Zijn bijnaam was ‘de geestverschijning’

Necrologie Maffiabaas

Bernardo Provenzano (1933-2016) was tot zijn arrestatie in 2006 de belangrijkste man van de Italiaanse maffia. Hij weigerde te spreken.

©

‘Wat U ook besluit, ik ben akkoord”, schreef Matteo Massina Denaro midden jaren negentig in een briefje aan zijn „carissimo oom” Bernardo. Daarbij voor alle duidelijkheid: „Uw vrienden zijn mijn vrienden.”

Het was een teken van respect binnen een grote, patriarchaal geleide familie. Maar toen politie-agenten tien jaar geleden dit en vele soortgelijke briefjes vonden tussen de spullen van ‘oom Bernardo’, wisten ze dat ze goed zaten. Na 43 jaar hadden ze Bernardo Provenzano te pakken, toen de machtigste man binnen de maffia, al een paar keer bij verstek tot levenslang veroordeeld.

De accountant

‘De tractor’, zo was zijn bijnaam in zijn jonge jaren. Met zijn vriend uit zijn geboortedorp Corleone, Totò Riina, was hij aan een bloedige machtsgreep binnen de maffia begonnen, en Provenzano walste daarbij over iedereen heen die hem in de weg stond. „Hij schiet als een god maar heeft de hersenen van een kip”, heeft een spijtoptant van de maffia die hem vooral uit die periode kende, gezegd.

Dat veranderde met de jaren. Naast Riina werd Provenzano ‘de accountant’. Hij gebruikte liever zijn hersens dan zijn wapens en investeerde in supermarkten en een methaanfabriek in plaats van traditionelere zaken als huizen of land. De telefoon vertrouwde hij niet, zijn gezag onderhield hij met getypte of handgeschreven briefjes die door boodschappers werden bezorgd. Vrienden en relaties werden daarin aangeduid met de cijfers twee tot en met 164 – zelf was hij numero uno.

Dat is Provenzano niet altijd geweest. Na de opmars van de Corleonesi in de jaren tachtig was Totò Riina de capo di tutti i capi geworden, de man die bovenaan stond. Maar begin jaren negentig kwam het tot een breuk tussen de twee jeugdvrienden. Inzet was de cruciale vraag of de maffia na een aantal zware veroordelingen frontaal in de aanval moest gaan op de staat, of toch beter in stilte kon blijven werken en proberen zo veel mogelijk politici en agenten te vriend te houden.

Riina koos voor het eerste. In 1992 en 1993 was er een reeks moorden en aanslagen die neerkwamen op een oorlogsverklaring van de maffia aan de staat. In maart werd Salvo Lima vermoord, een prominente politicus die zaken deed met de maffia maar zijn belofte van bescherming niet meer kon nakomen. In mei en juli 1992 volgden moordaanslagen op de maffiarechters Falcone en Borsellino en hun escortes. Het jaar daarna ontploften bommen bij toeristenattracties in Rome, Florence en Milaan.

De geestesverschijning

Provenzano was daar tegen. Hij is veroordeeld als mede-opdrachtgever van de moordaanslagen op de rechters. Maar volgens alle reconstructies heeft hij daarna de maffia op een volledige andere koers gezet. Meer bloedvergieten zou alleen maar een hardere reactie van de staat oproepen.

Na 1993 werd Provenzano de baas binnen de maffia, en sindsdien zijn er geen grote aanslagen meer geweest. Geruchten dat hij zou zijn overleden, ontzenuwde hij en hij bestond het zelfs om als de meest gezochte man van Italië de gezondheidsdienst de rekening door te sturen voor een prostaatoperatie in een kliniek in Marseille.

Uit die periode hield Provenzano een nieuwe bijnaam over: het fantasma, de geestesverschijning. Hij was er wel, maar je zag hem niet. Uiteindelijk is de politie hem in 2006 op het spoor gekomen door een pakket met schone was te volgen, dat in 24 uur een paar keer van handen wisselde maar uiteindelijk werd afgeleverd bij een afgelegen boerenwoning in de buurt van Corleone. Toen de agenten een hand uit de deur zagen steken om de was aan te nemen, kwamen ze in actie.

In de zomer van 2012 hebben politici en justitie een nadrukkelijk verzoek gedaan aan Provenzano, toen al een zieke, oude man, om te gaan praten. Het zou een goudmijn aan informatie zijn geweest.

Provenzano is vorig week in betrekkelijke stilte overleden. Hij was na een val al verward en slecht aanspreekbaar en leed aan Parkinson. Zijn vele geheimen zijn mee het graf in gegaan. Niemand weet waar zijn enorme vermogen is: zijn levenspartner leeft van een sober pensioentje in Corleone, zijn zoons proberen met los-vaste baantjes wat bij te verdienen.

Een maffiakenner als Salvatore Lupo, hoogleraar in Palermo, denkt niet dat de maffia nog zo verticaal is georganiseerd dat één man alle touwtjes in handen heeft. Maar na de arrestatie van Provenzano staat er al tien jaar dezelfde man bovenaan de lijst van de meest-gezochte mensen in Italië: maffiabaas Matteo Massina Denaro, de man die zo’n respectvol briefje aan zijn oom schreef.