Laten we drinken op dat we het oneens zijn

©

De Facebookpagina Nederland mijn Vaderland heeft 250.000 leden. Dat is enorm veel voor Nederlandse begrippen. Het lijkt op het eerste gezicht een kneuterige, onschuldige plek met nostalgie naar een vervlogen tijd waarin ‘alles nog goed was’. Trots op zaken als de Wingerdse Molen in Bleskensgraaf wordt afgewisseld met chauvinisme over ‘onze mariniers’ in den vreemde.

Het zal niemand verbazen dat op een Facebookpagina als deze ook regelmatig berichten geplaatst worden over thema’s als de islam, asielzoekers, ‘criminele Marokkanen’ en Zwarte Piet. Ook zal het niemand meer verbazen dat in reacties op deze berichten de ene na de andere wens – soms letterlijk duizenden – tot deportatie, genocide en andere vormen van grof geweld volgt. ‘Terug naar hun apenland!’, is een van de meest populaire zinsneden. Interessant is dat de meeste reacties van ‘gewone mensen’ zijn: ouders, grootouders – soms met foto’s van hun kleinkinderen op hun profiel – en de bakker om de hoek.

Hoewel sociale media openbaar zijn, geven ze de gebruikers toch de illusie dat ze alleen zijn. Veel mensen uiten daar hun primaire, diepste gedachten, zonder de filter van sociale controle. Ik volg daarom Nederland mijn Vaderland al jaren op de voet. De pagina gaf me zelfs inspiratie voor de titel van mijn boek.

Bijzonder verheugd was ik toen ik een paar maanden geleden in discussie ging met Thomas van Elst, beheerder van Nederland mijn Vaderland. Het was een panelgesprek voor de radio. De overige panelleden waren erg boos op Thomas. Hij zou meehelpen aan ‘haat zaaien’. Na afloop zag ik hoe Thomas in een hoek werd gezet en werd gekastijd door mensen uit het panel en het publiek.

Terwijl ik vind dat Thomas niet het probleem is. Integendeel, hij biedt een platform aan mensen die er een ontzettend kleinburgerlijk en xenofoob wereldbeeld op na houden. Hij laat zien wat – volgens peilingen – tussen de veertig en vijftig procent van ons land al decennia denkt over ‘hun’. Dankzij Nederland mijn Vaderland wordt het eindelijk inzichtelijk en ligt het op tafel. Des te jammer vond ik het om afgelopen maandag een berichtje te krijgen van Thomas: „Hey Zihni, we zijn in de ban gedaan door Facebook nadat veel mensen ons hebben gerapporteerd”.

Een moedeloze zucht kon ik niet onderdrukken. Behalve sjoelen is onze andere Hollandse traditie de mond snoeren van mensen met wie je het oneens bent. We hebben geen echte debatcultuur. Zie bijvoorbeeld onze rare wetten tegen belediging waar landen met een Angelsaksische debatcultuur keihard om moeten lachen. Wanneer we een mening abject vinden doen we er aangifte tegen of rapporteren we het bij werkgever of sociaal medium.

Zo was de tegenhanger van Nederland mijn Vaderland de populaire Facebookpagina Tattas be Like. Aanhangers van Nederland mijn Vaderland hebben op hun beurt vorig jaar Tattas be Like massaal gerapporteerd waardoor die pagina helaas niet meer bestaat.

Zou het niet mooi zijn als we in een land zouden leven waarin we open in debat gaan met elkaar? Dat het normaal zou zijn dat je na een keiharde discussie samen een biertje drinkt? Dat we, naar het Franse Verlichtingsadagium, ons leven zouden geven om het recht op vrije meningsuiting te verdedigen van mensen wiens mening we totaal abject vinden?

„Zihni de pagina lijkt weer terug”, smst Thomas me dinsdag. Mooi. Er is hoop. Nu Tattas be Like nog. En Thomas? Met hem ga ik binnenkort een biertje drinken, gewoon omdat ik het oneens ben met veel van zijn standpunten.

Zihni Özdil is historicus en auteur van Nederland mijn Vaderland (Uitgeverij De Bezige Bij).