Wat voorafging: Op het station van Torez werd Natan door separatisten opgesloten in een koelwagon, tussen de stoffelijke overschotten. Een stationschef bevrijdde hem.

Feuilleton in 60 afleveringen

24/60

President Tsaar op Obama Beach

A.F.Th. van der Heijden

Wat voorafging: Op het station van Torez werd Natan door separatisten opgesloten in een koelwagon, tussen de stoffelijke overschotten. Een stationschef bevrijdde hem.

De trams van Charkov waren rood met beige, net als die in Den Haag. Buiten het hotel stapte ik op de lijn die me naar de uitgaansbuurt moest brengen, een soort Oekraïens Stratumseind. Mijn camera’s had ik in de kluis achtergelaten, maar onderweg gaf ik mijn ogen goed de kost. In het voorjaar hadden de pro-Russen hier een coup gepleegd. Bezetting van stadhuis en politiebureau, maar ze hadden de inwoners niet achter zich gekregen. De machtsgreep had in het stadsbeeld nauwelijks sporen achtergelaten, al begreep ik van een medepassagier dat overheidsgebouwen hun deuren voor alle zekerheid barricadeerden met zandzakken – aan de binnenkant, keurig uit zicht.

De tram passeerde hardrockcafé Taras Boelba. De reusachtige gitaar tegen de gevel brandde al, maar z’n neonlicht legde het voorlopig nog af tegen de zon. Ik stapte verderop uit bij restaurant Khirkov. Volgens de menukaart in de vitrine had het open moeten zijn, maar het was dicht. Had ‘agent’ Lina gebluft over de geplande aanslag, of was de uitbater er langs een ander kanaal over ingelicht? Binnen waren de tafels volledig gedekt, met de servetten tot witte puntmutsen gedraaid. Ik liep de honderd meter terug naar Taras Boelba. Betonrock daverde me tegemoet. Ondanks het vroege middaguur was de caféruimte al aardig gevuld. Waarom ontmoetten jonge mensen elkaar in zo’n tent, waar niemand elkaar kon verstaan, en zelfs liplezen er niet bij was omdat iedereen, vergeefs, z’n scheur te ver opentrok?

Vast van plan om elk halfuur terug te keren naar het restaurant om te zien of er iemand was aan wie ik mijn waarschuwing kwijt kon, ging ik met een groot glas bier achterin staan. Net op dat moment kwam Poolse Lina binnen. Als ze me gevolgd was, zou je verwachten dat ze om zich heen keek tot haar ogen me gevonden hadden. Ze droeg een nogal mannelijk aandoende aktetas onder de arm. Misschien moest ze een andere agent-provocateur documenten overhandigen, en was daarvoor een ongewone locatie uitgekozen. Om bij de bar te komen moest Lina zich tussen de schouder aan schouder staande gasten door worstelen. Ik kon uiteraard niet horen wat ze bestelde, maar ze maakte met haar vinger een roerende beweging. Wodka-lime, schatte ik. Om haar handen vrij te hebben voor de betaling zette ze de aktetas tegen de koperen voetstang die langs de hele lengte van de bar was aangebracht. Ze liep met haar drankje naar het midden van de ruimte, waar een open plek was. De stomme koe: ze vergat haar tas. Ik bleef even staan kijken hoe ze met nerveuze slokjes haar wodka-lime wegwerkte, en stapte toen op haar toe. Haar ogen werden groot, en ze zette meteen haar glas op de schap rond een pilaar. ‘Kom mee.’

‘Lina, ik ben hier net.’

‘Meekomen… nu.’ Ze wierp een blik op haar horloge. ‘Doe wat ik zeg.’

‘Ik vermaak me uitstekend hier.’

Haar stem zwenkte van bazig naar smekend: ‘Alsjeblieft, Natan, ga met me mee.’

‘We kunnen toch eerst samen iets drinken, en daarna… de bedden in het hotel hebben leeuwenpoten, maar ze lopen niet weg.’

Lina rukte me het bierglas uit de hand, en plaatste het naast de wodka-lime. Ze schroefde haar vingers rond mijn pols, en probeerde me achter zich aan te trekken richting uitgang. ‘Lina, wacht, ik moet nog betalen.’ Steeds meer mensen draaiden lachend hun hoofd naar ons om. Lina liet me los, uit mijn mededeling waarschijnlijk concluderend dat ik wel degelijk van plan was te vertrekken. ‘Snel dan.’ Zo, die had er haast mee. Zeker op de heenweg een orthodoxe kerk ingeschoten, en zich weer door het crucifix laten opwinden. Ik elleboogde me een weg naar de bar, en trok op de tast een bankbiljet tevoorschijn. In het halfduister herkende ik de kop van Ivan Mazepa: een briefje van tien. Ik deed nog een poging de hryvnja’s naar euro’s om te rekenen, maar dat liep door de voetstampende aanmaningen van Lina op niets uit. Ik wierp het geld op de bar, en hurkte neer om de aktetas tussen de benen van de gasten door te manoeuvreren, waarbij ik met het stugge leer nog lelijk een vrouwenkuit bezeerde en een trap met een naaldhak ternauwernood wist te ontwijken.

‘Hier, die vergat je bijna.’

‘Zet terug, die tas, idioot,’ siste Lina uitzinnig in mijn oor. Ik wist nu wel zeker dat er geheime documenten in zaten. De persoon die volgens afspraak de tas onder de bar uit moest nemen, keek nu waarschijnlijk, opgaand in de clientèle, geërgerd toe. Ik was met enkele grote stappen terug bij de bar. Het bankbiljet lag er nog. Ik schoof het wat verder in de richting van de ober. ‘Zo is het goed.’ Hij keek er met opgetrokken wenkbrauw naar. Ondertussen liet ik zo onopvallend mogelijk de aktetas neer in de smalle ruimte tussen koperen stang en barbeschoeiing.

Handtekening A.F.Th. van der Heijden

Het vijfentwintigste deel van dit feuilleton verschijnt zaterdag 23 juli op nrc.nl/afth.