‘Ik bén Jan Janssen, zei ik tegen die kerel. Hij werd helemaal gek’

Interview Jan Janssen

Oud-Tourwinnaar Jan Janssen (76) werd gisteren in het zonnetje gezet in de plaats waar hij 52 jaar terug wereldkampioen werd.

©

In het Village Départ komt een fotograaf op Jan Janssen afgestapt, blind voor de wereld om zich heen. Janssen is in gesprek, maar David Vuillermoz kan zijn enthousiasme niet in toom houden. „Ik heb u zien winnen in 1964”, roept hij veel te hard – hij staat op een meter van de oud-wereldkampioen. Janssen kijkt verstoord op, maar zodra hij een camera op zich gericht ziet, neemt hij een glimlachende pose aan. „Toen was je nog een klein kereltje zeker. Merci, merci.”

Janssen zet een handtekening in een boek en zegt dan geroutineerd: „Zo, waar waren wij gebleven?”

Die septemberdag in 1964 is de reden waarom Janssen deze donderdagochtend samen met Eddy Merckx en Bernard Hinault de nummer laatst in het algemeen klassement mag wegschieten voor zijn klimtijdrit van Sallanches naar Megève.

De drie giganten uit de wielersport werden allen wereldkampioen in de straten van Sallanches – Merckx en Janssen tegelijk in 1964, respectievelijk als amateur en bij de profs, en Hinault zestien jaar later.

Jochie van tien

De Tourorganisatie zet ze een dag in het zonnetje. Janssen slaapt samen met zijn vrouw Cora in een luxueus hotel in Megève en onthulde deze morgen vroeg al een standbeeld van Hinault. „Mijn naam staat er ook bij, hoor. In roestvrijstaal. Dat gaat de tand des tijds doorstaan”, zegt Janssen (76) trots.

Dan betrekt zijn gezicht. „Ik vind het leven veel te snel gaan. De burgemeester van Sallanches zei vanmorgen dat hij een jochie van tien was toen ik wereldkampioen werd. Poe, dat geeft te denken.”

Het is ook al tweeënvijftig jaar geleden dat Janssen wereldkampioen wielrennen werd, op drie kilometer afstand van waar hij nu handtekeningen staat uit de delen en praatjes maakt met mensen van zijn generatie – jonge mensen hebben geen idee dat hier een groot renner uit vervlogen tijden staat.

Op de Route Nationale van Chamonix naar Genève rekende Janssen na een wedstrijd over 290 kilometer in de miezerregen in een sprint a trois af met Raymond Poulidor en Vittorio Adorni. Hij was net prof, een jonge vent van 24 uit Nootdorp, niemand hield hem in de smiezen.

Maar ze hadden kunnen weten waartoe hij in staat was – drie maanden eerder bracht Janssen de groene puntentrui naar Parijs en in 1963 won hij de Touretappe van Angers naar Limoges.

Een week voor het WK was Janssen naar Lyon gereisd om bij ploegmakker Henry Anglade te logeren. Op donderdag reden ze samen naar Sallanches, dik driehonderd kilometer verderop.

Anglade had het daar al gezien: „Toi, champion du monde, dimanche”, was wat Janssen ervan begreep. Anglade kreeg gelijk. „Ik had superbenen, echt super”, herbeleeft hij met gebalde vuisten. Hij kan zich iedere seconde levendig herinneren. „Poulidor ging ervandoor op een zware col bij Passy, ohh, wat een demarrage. Maar ik liet hem even razen, ik kon met hem spelen die dag. Boven keek ik hem recht aan. We zeiden niets, maar ik wist wie de sterkste was.”

De Italiaan Vittorio Adorni kon aanklampen en het trio reed zij aan zij op de finish in Sallanches af. Even maakte Janssen zich zorgen. Wat als hij zou gaan winnen? „Ik sprak amper tien woorden Frans joh. Geen idee wat ik op zo’n podium zou moeten zeggen. Maar toen ik dat spandoek van de finish zag, vloog ik, en op de streep had ik twee lengtes voorsprong”, vertelt hij „Die huldiging daarna viel alles mee. Het was zo simpel toen, een klein podium, een paar hekken. Ze draaiden alleen Wien Neêrlands Bloed, en niet het Wilhelmus. Maar toch werd ik emotioneel.”

Grote doorbraak

De wereldtitel in Sallanches betekende Janssens grote doorbraak in het peloton. „Hij kreeg overal aanbiedingen om aan de start te verschijnen”, weet echtgenote Cora nog, destijds vijf maanden zwanger van hun eerste kind. „Hij was ineens bekend. En nog steeds, kijk maar hoeveel aanspraak hij heeft. Ik vind er niks aan, maar voor Jan is het leuk.”

Die aandacht is er sindsdien altijd en overal. Het is waarom Janssen al jaren niet meer zomaar komt opdraven bij een evenement. Maar zelfs in de bergen wordt hij herkend. Vorige week fietste hij in zijn eentje in de buurt van skioord Valfréjus, waar zijn dochter Karin woont. Zag hij een man voor zich rijden, kon hij het toch niet laten er naartoe te springen en in het wiel te gaan hangen.

Janssen: „Toen die kerel zag dat ik Janssen-kleding droeg, vroeg hij of ik bij de fanclub hoorde. Nee, zei ik, ik bén Jan Janssen. Nou, hij werd helemaal gek. Ik ben maar even wat met hem gaan drinken. Kijk, dat vind ik nou leuk. Lekker verhalen vertellen.”