Geheime schatten uit garage, hangar en jachthaven

Mobiel erfgoed De Daf Club, Solexclub Vroem Vroem, de Vereniging van booteigenaren ‘Oude Glorie’ – veel van het mobiele erfgoed van Nederland is in handen van particulieren. Om dat bewegende erfgoed toegankelijk te maken voor een groter publiek, stelde minister Bussemaker vorige week 900.000 euro beschikbaar voor een virtueel mobiliteitsmuseum. Wat staat er zoal in particuliere garages, jachthavens en hangars? Een voorproefje op papier.

Affiche voor Solex uit de jaren vijftig.

Solex Vereniging Nederland

Het overleg- en samenwerkingsverband van de ca. 15 Nederlandse Solexclubs, samen goed voor zo’n 800 leden.

Begeleid door het Accordeola Ensemble zong Max van Praag in de jaren vijftig het ‘Solex-lied’: „Op een Solex, op een Solex zit je als een miljonair/ Je hoeft maar op te stappen/ En dan maar fietsen zonder trappen.” In het naoorlogse Nederland was de Franse fiets met hulpmotor op het voorwiel een megasucces. Van de 7 miljoen exemplaren die van de snorfiets avant la lettre werden gebouwd, kregen er 700.000 een Nederlands kentekenplaatje.

Ynte ‘Solex’ Kuindersma (67) is voorzitter van zowel Solex-Vereniging Altijd Onder Weg als van de overkoepelende Solex Vereniging Nederland. „Ik ben geboren op een Solex, mijn ouders hadden er beiden eentje.” Gehuld in lange leren jas en een pothelm („Onze bedrijfskleding”) maken de leden regelmatig toerritten. „Dan zien we alleen maar big smiles onderweg.”

In 1969 verdween het merk van de markt. Kuindertsma: „Met een Solex kon je als jongere geen meisje meer krijgen.”

Inmiddels wemelt het weer van de verhuurbedrijven die de nostalgische Solexen aanbieden voor bedrijfsfeesten: vrolijke teambuilding op wielen.

Toch zit het nostalgische vervoermiddel door de uitstoot in het verdomhoekje. Kuindertsma is bij Rutte geweest, en de premier bij hem in Joure. Het lobbywerk heeft niet mogen baten: binnenkort is de Solex taboe in de grote steden.

HKBC – Holland Kadett-B Club

Foto Roel Bazen

Cor, Ab en Cock van der Laak met hun B-Kadett. Foto Roel Bazen

Vereniging met 80 leden, in 1999 opgericht met als doel de Kadett-B en Olympia-A modellen van Opel niet uit het straatbeeld te laten verdwijnen.

De Opel Kadett hoort bij ons land als karnemelk en coffeeshops. Geen automerk heeft hier zo sterk aan de particuliere massamotorisering bijgedragen als Opel.

Tot 2004 was Opel hier 36 jaar lang marktleider. Eén op de zes auto’s had rond de eeuwwisseling het embleem met de bliksemflits op de motorkap. Het kritische AVRO-lid Cor van der Laak, het onvergetelijke typetje van televisiecabaretier Kees van Kooten, vatte de importantie van het merk eens kernachtig samen: „Het gezin in Nederland is de hoeksteen van de Opel Kadett.”

De Kadett is inmiddels goeddeels vervangen door zijn opvolger, de Astra. Maar Arjan van Woerkom, bestuurslid van de Holland Kadett-B Club, blijft trouw aan zijn 44 jaar oude, metallic bruine Kadett-B. De onderhoudsmonteur uit Baarn verlangt niet een auto met stuurbekrachtiging en airconditioning: „Doe mij maar een echte auto, eentje zonder poepelegein.”

Zijn club organiseert regelmatig toerritten. En soms is er een ‘hoofdmeeting’, waar ook bezitters van een Kadett A, een Kadett C of een Rekord welkom zijn. Opelliefhebbers onder elkaar – „Het is een gevoel”, zegt Van Woerkom.

Stichting 162

Foto IWM

De locomotief van de Stichting 162 in juli ’44 in Normandië. Foto IWM

In 2009 opgerichte stichting voor het conserveren van spoorwegmaterieel uit de Tweede Wereldoorlog. In bezit van oorlogslocomotief NS 162.

De rol van de spoorwegen bij de bevrijding van Europa wordt zelden op waarde geschat. Dat zegt Hans Altena, voorzitter van de Stichting 162. Tussen 1942 en het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn in Groot-Brittannië en de VS zo’n 100.000 wagons en locomotieven gebouwd om de troepen aan het front te bevoorraden. Altena: „Voor iedere militair waren nog zeker acht andere mensen aan het werk in het logistieke apparaat, zoals de geallieerde spoorwegen, de Military Railway Services.”

De 162 is in 1941 in het Britse Lancashire gebouwd en na D-Day via het Normandische strand aan land gebracht. Een krachtige, slechts 7,5 meter lange oorlogslocomotief, die door de NS na de bevrijding nog is ingezet in Groningen en Friesland, om te eindigen bij de Willem-Sophia Mijn in Limburg.

Het Nederlands Spoorwegmuseum had in 2009 geen interesse voor de oorlogslocomotief, toen een grote collectie bewaard NS-materieel werd overgedragen. De veertien actieve leden van de Stichting 162 hebben zich daarna over de machine en twee Amerikaanse oorlogswagons ontfermd. Sinds 2012 staat de locomotief in Hoorn en wordt een paar keer per jaar gedemonstreerd op de museumlijn Hoorn- Medemblik. Altena: „Jonge generaties tonen wij zo waar onze vrijheid vandaan komt.”

Stichting Exploitatie van de Catalina PH-PBY

Foto St. Catalina

De Catalina PH-PBY. Foto St. Catalina

De Consolidated PBY Catalina is onlosmakelijk verbonden met het koloniale verleden van Nederland. Tussen 1941 en 1957 bezat de Marine Luchtvaartdienst 72 exemplaren van dit multi-inzetbaar amfibievliegtuig. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werden ze in de Nederlands-Indische archipel gebruikt voor patrouilles en reddingsoperaties, voor bombardementen en als onderzeebootbestrijder.

Van de ruim vierduizend gebouwde Catalina’s vliegen er wereldwijd nog maar vijf. Christiaan Soeteman, gezagvoerder bij de KLM, bestuurt de PH-PBY regelmatig. „Niet moeilijker dan een Boeing 737, maar anders.”

Op 15 augustus zal de Catalina voor de tweede keer een fly-over maken bij de jaarlijkse herdenking bij het Indisch Monument in Den Haag. Toen in 1942 de Japanse invasie dreigde zijn veel landgenoten in Nederlands-Indië met Catalina’s naar Australië geëvacueerd. Soeteman: „Die fly-over maakte vorig jaar zoveel emoties los, dat de intentie is om daar een traditie van te maken.”

Soeteman, die ook voorzitter is van de Nationale Federatie Historische Luchtvaart, is blij met de subsidie voor een mobiliteitsmuseum: „Wie niet goed voor zijn verleden zorgt, is de toekomst niet waard.”