‘Militair gezien loopt Duitsland de kantjes er vanaf’

Deze zomer onderzoeken onze correspondenten een cliché of mythe over hun land. Vandaag Juurd Eijsvoogel over de veronderstelde militaire passiviteit van Duitsland.

De aanleiding

Het is een veel gehoorde en hardnekkige klacht binnen de NAVO en bij politieke analisten: Duitsland mag een economische en politieke grootmacht zijn, maar militair neemt het zijn verantwoordelijkheid niet. Het grootste en rijkste land van Europa verschuilt zich achter zijn gruwelijke oorlogsverleden, om bij internationale conflictsituaties aan de zijlijn te blijven staan met zijn strijdkrachten.

Waar is het op gebaseerd?

Het is waar dat Duitsland in militaire aangelegenheden, meer dan zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, nog altijd een geval apart is. Het land is lid van de NAVO, maar koestert zijn ‘cultuur van terughoudendheid’ zodra het over oorlog gaat. Dat zie je terug in de taal.

Heeft de hoogste militair in andere landen een titel als Commandant der Strijdkrachten, in Duitsland staat de Bundeswehr onder leiding van de ‘Generalinspekteur’ – alsof-ie de boeken controleert.

En dan het woord ‘oorlog’. Voor Duitse politici en de bevolking blijft het moeilijk zichzelf weer als deelnemers van een oorlog te zien. Zo was het land al jaren militair actief in Afghanistan, toen de toenmalige minister van Defensie het in 2009 eindelijk waagde om van ‘oorlogsachtige toestanden’ te spreken.

En, klopt het?

In de praktijk neemt Duitsland actief en vaak langdurig deel aan allerlei multinationale militaire operaties. Toen ISAF, de internationale NAVO-missie in Afghanistan, ten einde liep meldde Duitsland zich als eerste voor de vervolgoperatie. Duitsland heeft troepen in Mali en Kosovo, het gaat een bataljon in Litouwen leiden (waarvoor ook Nederland troepen levert) om in NAVO-verband de Baltische landen te steunen, het neemt met schepen en manschappen deel aan anti-piraterijmissies en het steunt de oorlog tegen Islamitische Staat in Irak en Syrië – zij het niet met bombardementen, maar met onder meer verkennings- en tankvliegtuigen.

Dat laatste is kenmerkend voor de Duitse terughoudendheid. En het is ook een bron van irritatie bij bondgenoten die wél zoals dat heet, opereren in het hoogste geweldsspectrum. „Duitsland is vaak voorzichtiger dan andere landen graag zouden zien”, zegt Henning Riecke van de denktank Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik. Daarbij komt dat Duitsland soms ‘nee’ zegt tegen deelname aan een operatie als andere bondgenoten wel ten strijde trekken. Zoals in 2011, toen Duitsland geen steun gaf aan de VN-resolutie die de interventie in Libië mogelijk maakte.

En doet Duitsland wél mee, dan op behoedzame wijze. In Afghanistan waren de voorwaarden die Berlijn stelde aan de inzet van zijn militairen berucht bij de NAVO. Alleen onder specifieke voorwaarden mocht geschoten worden, alleen bij daglicht mocht gereisd worden. Honend zeiden Amerikanen over Duitse militairen dat ISAF voor hen betekende: I Saw Americans Fight.

Maar langzaam verandert de Duitse opstelling. Vorige week werd regeringsbeleid, neergelegd in een witboek, dat de Duitse strijdkrachten een actievere rol moeten gaan spelen. De defensiebegroting is dit jaar met 1,7 miljard verhoogd tot 36,6 miljard euro, tot 2020 zal de groei 10,2 miljard bedragen. En het ministerie werft 7.000 extra militairen.

Conclusie

Ondanks zijn oorlogsverleden doet Duitsland mee aan allerlei multinationale missies. Soms meldt het land zich als eerste voor zo’n operatie. Wel is het daarbij terughoudend in het soort materieel of mankracht dat wordt ingezet. De stelling dat Duitsland de kantjes er militair vanaf loopt, beoordelen wij als grotendeels onwaar.

Juurd Eijsvoogel

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt