Kritische journalist gedood door autobom

M/V in het nieuwsPavlo Sjeremet

Een prominente Wit-Russische journalist kwam woensdag om door een autobom. Of was die voor zijn vrouw bedoeld?

Onderzoekers inspecteren de auto van journalist Pavlo Sjeremet, die in het centrum van Kiev om het leven werd gebracht. Foto Reuters/Valentyn Ogirenko

‘Kremlincriticus’ en ‘persoonlijke vijand van president Loekasjenko’, zo luidden enkele beschrijvingen van Pavlo Sjeremet, de populaire Wit-Russische journalist die gisteren door een autobom in het centrum van Kiev om het leven kwam. Maar het belangrijkste aan hem, aldus een collega, was zijn brede glimlach. „Sjeremet kon zó hard lachen, zó aanstekelijk en zonder zorgen, zoals alleen kinderen kunnen lachen of volwassenen met een schoon geweten”, aldus Katerina Gordejeva, journalist bij nieuwssite Meduza.

De 44-jarige Sjeremet was op weg naar de studio van Radio Vesti waar hij een populaire ochtendshow presenteerde, toen de auto waarin hij reed explodeerde. De bom, bevestigd onder de wagen, zou op afstand tot ontploffing zijn gebracht.

Naast zijn radiowerk schreef Sjeremet voor internetkrant Oekraïnskaja Pravda, waarvan zijn echtgenote Olena Prytula hoofdredacteur is. Of de bom voor Sjeremet of voor Prytula was bedoeld, is nog onduidelijk. Prytula heeft na de aanslag bewaking gekregen.

Vrienden verklaarden tegen de Russische krant Novaja Gazeta dat het paar al enige tijd zou worden gevolgd. Beiden maakten gebruik van de kleine rode Sedan die woensdagochtend uit elkaar werd gereten.

„De bom was zo krachtig, dat de stukken mijn kiosk binnen vlogen”, vertelde een kioskhoudster aan nieuwssite Radio Free Europe. De krant Oekraïnskaja Pravda werd in 2000 opgericht door de beroemde journalist Grigory Gongadze die in datzelfde jaar verdween en later onthoofd werd teruggevonden.

De 44-jarige Sjeremet was een bekend journalist in zowel Oekraïne, Rusland als Wit-Rusland. Hij ontving meerdere internationale persprijzen. Hij genoot aanzien om zijn kritische houding ten opzichte van de autoriteiten en zijn strijd voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting. De journalist woonde pas vijf jaar in de Oekraïense hoofdstad, waar hij naartoe was verhuisd nadat hij ontslag had genomen bij de Russische zender Eerste Kanaal. Als hervormer en aanhanger van de Oekraïense Majdan-revolutie was hij kritisch op president Poetin en de opstelling van de Russische media die volgens hem ‘jacht maakten op journalisten die afweken van Kremlin-propaganda’.

Ook in zijn geboorteland Wit-Rusland kreeg Sjeremet het meermaals aan de stok met de overheid. In 1997 zat hij drie maanden vast vanwege een kritische reportage. Daarna ging Sjeremet, die ook de Russische nationaliteit had, in Moskou aan de slag voor de Russische televisiezender ORT, dat later Eerste Kanaal werd. In 2004 belandde hij in het ziekenhuis nadat hij in Minsk in elkaar was geslagen om zijn oppositiewebsite ‘Wit-Russische Partizaan’.

Na de aanslag werden sociale media overspoeld door condoleanceberichten van collega-journalisten, politici en activisten uit binnen- en buitenland. President Porosjenko zegt geschokt te zijn door de moord. De Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) noemt de aanslag een aanval op de persvrijheid in Oekraïne. Toedracht of motief voor de moord zijn nog onbekend. Collega’s van Sjeremet leggen een verband met verhalen waaraan hij werkte over corruptie en misdaad.