Wat een terrorist drijft weten Ieren als geen ander

Iedereen kende wel een terrorist in Ierland, schrijft de Ierse journalist . Daarom spoort hij zijn landgenoten aan hun beschamende ervaringen te delen met een door terreur geplaagd Europa.
Muurtekening van militanten in Belfast. Foto Rieger Bertrand / Hollandse Hoogte

Na elke gruweldaad vult de ether zich met terrorismedeskundigen. Zij proberen het gat dat de laatste onbeschrijflijke daad heeft geslagen met ratio te dichten. Bij ons in Ierland is iedereen zo’n expert. Geen verworvenheid waar we prat op gaan. Of die we zelfs maar erkennen.

Toch weet vrijwel elke 40-plusser van dit eiland meer van terrorisme dan de meeste academische experts. Tijd dat we deze kennis niet alleen opbiechten, maar er ook iets positiefs mee doen. Ieren hebben waardevolle inzichten opgedaan, waarvan ik er hier graag drie met jullie wil delen.

Het eerste is dat mensen die monsterlijke daden steunen of plegen niet per se monsters zijn. Wie van de Ieren kent niet iemand die gruweldaden goedpraatte, geld doneerde, lid was van een partij die banden had met een terreurorganisatie of zelf terroriseerde? Vanuit die persoonlijke ervaringen zijn we ongerust: terroristen of sympathisanten kunnen aangepast en fatsoenlijk overkomen. Dat wil echter niet zeggen dat terreurorganisaties geen psychopaten aantrekken, want dat doen ze wel. Pleegt zo’n gek een aanslag, dan gaat daar een wrang soort geruststelling vanuit: het is makkelijker afstand nemen. In Ierland leven we helaas met de ervaring dat de man of vrouw die in staat is een café op te blazen, best eens een naaste, vriend of collega kan zijn.

We weten dat de grens tussen wij en zij, beschaafden en barbaren, niet zo helder is als we zouden willen bij het zien van zo’n bloedbad in Nice. Met onze kennis, hoe onaangenaam ook, kan de wereld haar voordeel doen. Ze leert ons dat de woorden die na aanslagen over onze lippen komen – ‘hersenloos’, ‘kwaadaardig’, ‘monsterlijk’ – emotionele noodkreten zijn, geen adequate aanduidingen. Terrorisme is niet hersenloos, maar kent een serieus doel: het wil in dit geval een conflict aanwakkeren. Met walging alleen komen we er dus niet. Om op terroristen te reageren moeten we begrijpen wat ze willen, en hoe we dat kunnen dwarsbomen – niet door voortdurend ‘oorlog’ terug te roepen.

Ten tweede: terrorisme is geen virus dat enkel vat heeft op mensen buiten de gevestigde orde van blanke Europeanen en Amerikanen. Terrorisme is niet inherent aan islam, sterker: wij Ieren zijn vooral bekend met terrorisme dat op katholieke leest is geschoeid. In het bijzonder begrijpen wij de martelaarscultus. Kijk 66 Days, de documentaire over de hongerstaking van Bobby Sands in 1981.

Wat heeft de wereld aan de Ierse ervaring? Wij lieten zien hoe dom het is een godsdienst in de ban te doen, enkel omdat sommigen die zich ermee identificeren terroristen zijn. Donald Trump zou baat hebben bij een spoedcursus Troubles, een geschiedenisles in het Noord-Ierse conflict. Les 1: IS heeft even weinig met de islam te maken als de IRA met het katholicisme.

Ten derde begrijpen Ieren hoe onverstandig het is een gemeenschap te criminaliseren. Maar weinig blanke, West-Europeanen weten hoe het is om voortdurend onderwerp van achterdocht te zijn, enkel om wie je bent of hoe je praat. Wij weten dat wel. En ook dat het averechts werkt. Wie niets met terreur te maken heeft, wordt behandeld als sympathisant. Dat wekt wantrouwen op naar de autoriteiten en verzwakt de informatiepositie van overheden.

Willen we solidair zijn met de slachtoffers die de afgelopen jaren bij aanslagen in Europa vielen, dan moeten we deze drie inzichten delen in een internationale dialoog. Onze gemeenschap bracht de doeltreffendste en veerkrachtigste terreurorganisaties ter wereld voort. Dat moeten wij Ieren eerst durven erkennen. Als we daar klaar voor zijn, hebben we de wereld waardevolle lessen te leren.

Fintan O’Toole is columnist en auteur van het boek A History of Ireland in 100 Objects. Dit artikel verscheen eerder in The Irish Times.