Ik heb nooit beloofd dat ik je planten water zou geven

Drie gedichten had Michel Faber geschreven toen zijn vrouw Eva ziek werd en niet lang daarna aan kanker overleed. Een dichter was hij dus niet en hij had ook geen plannen in die richting, maar het verdriet moest toch omgezet worden in woorden. Blijkbaar vroeg de aanleiding om een andere taal dan die in hij in zijn vaak nadrukkelijk geconstrueerde romans gebruikt. Zelfs de verwerking van haar dood in zijn veel geprezen Het boek van wonderlijke nieuwe dingen vroeg toch om een andere vorm.

Opvallend is het verschil tussen drie ‘oude’ gedichten en het rouw-werk: de vroege gedichten zijn poëtisch op een traditionele, bijna clichématige manier, zoals een typische romanschrijver denkt dat poëzie moet zijn: rijk aan beeld en klank en met veel herhaling: ‘We do not fear to die, to ebb away. / What we fear is endless days / of torture, / forced intimacy / with a body that’s not our own.’

Zo bedachtzaam is de rest van Undying. A Love Story niet. De gedichten zijn concreet, letterlijk, beladen met inhoud maar onderkoeld van vorm. ‘The planning of your death / leaves a lot to be desired’ – zo begint een gedicht waarin Faber (1960) praktische situaties opsomt die haar dood met zich meebrengt, ‘onhandig’, zo middenin de vakantie.

De bundel valt in tweeën uiteen: de eerste helft documenteert de ziekte, de schrik, de ellende, het verval. Die gedichten zijn hard, zakelijk. Zonder terughoudendheid beschrijft hij haar huidkanker in alle lelijkheid. De melanomen omschrijft hij als mislukte tepels, en ook het korte gedicht waarin hij beschrijft hoe hij het bloed uit een pruik spoelt, is pijnlijk om te lezen. De gedichten lijken veel op in stukjes gehakte dagboekfragmenten. Sterk verhalend, en van heel dichtbij. Niet ontwijkend, niet sentimenteel: direct, rauw.

Het tweede deel van de bundel beschrijft de periode na haar dood. Want Faber wilde niet stoppen bij ziekte en dood, hij is ondanks alles op zoek naar afronding. Dat blijkt uit twee gedichten die beide ‘Lucencies’ heten. Het ene staat in deel I, en daarin verwijst de titel naar de noodlottige lichte vlekken op een MRI-scan, die aangeven waar het weefsel zwak is. In het tweede gedicht met die titel zijn de ‘lucencies’ de lichtpuntjes die het bestaan van Eva in de wereld heeft nagelaten.

Het is een blik met iets meer afstand. En die maakt het mogelijk om de ervaringen en het verdriet nadrukkelijker vorm te geven. Nog steeds levert dat onderkoeld woedende regels op, zoals het ‘Besides, it’s over’, waarmee hij zichzelf toespreekt op het moment dat hij even het gevoel heeft dat ze alleen maar ergens anders logeert.

Maar in het tweede deel staan ook de gedichten die de meeste indruk maken, zoals ‘Don’t hesitate’, over wat er door zijn hoofd gaat wanneer onmachtige vrienden en bekenden zeggen dat hij niet hoeft te aarzelen als ze iets voor hem kunnen doen. Ja, hij weet wel wat, of ze hem naar God kunnen brengen – ergens in het midden van het universum – want hij heeft wat vragen voor hem. Ook het gedicht waarin hij zich afvraagt of hij haar planten nog water moet geven, is sterk. Die planten zijn makkelijk in leven te houden, maar waarom zou hij: ‘I never said I’d keep your plants alive.’ De woede tegenover een stel kamerplanten maakt de onmacht van zijn emoties het beste voelbaar.