‘We herdenken de onzinnigheid van de burgeroorlog’

Interview Deze week is het tachtig jaar geleden dat de Spaanse burgeroorlog begon. Twee bejaarde broers uit Barcelona die betrokken waren bij de strijd blikken terug op de staatsgreep, het slepende conflict en de naoorlogse periode onder Franco.

de broers Cànovas maakten samen de Spaanse burgeroorlog mee. Foto David Ramos/Getty Images

Samen ze zijn bijna tweehonderd jaar. De broers Alfons Cànovas Lapuente (1917) en Antoni Cànovas Lapuente (1920) maakten tachtig jaar geleden het begin van de Spaanse burgeroorlog van nabij mee en zagen hoe de coup in Barcelona mislukte. Ze deden mee aan de verloren strijd met de republikeinen om Catalonië uit de handen van de troepen van Francisco Franco te houden. De één leed in de naoorlogse periode honger in Barcelona, de ander leefde verbannen in Frankrijk en Marokko.

De twee broers kijken terug op een leven vol markeerpunten en hebben een eigen visie op de toekomst van Catalonië. „Oorlogen zijn nutteloos”, stelt Alfons.

„Alleen met overleg kom je tot elkaar.”

Staatsgreep op 18 juli 1936

Troepen van generaal Francisco Franco veroverden grote delen van Spanje. In Barcelona wisten de republikeinen stand te houden.

Foto David Ramos/Getty Images

Foto David Ramos/Getty Images

Alfons: „We waren ons aan het voorbereiden op de Olympische Spelen die Barcelona had georganiseerd als protest tegen de Zomerspelen in nazi-Duitsland. Die zouden van 19 juli tot 26 juli plaatsvinden. Op 18 juli waren we bij het stadion van Montjuïc toen we hoorden dat er een staatsgreep op komst was. We gingen naar ons huis in de wijk Barceloneta. De volgende ochtend maakten mijn ouders ons wakker. Overal waren schoten te horen. Kogels floten door de straten. Mijn broer en ik besloten te gaan kijken. Misschien deels gegrepen door het avontuur, maar ook omdat we ons betrokken voelden bij onze stad.”

Toni: „Vlak bij ons huis stonden vrachtwagens die vrijwilligers naar het centrum brachten om te vechten. Het volk tegen het leger. Toen we bij de Paseo de Colon aankwamen, zagen we overal lijken. Mensen waren in de vreemdste houdingen gestorven. Vanuit een raam werd op ons geschoten. Ik vond een geweer en loste een schot. Van de terugslag viel ik op de grond. Wist ik veel. Ik was zestien jaar. We lachten van de pure zenuwen. Midden op straat stond een tank. Andere burgers schoten daarmee vol op dat raam. Al snel kwam daar een stok met een witte vlag naar buiten. Dat was onze eerste gewonnen slag.”

Vechten in de burgeroorlog

Spanje raakte van 1936 tot 1939 verzeild in een broederstrijd tussen nationalisten en republikeinen.

Toni: „Ik wilde vechten voor onze vrijheid. Ik stapte vanuit Barcelona op de boot om te strijden voor Majorca. Een kansloze actie. Het leger was veel te sterk. Mijn beste vriend werd naast me door zijn hoofd geschoten. Hij stierf in mijn armen. Zulke momenten blijven je altijd bij. Net zoals het beeld van een Engelse guerrillera die haar kleren uittrok en voor me in het water sprong. Het was de eerste keer dat ik een naakte vrouw zag.”

Alfons: „Onze vader was een arbeider. Hij wilde niets met politiek te maken hebben. Ons liet hij vrij. ‘Pak nooit wapens op tegen je eigen mensen’, was zijn enige boodschap. Vanuit Barceloneta vertrokken mijn broer en ik samen met acht anderen als burgers naar Barbastro. We wilden iets doen. Mijn vriendinnetje was daar zwaar op tegen. Maar haar verzet maakte mijn wil om te gaan alleen maar sterker. We gingen El Frente de Aragón helpen. Aanvankelijk zonder wapens. We brachten medicijnen of munitie. Later heb ik wel geschoten. Maar ik heb nooit iemand gedood. Ik was een lafbek. Ik stak nooit mijn hoofd boven de greppel uit. Ik wilde niet dood.”

Tekst gaat verder na de video:

Bombardementen op Barcelona

De hoofdstad van Catalonië werd een aantal keren zwaar getroffen door Italiaanse troepen die Franco hielpen.

Toni: „We waren elkaar uit het oog verloren. Maar op 19 januari 1938 stonden we opeens zij aan zij bij de slag om de Ebro. Deze datum zullen we nooit vergeten. Onze vader overleed op dezelfde dag bij één van de zwaarste bombardementen op Barcelona. Uitgevoerd door Italiaanse troepen. Hij was aan het werk in zijn tuin bij de haven. Een huisje stortte boven op hem in elkaar. We hoorden dit nieuws pas zeven of acht dagen later. Toen was hij al begraven.”

Alfons: „De dood van onze vader was een enorme klap. De Duitsers hebben hun spijt betuigd aan de Basken voor het bombardement op Guernica. Tot op de dag van vandaag zijn er nooit Italiaanse excuses gekomen voor de bombardementen op Barcelona. Ik zou het ze willen vergeven, maar vergeten zal ik het nooit meer.”

Naoorlogse periode

Dictator Franco hield stand van 1939 tot aan zijn dood in november 1975.

Foto Koen Greven

Op het plein Sant Felip Neri in Barcelona zijn nog altijd de sporen van de bombardementen uit 1938 zichtbaar. Foto Koen Greven

Alfons: „Na de verloren strijd tegen Franco ben ik teruggegaan naar Barcelona. Dat kon, want ik was nooit ergens officieel lid van geweest. Misschien dat niet iedereen dit een dappere keuze vond. Maar ik moest voor mijn moeder zorgen. Die stond er met mijn zusje van acht en een broertje van vier jaar helemaal alleen voor. We leefden in pure armoede. Aan alles was gebrek. In dat opzicht was het nog zwaarder dan de oorlog zelf.”

Toni: „Ik heb Alfons nooit iets kwalijk genomen. Maar als lid van de socialistische partij moest ik vluchten. Net als honderdduizenden anderen ging ik bij Frankrijk de grens over en kwam ik terecht in het kamp van Argelers. Van daaruit kreeg ik werk in Brest, totdat de Duitsers binnenvielen. Ik heb me verkleed als Franse matroos en monsterde aan op één van de zestig schepen die nog konden vertrekken. Ik kwam zo terecht in Marokko, waar we een spoorlijn moesten bouwen. We saboteerden dit werk. Ik werd opgepakt en kwam vijf jaar vast te zitten in een cel bij Kénitra. De Amerikanen hebben Marokko later bevrijd. Aanvankelijk waren die heel goed voor ons. Ze gaven kauwgum en tabak. Maar als we onze vrijheid wilden, moesten we ons aansluiten bij hun leger. Dat weigerde ik uiteraard. Pas in 1963 kon ik met behulp van een voetbalvriend van de Spaanse ambassade terugkeren naar Barcelona. Een droom kwam uit.”

Catalonië of Spanje?

De roep om onafhankelijkheid is groot. De helft van de Catalanen zou zich af willen scheiden.

Toni: „We waren voor de staatsgreep van 1936 altijd een gelukkig gezin geweest. Mijn vader was vijf keer naar Amerika geweest om geld te verdienen. We hadden voldoende om een huis te kopen. Door Franco is alles vernietigd. We herdenken nu deze maand vooral de onzinnigheid van de oorlog. Ik ben blij dat ik dat nog samen met mijn broer kan doen.”

Alfons: „Ik ben met het vriendinnetje van vroeger getrouwd. Daar kwam dus toch een happy end aan. De Catalanen ontwikkelen zich misschien wat sneller dan anderen. We hebben bewezen dat we goed voor onszelf kunnen zorgen, maar kregen de kans daar niet voor. Ik ben vervangend burgemeester van Barcelona geweest in 1970. Later heb ik de transitieperiode van dichtbij meegemaakt. Een deel van onze vrijheid is terug. Ik heb nooit een onafhankelijk Catalonië nagestreefd. Van een klein ding wordt vandaag de dag een berg gemaakt. Al pratende moeten we elkaar begrijpen. Laten we leren van het verleden. Schud elkaar de hand. Eet samen. Als Catalanen en Spanjaarden. Als één volk.”