Gáán ze eens participeren, luistert niemand

Reportage Inspraak

Rotterdam wil graag dat burgers meedenken over het beleid van de gemeente. Maar bij de bouw van een school in een woonwijk gaven ze de bewoners amper inspraak. Een aantal bewoners verzet zich. „Je mag niet meepraten.”

Foto’s David van Dam

Het Vredenoordplein in Rotterdam-Kralingen ligt ingesloten tussen grijze, lage flats. De basisschool op het plein staat sinds een jaar leeg. Er waren te weinig leerlingen. Nu spelen er buurtkinderen op het schoolplein. En op het betegelde voetbalveld, het speeltuintje en rond de stenen tafeltennistafel.

Straks komt op de plek van de verlaten basisschool een middelbare vmbo-school met vierhonderd leerlingen. Het Melanchton Kralingen zit nu een eind verderop aan de brede en drukke Oudedijk, maar dat pand vindt de schoolleiding al jaren ongeschikt. Eerder zou de school op een ander plein in de buurt komen, maar na protest van omwonenden daar – en de sluiting van de basisschool – werd het het Vredenoordplein.

Ook daar is lang niet iedereen blij met de komst van de school. Zerha Kayhan bijvoorbeeld. Ze staat met twee buurvrouwen te kletsen op het schoolplein. Vierhonderd leerlingen op dit plein? Het is heel klein: ongeveer 130 bij 80 meter. Die jongeren hangen er allemaal rond in de pauze en na schooltijd. Dat betekent ook vierhonderd fietsen en scooters. Veel auto’s als er rapportbesprekingen zijn. En veel minder ruimte voor de kinderen. Haar kinderen zijn groot, maar al die kleintjes. Ze wijst naar de spelende kinderen op het plein.

En tóch gaat Zerha Kayhan niet protesteren. Het heeft geen zin, denkt ze. De gemeente luistert daar niet naar, denkt ze. En dat zegt ook de oma van zeventig die even verderop naast het speeltuintje op een bankje zit. Haar kleinzoon van zeven hangt op z’n kop in het klimrek. Ook zij vindt de middelbare school geen goed plan. „Het is zo’n gezellig plein, nu”, zegt ze. „Maar je kan het toch niet tegenhouden. En misschien ben ik er wel te oud voor om op de barricaden te gaan staan.”

Er is maar één rijtje huizen waar bewoners wél weerstand bieden. Het zijn de acht klushuizen aan de kant van de Wollenfoppenstraat. De eigenaren van die huizen waren net twee jaar bezig met het opknappen van hun grote woningen toen ze mei vorig jaar bij toeval hoorden dat op het plein voor hun huis een middelbare school zal verrijzen. De nieuwe school wordt drie verdiepingen hoog. Een van de bewoners is Julie Adams, haar huis is bijna af.

Zij maakt zich zorgen over het gebrek aan speelruimte voor de kinderen die rond het plein wonen, rondhangende jeugd op het plein, scootertjes, vele fietsen en fietsenrekken, onveilige verkeerssituaties in de smalle straten, parkeerdruk. En vooral ook: nog meer steen in een dichtbevolkt stukje Rotterdam. Net als de andere bewoners die er hun mond over houden. Maar zij klaagt wél.

Rondhangende jeugd

Onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA) nam het besluit om de school hier naartoe te verhuizen. Hij denkt dat de school het plein juist een boost zal geven. „Laten we wel wezen, het ziet er nu niet uit.” Van rondhangende jeugd zullen de bewoners weinig last hebben, verwacht hij. Er komt een schoolplein voor de vierhonderd scholieren, de school heeft beloofd om ze binnen de hekken te houden. „Desnoods voeren ze pauze op verschillende momenten in.” Dat gaat niet lukken, zegt Julie Adams. „Je houdt jongeren van veertien, vijftien of zestien niet op zo’n klein schoolplein.”

Het Vredenoordplein is een voorbeeld van de weerbarstigheid van burgerparticipatie. Rotterdam ziet haar burgers bij voorkeur participerend, mondig en betrokken, zegt de stad – net als elke andere gemeente. Voor de zorg voor ouderen, zieken en anderszins hulpbehoevenden rekent het Rijk sinds kort zelfs op participatie van de burger. Maar in de praktijk is het soms lastig.

„Je kunt niet de hele dag vergaderen”, zegt De Jonge op de vraag of hij de bewoners niet had kunnen betrekken bij de keuze voor de school op het Vredenoordplein. Hij vindt de protesten van de bewoners van de klushuizen „flauw”. „Het kan niet zo zijn dat degene die het hardst roept, ook de meeste aandacht krijgt.” „Als de gemeente geen mondige burgers wil, had ze geen klushuizen moeten verkopen”, zegt Julie Adams.

Aanfluiting

Hoogleraar algemene sociologie Godfried Engbersen aan de Erasmus Universiteit vindt dat Rotterdam deze casus niet handig heeft aangepakt. Als burgerparticipatie zich beperkt tot mantelzorg en vrijwilligerswerk is het een aanfluiting, zegt hij. „Als je burgerparticipatie belangrijk vindt, en dat vindt Rotterdam, dan moet je ook met de burgers in gesprek als het om complexere zaken gaat. De invulling van een plein voor je deur is nou bij uitstek een onderwerp dat bewoners belangrijk vinden. Die voelen zich serieus genomen als ze daarover vooraf kunnen meepraten. En niet alleen achteraf als het gaat om waar de bloembakken komen.”

De gemeente moet dan niet alleen met de bewoners van de klushuizen in gesprek, maar juist ook met de minder mondigen, zegt hij. „Het is hun taak een brug te slaan tussen beide groepen.”

Hij is overigens niet op voorhand tégen een school op het plein. „Scholen hebben een belangrijke maatschappelijke functie. Ze kunnen het kloppend hart van een wijk worden. Je moet alleen goed zoeken naar de beste plek.”

De groep aan de Wollenfoppenstraat ploos uit wat er aan de hand was. De school, zo bleek, was al tien jaar geleden een nieuwe locatie beloofd. Er zijn „wel tien” andere locaties bekeken, zegt De Jonge. Uiteindelijk was gekozen voor een andere locatie, een vergelijkbaar plein bij de Assendelftstraat, ook omringd door woningen. Dat plein had al een maatschappelijke bestemming, zodat het bestemmingsplan niet hoefde aangepast.

Maar dát plein ligt in een betere buurt. Het ligt een kleine kilometer verderop. Toen de omwonenden van dat plein erachter kwamen dat er een middelbare school zou worden gebouwd, waren ze behoorlijk pissig. De gebiedscommissie tekende bezwaar aan en niet lang daarna wijzigde het plan: de school zou op het Vredenoordplein komen.

Zonder overleg

Hugo de Jonge zucht diep als hij het hoort. Precies op dat moment ging de basisschool op het Vredenoordplein dicht en daarmee kwam die plek vrij, zegt hij. „Het heeft niets te maken met bewonersprotest.” De Jonge is voor inspraak, zegt hij, „maar op het goede moment”.

Bij het vaststellen van het bestemmingsplan, toen het plein een onderwijsbestemming kreeg. Die bestemming is begin 2014 herijkt, toen stond er nog een basisschool.

En nu wil hij graag met bewoners praten over hoe de school wordt ingepast in de wijk – parkeerplaatsen, verkeersstromen, groen, enzovoorts.

En er zijn ook bewoners die meepraten over het plein mét school. Maar De Jonge wil niet praten over de vraag óf er een school komt. De wethouder is bevoegd om – binnen het bestemmingsplan – te bepalen waar scholen komen. Zonder overleg.

De Jonge geeft toe dat de procedure beter had gekund. Hij had vooraf met de gebiedscommissie kunnen overleggen over de meest geschikte plek voor nieuwbouw, zegt hij, ook al hoeft dat formeel niet. De gebiedscommissie, die in 2014 de deelgemeente heeft vervangen, geldt als de stem van de bewoners. Zij zijn kenners van de buurt bij uitstek, die zich buigen over welzijn en veiligheid en de buitenruimte van de wijk.

De gebiedscommissies hebben een beperkt mandaat, zegt Engbersen. „De gemeente moeten het overleg met de burgers zelf zoeken.”

„Dat nieuwe model is geïntroduceerd met de belofte van meer inspraak voor de burger”, zegt Rens Overdam (VVD), voorzitter van de gebiedscommissie Kralingen-Crooswijk. „Dan is het handig om vooraf advies te vragen. Dat vergroot het draagvlak van zo’n beslissing.” Met de komst van de gebiedscommissies zijn verwachtingen geschapen. „Maar de praktijk is weerbarstiger”, zegt Overdam. „Het beleid wordt centraal gemaakt, landelijk of aan de Coolsingel.”

Plantenbak

Wat Julie Adams vooral steekt is dat de gemeente Rotterdam graag wil dat bewoners participeren. „Maar alleen als het hun uitkomt. Je mag een plantenbak of vuilniscontainer aanvragen. Maar je mag niet meepraten over de leefbaarheid van je eigen wijk.”

Wethouder De Jonge: „Er komt een school hè, geen verslaafdenopvang. Het zijn de kinderen uit de wijk zélf die daar op school zitten. Dat een paar wijkbewoners daar dan zó heftig tegen protesteren, dat vind ik niet oké. Het was een heel ander verhaal geweest als het om een gymnasium zou gaan in plaats van om een vmbo.”

Adams bestrijdt dat: het gaat ons om de middelbare school. Het niveau maakt ons niets uit. Volgens Julie Adams en haar mede-klushuisbewoners gaat de school de buurt „verstikken”.