie werd het niet meer. In Bosnië belden mijn ouders met het nieuws dat mijn lievelingskat op het punt stond te overlijden. Ik dacht even aan teruggaan, maar met die Volvo zouden we zeker te laat komen om afscheid van hem te nemen. Voor mijn gevoel was de ramp toen wel compleet.

Verloren dop

„Uiteindelijk besloten we gewoon maar te genieten van wat we wel hadden en stelden we onze ambities bij: geen Albanië maar Montenegro. Op een bergpas tussen Bosnië en Montenegro, waar we weer eens in de zinderende hitte in een fikse file stonden, verloren we de dop van de koelvloeistofhouder. Ook vloog de deur aan de bijrijderskant telkens open als we een bocht namen, waardoor ik er bijna uit viel. Die deur plakten we toen maar met duct tape dicht.

„Toch was het leuk om met die Volvo te reizen. Iedereen werd blij van die auto, iedereen zwaaide. In Montenegro vroeg een man of hij er even in mocht zitten. Hij vertelde huilend dat zijn vader precies zo’n auto had gehad.

„We konden niets plannen, want de Volvo dicteerde hoever we konden gaan. Dat bleek eigenlijk wel een mooie manier van vakantie vieren. We kwamen zo op plekken die we zelf niet hadden uitgekozen. Montenegro bleek prachtig. Schitterende natuur, hoge bergpassen waar mensen uit houten hutjes kwamen om te vragen of we iets wilden drinken. We vonden een geweldige, kleine camping in de bergen waar druiven, vijgen en pruimen groeiden.

„Natuurlijk, als het voor de zoveelste keer misging met de auto, zaten we er wel eens doorheen. Maar dan zei een van ons altijd: we vinden wel een oplossing. We hebben nooit ruzie gemaakt. Mijn vriend en ik hebben elkaar tijdens die vakantie heel goed leren kennen. Sindsdien weten we echt wat we aan elkaar hebben.

„Toen we terugkwamen, ging De Volvo weer de schuur in. En daar staat hij nog steeds. We hebben het overleefd, het was onvergetelijk, maar het jaar daarna namen we toch maar de Seat Ibiza.”