‘Maak de dader niet te belangrijk’

Media

Media moeten geen grote portretten van daders maken. Daarmee lok je kopieergedrag uit, zegt psychiater Park Dietz.

Leidt berichtgeving in massamedia tot massamoord? Volgens de vooraanstaande Amerikaanse forensische psychiater Park Dietz heeft onophoudelijke mediaverslaggeving over bloedbaden, mass shootings, terroristische aanslagen en de gedetailleerde informatie over daders grote invloed op kopieergedrag van toekomstige daders. Zijn stokpaardje: overvloedige berichtgeving over massamoord veroorzaakt gemiddeld één nieuwe massamoord in de komende twee weken.

„Aandacht is de belangrijkste reden dat er zo frequent een massamoord plaatsvindt”, zegt Dietz telefonisch vanuit Newport Beach, Californië. De psychiater onderzocht talloze seriemoordenaars en werd onder andere bekend door zijn onderzoek naar de daders van de schietpartij op de Amerikaanse middelbare school Columbine (1999, 13 doden). „Te vaak hebben media daders verheerlijkt en hun biografieën uitgelicht tot het belangrijkste nieuwsverhaal. Potentiële daders, vaak jonge mannen die al suïcidaal zijn, zien daarin een boodschap: hij is zoals ik, ik ben zoals hij. Het appelleert aan precies datgene waarnaar zij zoeken: aandacht.”

Lees ook over het gebruik van het woord ‘terrorist’ Psychopaat? Nee, maar wat dan wel?

„Het is een onbedoeld gevolg, want media doen dat niet met de bedoeling meer doden te veroorzaken, maar om meer publiek te trekken”, zegt Dietz. „Media realiseren zich niet dat massamoord vaak een vorm van zelfmoord is.”

Bovendien zijn media bepalend voor het dominante beeld dat ontstaat over een massamoord. „Bij de schietpartij op Columbine legden media de focus op de persoonlijke problemen van de jonge daders en het pesten op school. Dat was ook een belangrijk onderdeel, maar de jongens hadden ook duidelijke nazisympathieën. Er was dus een politieke ideologie aanwezig, maar die is nauwelijks bekend.”

Daarom adviseert Dietz media al decennia terughoudend te zijn met de informatie de ze uitzenden over massamoord. „Vooral Amerikaanse media hebben daar, met hun 24/7 breaking news uitzendingen, een handje van”, zegt hij. „Nu, na 25 jaar, begin ik soms resultaat te zien. Anderson Cooper van CNN was de eerste belangrijke anchor die mijn advies opvolgde: bij de verslaggeving over de schietpartij op de Seattle Pacific Universiteit in 2014 noemde hij wel de namen van de slachtoffers, maar niet van de dader. Dat was een cruciale verandering.”

Tegelijk begint ook de rol van media te veranderen, signaleert de psychiater. „Waar daders in het verleden vaak rekenden op media als middel om hun postuum beroemd te maken, worden media tegenwoordig vaker ingezet als propagandamiddel door terreurgroepen als Islamitische Staat. Zij gebruiken deze kanalen om hun potentiële volgers precies te instrueren hoe en waar zij aanslagen kunnen plegen en hoe zij daarvoor worden beloond.”

Dietz ziet het als een gemakkelijke manier voor terreurgroepen om – vaak reeds beschadigde – personen aan te moedigen aanvallen tegen hun vijanden te plegen. „Dat zijn vaak mensen die al andere motieven hebben geweld te plegen, en op deze wijze door terreurgroepen gratis worden ingezet.”

Hij noemt dit „domme volgers” die „gratis werk verrichten en hun levens geven voor een doel dat niet het hunne is en voor een organisatie die niets om deze individuen geeft”.

„Het is ironisch”, zegt Dietz. „Terroristische groepen, vaak vijanden van de VS, krijgen mensen op deze wijze zover moorden te plegen in Amerikaanse stijl.”