Baardmannetjes: zen-tv met Nico en Hans

Het derde seizoen van ‘Baardmannetjes’ is begonnen. Het blijft een fijn programma.

Vogelen met Nico de Haan en Hans Dorrestijn.

De wespendief is een „vliegende plank”, zegt vogelkenner en beroepsvogelaar Nico de Haan, er zit „geen bochtje in”, hij heeft een lange staart en een duivenkopje. Dus verwar hem niet met de buizerd, die weliswaar op ‘m lijkt, maar ronder is en sierlijker. Nou, mokt cabaretier en amateurvogelaar Hans Dorrestijn, hij heeft eens een keer „drie kwartier gekeken” naar een zwerm wespendieven „en geen verschil gezien met de buizerd”.

Hans en Nico – alias de Baardmannetjes – staan dan middenin een zonnig bos en kletsen zo veel, dat een beetje schuwe vogel al gevlogen zou zijn voordat ze hun verrekijkers gepakt hebben, maar het deert niet. Ach, zegt Nico, op een vogel moet je toch al niet te veel rekenen: „Meestal als je ‘m zien wilt, zie je hem niet.”

Dat is nogal een ontspannen uitgangspunt en daarom snap je wel waarom het derde seizoen van Baardmannetjes (MAX) in het holst van de zomer begint: het is zen-televisie. Daar hoefde je sowieso al niet naar te zoeken deze week: de televisie biedt dagelijks lange slierten fietsmannetjes en gezellig doorstappende wandelmannetjes (m/v). De echte wandelmannetjesputter, die zich niet alleen samengevat wilde laven aan de Nijmeegse Vierdaagse maar ook aan een livestream, kon terecht op de sites van RTL en NU.nl. Live, de hele wandeltocht! Als je er niet moedeloos van werd, dan toch wel moe.

Nee, dan Baardmannetjes. Dat is, ondanks dat vogelen een weinig televisiegeniek onderwerp lijkt, echt leuk om naar te kijken. Het is goed gemonteerd, gefilmd met oog voor de schoonheid van de bossen, maar leuk blijft het vooral dankzij de lichtvoetigheid en vrolijkheid van Hans en Nico. Hun geginnegap blinkt uit door oubolligheid, dat wel, we kijken immers naar Omroep MAX. Daar staat een gezonde dosis zelfspot tegenover. Daarvoor zit je bij beroepspessimist Dorrestijn – die in intermezzo’s versjes tikt op een tikmachine, op een flexibele werkplek in de openlucht – sowieso goed.

Er zit ook een soort lijn in de aflevering: de tocht door de Leuvenumse bossen, op de Veluwe, staat in het teken van een zoektocht naar de middelste bonte specht. Bij goudhaantjes, kneuen en staartmezen wordt ook stilgestaan, wat voor de mannetjes geen straf is: „Een staartmees heeft geen kopje, maar een snoetje, een kindersnoetje.” En Nico legt ook graag even uit hoe het komt dat de specht „geen hoofdpijn” krijgt als hij zijn nestje uithakt – hij heeft prachtige schokdemping, naar verluidt doet de auto-industrie er studie naar.

Maar de middelste bonte specht is vandaag Hans’ „wensvogel” en dat begrijpt Nico wel, want behalve zeldzaam is die ook zeldzaam mooi. Vinden de mannetjes, en ook boswachter Mirte Smits, met wie ze gaan zoeken. De middelste bonte specht klinkt als een „opgevoerde merel”, weet zij, en de mannetjes verkneukelen zich over de roze verendos op zijn onderlijf. Zijn „lichtroze onderbroek”.

Ze vinden hem niet, maar ach. Ze vinden wel een zwarte specht. Met zijn „goddelijke kruin”. Ook mooi.