Het festival is ons antwoord op de waanzin

Reportage Avignon Op het Festival d’Avignon proberen theatermakers te reageren op geweld en terrorisme. „Het festival moet een onruststoker zijn.”

De harde mistral laat de feloranje vlaggen van het Festival d’Avignon klapperen in de straten. Het beeldmerk dit jaar is een paard dat achteruit trapt en zijn vrijheid wil. Maar een koord aan zijn bit houdt hem vast. „Het is een teken van opstand”, zegt Oliver Py, directeur van Frankrijks beroemde theaterfestival, „een metafoor voor de kunst.” De drie jaar geleden aangetreden acteur, regisseur en dichter nam dit jaar in de programmering veel stukken op over geweld en barbarij. De meeste voorstellingen worden niet alleen op het festival opgevoerd, maar toeren erna door het land. Jaarlijks kiest Py minimaal drie stukken voor jonge bezoekers: „Jeugdtheater is een vector voor culturele democratisering. Als een kind al jong naar toneel gaat, zal hij later in zijn leven niet denken dat theater niet voor hem is. We moeten de sociologie van het publiek zien te veranderen.”

Complexe relatie tussen moeder en dochter

Daarom nodigde Py dit jaar de Nederlandse auteur Lot Vekemans uit. Tien keer wordt Truckstop, in de regie van Arnaud Meunier, gespeeld in de prachtige zestiende-eeuwse Chapelle des Pénitents Blancs. Zeker de helft van het publiek is onder de twintig jaar, de heel jonge bezoekers zitten vooraan, op lage houten bankjes. Het toneeldecor is kaal, vier wit-grijze tafeltjes met aan iedere kant een caféstoel, achter iedere tafel een vierkant raam, met gehaakte gordijntjes. Het is het interieur van Truckstop, een restaurant voor vrachtwagenchauffeurs, dat ooit druk werd bezocht en beroemd was om de kwaliteit van de gehaktballen. Inmiddels komt er geen sterveling meer, doodgeconcurreerd door de McDonald’s om de hoek. Gezellig was het er vroeger, vertelt de eigenaresse, soms wilde ze wel eens dat er een bezoeker bleef, „maar wat moet je zeggen: aimez-moi?”

Het stuk draait om de complexe relatie tussen moeder en dochter. Moeder, ijzingwekkend sterk gespeeld door Claire Aveline, wil Truckstop redden en haar puberdochter bij zich houden. Ze heeft het niet op haar vriendje. Er wordt gelachen – het thema wordt duidelijk herkend door het jonge publiek. Vrijwel aan het begin wordt prijsgegeven dat de drie personages niet meer leven, twee zijn omgekomen bij een ongeluk, de derde is vermoord. Vijf kwartier puzzelt het publiek met de chronologie van het verhaal, dialogen en monologues intérieurs wisselen elkaar af, heden en flashback volgen elkaar op. Je zit in een spannende psychologische thriller, met een dramatisch einde. „Het leek wel een vulkaan”, zegt een van de tieners achter me. „Je denkt dat alles rustig is, en ineens barst het uit.”

Verpletterend theateravontuur

Vekemans is trots dat haar stuk in Avignon staat. Onlangs stond ze in de NRC Cultuur Top 100 van de bekendste Nederlandse kunstenaars in het buitenland. Ze was verrast, maar ze is „niet zo met dat soort dingen bezig”, zegt ze. „Ik ben booming in Duitsland, daar wordt elke week wel een stuk van me gespeeld. Gif was mijn ticket to the world, in november gaat het in New York in première en daarna in Beijing. In Mexico en in Uruguay was het ook een groot succes, iedere cultuur heeft zo zijn eigen relatie met het universele thema.”

Voor zijn festival is directeur Olivier Py niet bang extreem lange stukken te programmeren. In de traditie van het evenement, waar ooit Le soulier de satin van Claudel en de epische stukken van Ariane Mnouchkine werden gespeeld, nodigde hij de jonge regisseur Julien Gosselin uit zijn twaalf uur durende voorstelling 2666 op het festival in première te laten gaan. 2666, naar het ruim duizend bladzijden tellende boek van de Chileense schrijver Roberto Bolaño, is een verpletterend theateravontuur waar je tollend uitkomt. Nu eens heb je het idee in de bioscoop te zitten, dan weer in een rockconcert, een video-installatie of een nachtclub – het duizelt je. Trouw volgt Gosselin de rode lijn van het boek, een studie van de menselijke waanzin en het kwaad, dat met zijn vijf delen en tientallen personages even duizelingwekkend is.

In het eerste deel gaan vier universitair docenten op zoek naar een obscure twintigste-eeuwse schrijver, van wie niemand weet wie hij in werkelijkheid is. Elf uur later wordt dat, in het vijfde en laatste deel, onthuld – en met die identiteit komt zijn hele bizarre familiegeschiedenis aan het licht. In de tussentijd hebben we de gruwelen en idiotieën van de twintigste eeuw aan ons voorbij zien trekken aan de hand van een eindeloze reeks beelden en monologen, via een boek aan een waslijn, grafieken van filosofen, aforismen van Gorbatsjov, de preek van een Black Pantheroprichter, orgieën en veel seks.

Samenwerken met Ivo van Hove

Amusement wil Gosselin niet maken: „Het moet ook soms ongemakkelijk zijn.” Dat is hem gelukt. Het vierde deel, dat ruim twee uur duurt en bestaat uit harde repetitieve elektrorock en geprojecteerde namen van vermoorde jonge vrouwen in Mexico, is een lange zit. Het stelt, net als de honderden bladzijden in Bolaño’s boek, de vrouwenhaat in Zuid-Amerika aan de kaak. Het is een afgrijselijke en indrukwekkende ode aan al die verkrachte jonge vrouwen, een j’accuse van nu. „Al dat geweld, ik word er wanhopig van”, zegt Gosselin. „We praten en praten en wat heeft het voor zin. Maar we moeten kunst blijven maken. Bolaño beschouwde literatuur als een samoeraigevecht tegen het geweld in de wereld. Die strijd zullen we niet winnen, maar we moeten blijven vechten.”

De komende tijd gaat hij samen met Ivo van Hove werken aan een nieuw project. „Ivo en ik maken allebei bewerkingen van literatuur. Ik heb een Franse, meer literaire benadering, ik houd de rode lijn van het boek aan. Die duur heb ik nodig om bij het publiek de intense, intieme ervaring te scheppen, die je ook krijgt bij het lezen van dit meesterwerk. Ivo neemt een paar zinnen uit een werk, het hart ervan, en gaat daarmee aan de slag.”

Gosselin heeft met 2666 vooral een verhaal te vertellen, de vorm staat in dienst van het narratief. Alle moderne techniek zet hij maximaal in, zodat je bij de les blijft: het decor bestaat uit grote langwerpige dozen die schuiven, draaien, rollen en tevens dienen als enorme videoschermen. Daarop wordt geprojecteerd wat er op de vlakke vloer eronder gebeurt, vaak in meerdere scènes naast elkaar. In hun lange, in hoog tempo uitgeschreeuwde monologen, lijken de acteurs meer uit te zijn op effect dan op subtiliteit. Gosselin: „Die teksten zijn een frontale metafoor voor de wereld, de waanzin van nu.”

Het festival als antwoord

Subtieler vertolkte waanzin, humor en geometrische schoonheid vind je op het festival bijvoorbeeld bij Espaece, van regisseur Aurélien Bory. Het stuk is gebaseerd op Especes d’espaces van Georges Perec en staat in de Grand Opera van Avignon. De vergane glorie van het theater en het verschoten pluche staan in schril contrast met de kale zwarte achterwand van de voorstelling. Ook deze productie is een puzzel waarbij je als kijker aan het werk moet. Voor je ogen voltrekt zich een wonderlijke chemie: een operazangeres, een clown, een balletdanser en een acteur toveren het metershoge, flexibele decor om tot kasteel, draaimolen, klimrek, honingraat, boekenkast en schuilplaats in een schitterende, strak gestileerde choreografie. Nooit eerder zag ik een danseres zo intiem, sierlijk en geestig performen met een boek in haar hand. ‘Leven is van de ene ruimte naar de andere gaan, en daarbij zoveel mogelijk proberen niet tegen elkaar aan te botsen’, luidt het motto van Perec dat Bory als uitgangspunt nam voor deze voorstelling.

Op het moment van de aanslag in Nice zat Olivier Py aan tafel met president Hollande, die naar Les damnés van Ivo van Hove zou gaan. Py is aangeslagen door de aanslag, maar blijft strijdbaar: „Het festival moet een onruststoker zijn, de voorstellingen spreken heel goed over de verzwakking van het politieke bestel, over de opkomst van het populisme, over terrorisme. Het festival is ons antwoord.”

Festival d’Avignon. T/m 24 juli in Avignon. Inl: festival-avignon.com2666 is van 17 t/m 21 mei 2017 te zien in de Stadsschouwburg in Amsterdam.