Belangen nastreven is beter dan dromen

Foto Emrah Gurel / AP

Brussel opende de champagne toen in 2003 de ‘nabuurpolitiek’ werd geboren. Eindelijk had Europa een instrument in handen waarmee het omringende landen die geen EU-lid waren langzaam onze welvaart en beschaving zou brengen. Van de Balkan en de Kaukasus tot de Maghreb: we gaven ze een waslijst criteria voor good governance, en in ruil kregen zij Europese subsidies en projecten.

Turkije staat niet bij de zestien landen in dit ‘nabuurprogramma: Armenië, Azerbajdzjan, Wit-Rusland, Georgië, Moldavië, Oekraïne, Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, de Palestijnse gebieden, Syrië en Tunesië. Turkije is immers al jaren kandidaat-lid van de Europese Unie, al weet iedereen, ook Turkije zelf, dat het lidmaatschap verder weg is dan ooit. Maar in het licht van de mislukte coup en de zuiveringen waarmee Erdogan reageerde, zijn de lessen van het nabuurprogramma ook relevant voor onze relatie met Turkije. Want met dit programma loopt het, zacht gezegd, niet goed.

„Ik zou er liefst een bom onder leggen”, liet een Europese functionaris zich kortgeleden ontvallen. „Onze buren zijn bijvoorbeeld nooit onder de indruk geweest van onze gender values. Het heeft ze cynisch gemaakt: ze zetten wat woorden in de wet die wij willen horen en vragen dan om subsidies. Zij wilden geld, wij boden alleen onderhandelingen over landbouw of een gepriviligeerd handelspartnerschap. Bij de Arabische lente riepen we nog: Zie je wel, onze criteria hebben effect! Maar het werd een mislukking. Het enige land waar de Arabische lente wel een succes was, Tunesië, hebben we aan zijn lot overgelaten.”

Vorig jaar besloten EU-landen de aanpak flexibeler te maken en prioriteiten te stellen. Het helpt weinig. Het landschap rondom Europa is veranderd. In veel buurlanden is liberalisme vervangen door ultraconservatisme. Soms is er niemand meer om mee te praten, ook niet voor de ‘personal high-level talks’ waarvan het programma rept. Rusland ondermijnt Europese samenlevingen openlijk, Libië en Syrië gaan in vlammen op. De Palestijnen voelen zich door Europa in de steek gelaten. Het Kalifaat ziet ons aankomen met onze onafhankelijke rechters. De Europese invloed op de buren is een fractie van wat het ooit was.

Toen de oorlog tussen Rusland en Oekraïne uitbrak, gebeurde er iets dat nu ook voor Turkije relevant is. Omdat er geen draaiboek was, moesten Europese landen improviseren. Ze gingen om de tafel zitten en vroegen simpelweg: wat is ons belang? Zo ontstonden de sancties tegen een groep Russen en begon het Minsk-proces, waarbij enkele landen (Duitsland, Frankrijk, Polen) bemiddelden tussen Kiev en Moskou. . Vroeger hield Brussel tirades over mensenrechten en deden lidstaten hun eigen ding. Nu zijn er minder opgeheven vingertjes en ontstaat er een soort Europese geopolitiek – gebaseerd op belangen, niet dromen.

In deze terugkeer van ‘bilaterale relaties’ in de Europese buitenlandse politiek zit een les voor de betrekkingen met Turkije. Als wij president Erdogans ‘democratuur’ keihard veroordelen, treffen we vooral onszelf. Die beelden van naakte soldaten zijn vreselijk. Maar hij zal niet buigen voor de EU, die zijn land al decennia in het wachtkamertje vernedert. Europa heeft Turkije, belangrijk NAVO-land, bovendien hard nodig: om migranten te stoppen (vorig jaar kreeg Griekenland dagelijks duizenden vluchtelingen, vorige week 250), om ISIS te bestrijden, als groot handelspartner, doorvoerland voor olie en gas. Tegelijkertijd moet Europa uitvinden wat het Turkije redelijkerwijs kan bieden. Nabuurschap anno 2016: je buren kies je niet uit, maar je moet wel met ze verder.