Whizzkids hacken zich suf

Nicholas Dickner

In zijn flitsende, bekroonde roman behandelt deze Canadese schrijver de mondialisering op een originele manier. Alles wordt met alles verbonden. Zo opent hij een wereld waarvan velen geen weet hebben.

In een van de essays in zijn bundel Waarom ik lees schrijft Tim Parks dat de toenemende mondialisering ertoe leidt dat de schrijver van nu uitgaat van een internationaal publiek. Obstakels die een publiek van elders zouden kunnen hinderen verwijdert hij en het taalgebruik houdt hij eenvoudig. Toch verschijnen er af en toe romans die erin slagen juist die mondialisering op een volstrekt originele manier te vatten.

Neem Kamer op zee van de jonge Québécoise schrijver Nicolas Dickner (1972), die er de Canadese Prix du Gouverneur Général voor kreeg. Zijn personages zijn op menselijk vlak op het autistische af, maar als een vis in het water achter een computerscherm. De een is dochter van een houtbewerker voor wie een computerprogramma geen geheimen heeft, de ander heeft van kinds af aan maar één passie: hacken wat er te hacken valt, het is een wonderprogrammeur die op zijn achttiende miljonair werd. Het derde personage is gespecialiseerd in identiteitsdiefstal.

Trianguleren

Voor deze jongeren bestaat de moderne wereld uit zoekgeschiedenissen en geheugens, compartimenteren en trianguleren, semi-autonome robots en driedimensionale databases. ‘Ondoorzichtigheid is de hoeksteen van het hedendaagse kapitalisme’. Steeds weer zijn ze op zoek naar een nieuwe uitdaging. Ze raken gefascineerd door het wereldwijde containervervoer, waarbij zich honderdduizenden containers, digitaal gestuurd, over oceanen en rivieren verplaatsen. Hoe vallen die te manipuleren, te sturen, zonder dat iemand er erg in heeft? Het is een bizar experiment, waarbij het meisje een container ombouwt om er maanden in te verblijven zonder opgemerkt te worden, op afstand geassisteerd door haar vriend die de transportlijn onder controle heeft.

Dickners boek is snel, uitermate geestig en opent een wereld waarvan de gemiddelde mens geen weet heeft. Cultuurgebonden kun je deze roman inderdaad niet noemen. Hij heeft geen specifieke nationale of regionale kleur, Dickners taalgebruik is niet te relateren aan het Québec waar hij vandaan komt. Toch is het geen kleurloze roman. Dickner deelt zijn fascinatie voor een wondere, technische wereld met ons, weet aannemelijk te maken dat die onontkoombaar is. Zijn personages blijven wat schematisch, hij is wars van psychologie, zonder van hen digitale aliens te maken. De mondialisering is hun werkterrein, wat zichtbaar was is voortaan onzichtbaar, wat er zich werkelijk afspeelt is bijna niet te traceren.

Maar ook in literatuur van andere werelddelen lonkt de mondialisering. Congo Inc. (2014), bekroond met de Grand Prix de l’Afrique Noir, van de Congolees In Koli Jean Bofane werd betiteld als ‘dé roman van de mondialisering’. In zijn boek maakt Isookonga, een pygmee uit de binnenlanden van Congo, kennis met het wereldwijde web als er in zijn dorp een antenne wordt geplaatst. Hij raakt verslaafd aan gaming, ziet hoe je digitaal handel kunt drijven, laat verzonnen universa opkomen en vergaan. Mondialiseren wil hij, weg van zijn stam, weg uit het woud.

Hij neemt de boot naar Kinshasa, de hoofdstad waar hij verwacht die moderniteit aan te treffen, en fortuin te kunnen maken. Hij komt terecht bij de duizenden dakloze kinderen die de stad bevolken, zet een handeltje in water op met een ondernemende Chinees, lokt een opstand uit. En passant laat Koli Jean Bofane een eeuw gruwelijke oorlogshandelingen uit de geschiedenis van zijn vaderland voorbij trekken. Congo is geen land, betoogt Bofane, maar een onderneming, de belangrijkste voorraad van grondstoffen in de wereld. Zijn taal is hard en helder, zijn humor zwart, zijn stijl zoomt in en weer uit alsof hij een iPad bedient.

Vernieuwender

Er zijn meer Franstalige auteurs, doorgaans in stijl veel vernieuwender dan hun Engels- of Nederlandstalige collega’s, die met dit thema spelen. Voor hun stijl zoeken ze een vorm die erbij aansluit. Emmanuelle Pireyre (1969) bijvoorbeeld, doet dat in Féerie générale (2012), een volstrekt ondefinieerbaar, lastig maar uitermate geestig boek. Ze geeft onze gefragmenteerde wereld weer in de vorm van artikelen, poëzie, whatsapp-berichten, dromen en verbindt James Brown met disco, kazernes met literatuur, de achtertuin met financiële fraude, de hacker met het heldendom. Door haar aandacht voor structuur en de slijtage van het woord plaatst ze zich in de voetsporen van Nathalie Sarraute, haar onderwerp maakt haar door en door 21ste-eeuws.

Ondanks de bezwaren van Tim Parks blijkt toch maar weer dat literatuur, door een flexibel spel te spelen met nieuwe vormen en technische veranderingen in onze wereld, springlevend blijft.

Koli Jean Bofane: Congo Inc : Le testament de Bismarck. Actes Sud, € 22,–Emmanuelle Pireyre: Feerie Generale.L’Olivier, € 23,99