Wout Poels ontgroeit de rol van knecht

Reportage Tour de France

Wout Poels (28) is in de Tour van onschatbare waarde voor klassementsleider Chris Froome. Moet hij niet eens voor zijn eigen kansen gaan?

Wout Poels is bezig aan een ijzersterke Tour. Foto BAS CZERWINSKI / ANP

Wout Poels glundert op de stuwdam van Lac d’Emosson, nog net in Zwitserland. Even kijkt hij over het randje om te zien hoe hoog 180 meter eigenlijk is. „Very high”, zegt hij tegen zijn soigneur. Dan stapt hij op de rollerbank om uit te trappen. Trots, en vooral geen spoor van vermoeidheid, terwijl hij zojuist weer beulswerk heeft verricht voor zijn kopman Chris Froome. Hij was de laatste man van Team Sky. Hij genoot van die rol, maar nog meer van de uitvoering. „Zag je hoe ik naar Chris en Richie [Porte] sprong”, vraagt hij guitig aan zijn teammaat Sergio Henao. „Een beetje trekken en weg was Nairo [Quintana, red]. Hoeveel tijd heeft hij eigenlijk verloren? En Mollema?”

Net als vorig jaar begint Poels (28) in de derde week van de Tour op de toppen van zijn kunnen te presteren en blijken zijn inspanningen van onschatbare waarde voor Froome. In 2015 hield hij zijn kopman hoogstpersoonlijk aan de leiding door de schade op Alpe d’Huez te beperken. De meesterknecht zoals die moet zijn, het viel de hele wielerwereld op. En ook dit jaar geldt: als het echt zwaar wordt, leidt Poels de dans.

Zondag neutraliseerde hij aanval na aanval op de Lacets du Grand Colombier. Valverde ging, Poels haalde hem terug. Hetzelfde gebeurde woensdag, toen de weg soms met 12 procent omhoog liep en de temperatuur waarden boven de dertig bereikte. Toen Dan Martin op weg naar Finhaut-Emosson met iets meer gif demarreerde, bepaalde Poels de intensiteit van de tegenaanval. Hij liet Martin een beetje waaien, op een meter of vijf, en vond het na een half minuutje wel genoeg geweest. In zijn wiel die andere giganten – Mikel Nieve en Froome zelf. Om doodziek van te worden, als je niet bij Sky hoort.

Eentonig beeld

TdF_etappe18

Want het geeft zo’n eentonig beeld, die blauwzwarte suprematie. Zware bergritten verlopen volgens hetzelfde recept. Een groepje vluchters is ongevaarlijk voor het klassement en mag daarom strijden om de dagzege. Daarachter legt Sky bergop zo’n hoog tempo aan de dag dat renner voor renner moet passen. In de laatste kilometers blijft een dozijn van de sterksten over, maar die hangen al lang met hun tong op het stuur. Aanvallen is er niet meer bij – ze zijn blij dat ze kunnen volgen. Op die manier bouwt Froome met zijn ploeg gestaag zijn voorsprong uit, nu 2.27 op Mollema. Machinaal sloopwerk is het.

Poels snapt dat het voor de kijkers niet spannend is. „Die zien natuurlijk veel liever een showtje”, zegt hij terwijl hij lurkt aan een bidon waar Wout Recovery op staat. „Met aanvallen van de favorieten. Maar ja, voor mij persoonlijk is dit scenario natuurlijk super. En gaaf dat ik dan nog even mee kan springen met de besten.”

Na zo’n optreden staan de journalisten steevast te popelen met de vraag die hem deze Tour al zeker twintig keer is gesteld, al in Normandië, toen er nog geen meter was gefietst. Moet je niet voor eigen kansen gaan? Weg bij Sky, ergens anders kopman worden. „Nee, want ik werk hier voor Chris”, zegt hij dan koeltjes. „Daar heb ik me bij neergelegd.”

Maar hij begint de rol van meesterknecht te ontgroeien – kijk naar zijn voorjaar: heroïsch winnaar van Luik-Bastenaken-Luik. Een prestatie van historisch formaat. Hij bereikt bovendien zo langzamerhand de leeftijd waarop hij in de kracht van zijn leven is. Hij kan de vruchten gaan plukken van jarenlang trainen, van terugkomen uit geslagen positie na die verschrikkelijke val in de Tour van 2012.

Poels lijkt soms wel sterker dan zijn kopman, al werkt het geschokschouder van Froome misleidend. Het doet een beetje denken aan de rolverdeling Bradley Wiggins – Froome, kopman en knecht in de Tour, vier jaar geleden. In bergritten bleek de geboren Keniaan zo sterk dat hij zijn kopman soms opzichtig uit het wiel reed en dan weer op hem wachtte. Maar volgens Poels is zoiets nu niet aan de orde: „Ik zat wel dik in het rood hoor, daarnet. Anders was ik wel met Chris mee naar de finish gereden.”

Kopmanschap

Maar hij wil er toch even hardop over nadenken, dat kopmanschap. „Volgend jaar zou het al kunnen in de Giro of de Vuelta. Dan moet mijn eerste week alleen nog wat beter.” Lachend: „Maar ik won ook de Ronde van Valencia dit jaar. En dat zijn maar vijf etappes. Dus ik kan het best.”

Groot voordeel dat hij voorlopig nog heeft is dat hij niet elke dag hoeft te stressen. Hij hoeft niet over zijn schouders te kijken, of het moet zijn om te checken of de gele trui zijn wiel nog wel kan houden. Zo kan hij de tijdrit van donderdag op de spaarstand rijden. „Wéér een rustdag”, grapt hij. „Nee hoor, het is heus niet dat ik chillybillybilly naar de finish kan rijden. Ik moet nog wel even finishen.”