Een plantage op zolder om uit de schulden te komen

Hennepteelt

Het Nederlandse rechtssysteem kan de vele verdachten van illegale hennepteelt nauwelijks aan. Het bewijs verdampt. De redelijke termijn wordt overschreden.

De politie rolt een hennepplantage op en stelt sporen veilig. Foto's David van Dam

„Zo, dus u had een kwekerij in het huis van uw partner.” De rechter kijkt de verdachte strak aan.

„Ja, dat klopt”, zegt Stefan, 33 jaar.

De rechter bladert door het dossier. „Ik lees hier dat er op zolder potten zijn aangetroffen. Lampen, koolstoffilters, hennepafval, knipscharen.” Opkijkend: „Meneer, hoe vaak heeft u geoogst?”

„Helemaal niets, helaas”, zegt Stefan. „Die planten gingen hangen. En overal zaten beestjes, vliegjes. Ik heb daar nog spul tegen gekocht, maar het heeft niet mogen baten.” Stefan weet hoe de blaadjes eruit horen te zien, hij blowt voor 20 euro per dag. Deze zagen er niet uit zoals in de coffeeshop. „Ik ben geen tuinman.”

Na een reorganisatie bij PostNL belandde Stefan in de ziektewet. Hij had schulden. Vandaar dat wiethok, vertelt hij de rechter. 64 planten. Alweer even geleden. Zomer 2013. Hij werd, zegt hij, meteen gepakt.

Strijkplank

De officier van justitie had 100 uur werkstraf willen eisen. Maar gelet op de ouderdom van de zaak, meer dan twee jaar, verlaagt ze de eis tot 70 uur. Ook vordert ze de geschatte winst die Stefan met zijn planten heeft gemaakt. Hij zou twee keer eerder hebben geoogst. Het zou hem een winst van 18.000 euro hebben opgeleverd. Die moet hij terugbetalen, vindt de officier.

„En uw vriendin”, vraagt de rechter, „wist die ervan?”

„M’n vriendin woont daar met haar kind”, zegt Stefan. „Ze heeft er niets mee te maken.”

De rechter bladert verder en stopt bij een foto van de zolder. „Ik zie hier wel een strijkplank staan.”

„M’n vriendin strijkt niet.”

„En die fitnessapparaten dan?”

„Doet ze ook niet. De zolder was er gewoon voor de rommel. Tot ik ben gaan bouwen.”

Aan de hand van foto’s probeert de officier van justitie aan te tonen dat Stefan eerder heeft geoogst. Ze wijst op oude hennepresten, vervuilde koolstoffilters. Maar het bewijs is te dun, vindt de rechter. In zo’n stokoude zaak zijn de feiten niet meer te achterhalen. De boete hoeft Stefan niet te betalen. Uitspraak: 50 uur werkstraf.

De hennep overwoekert het Nederlandse rechtssysteem. Bijna zesduizend plantages rolt de politie jaarlijks op. En al die plantages leveren verdachten op, ruim 5.500 per jaar. Al die verdachten moeten door de trechter van het strafrecht en dat levert problemen op. Verdampend bewijs. Overschrijding van de redelijke termijn.

Stefan weet hoe de blaadjes eruit horen te zien, hij blowt voor 20 euro per dag.

Kleine teler

Om de achterstand te beperken, houden rechtbanken regelmatig ‘themazittingen hennep’. Dan wordt er op een middag een trits verdachten, de kleinere telers, achter elkaar veroordeeld. Ter plekke rekenen rechters met hun iPad in de hand de straffen uit. Aantal plantjes maal opbrengst per plant (28,2 gram) maal verkoopprijs per kilo (3.280 euro) min stekprijs per plant (6,18 euro) min kosten-knipper per plant (2 euro). Voilà, een boete en een werkstraf en húp, volgende graag.

„We hadden weer wat extra budget gekregen”, zegt de officier van justitie erover tussen twee zaken in. Ze brengt bij de rechtbank in Utrecht naast die van Stefan nog vijf andere zaken aan. Ze zijn zonder uitzondering meer dan twee jaar oud. De rechter trekt daarom standaard tientallen uren van de werkstraf af. „Dit is onbevredigend voor iedereen”, zegt de officier.

Tien van zulke hennepzaken woonde deze krant bij, verdeeld over twee ‘themazittingen’. Ze vonden onlangs, op 11 en 18 mei, plaats bij de rechtbank Midden-Nederland. Ze leveren een bescheiden doorsnede van de kleine teler.

De 33-jarige Adriaan uit Utrecht, die vooraf trillend de krant zat te lezen in het halletje. „U werkt voor uzelf”, vroeg de rechter. „Ik ben cv-monteur”, mompelde Adriaan. „Klimaatregulering.” Hij kwam zonder advocaat en kreeg de volle mep. 300 planten mét een eerdere oogst bewezen. Terugbetalen: 23.515, 81 euro.

Sander uit Soest, 33 jaar. Hij werd betrapt nadat-ie zelf was geript. Iemand liep met zíjn 60 planten in een vuilniszak over straat. Die persoon werd aangehouden en het spoor leidde naar een ingetrapte deur: die van Sander. „Het begon als hobby”, zei Sander tegen de rechter. Iemand van Nuon had hem geholpen bij het omleggen van de elektriciteit. „Kwalijk”, vond de rechter. Terugbetalen: 5.604,49 euro.

De gemiddelde hennepteler is een man van eind dertig, volgens de Nationale Drugsmonitor. De helft heeft een strafblad. Zijn plantage, die gemiddeld 268 planten telt, wordt meestal gevonden na een anonieme tip. Buren die iets ruiken.

Slangenleren broek

Een lang en breedgeschouderd lichaam krult over het beklaagdenbankje. Niet voor het eerst. Erik, 30 jaar, pleegde in zijn kindertijd wat delicten. En nu is hij al drie keer gepakt met een kwekerij. De laatste, in 2013, was in een woning in Amersfoort. De elektriciteit viel uit en de politie trof er toen een kwekerij aan. 180 planten. Op de tribune werkt zijn vriendin met slangenleren broek haar kapsel in een staart.

„Waarom doet u dit?”

„Ik zie om me heen hoe lucratief het is”, zegt Erik. „Maar míj is het nooit gelukt te oogsten hoor”, vervolgt hij direct. „Alleen maar verlies.”

2207BINbijWEED2

De rechter werpt een blik in het dossier. „U heeft het hier over ene Herman.”

„Die leverde de hennepstekken”, zegt Erik. „Maar Herman is een verzonnen naam. Ik wil niet verder in de problemen komen in dat circuit.”

Namen als ‘Herman’, ‘Hicham’, ‘Mo’, ‘Marcel’ komen voorbij tijdens de zittingen. De meeste verdachten zeggen zélf „niets” met de plantjes te maken te hebben. Ze verbleven „toevallig” in het huis dat de politie binnenviel, maar in de kamer waar de plantjes stonden, kwamen ze niet. Die plantjes, zeggen ze allemaal, werden verzorgd door mannen die ze nauwelijks kenden. Mannen met een niet te verifiëren identiteit.

Of het waar is? Niemand die het weet. Maar dit is hoe je het beste kunt verklaren om straf te ontlopen, weet Henk de Man, hennepcoördinator Midden-Nederland, die als toeschouwer meekijkt op de zitting. „Op internet staat het vol met tips.”

Verdord

Wat ook alle verdachten zeggen: ze hebben nooit eerder geoogst. Sterker, de boel is „verdord” of zit „onder de beestjes”. Niks ervan, zegt de officier van justitie telkens weer, wijzend op stof op de lampenkappen en oude kalkringen onder de potten. Die aanwijzingen moeten de eerdere oogsten bewijzen waarop de officier haar vordering baseert. Waarna alle verdachten ontkennen en zeggen dat hún spullen tweedehands zijn. „Dat kán niet eens”, zegt Henk de Man. „Koolstoffilters gaan maar een paar oogsten mee. Dan gooi je ze weg. Bij tweedehands lampen zou je meerdere sporen moeten vinden. Die zijn zeldzaam.”

Ook na een boete lopen sommige verdachten ontspannen de rechtszaal uit. Een deel van hen zal de boete niet zelf hoeven te betalen. Die werken voor criminele organisaties. De Man: „Daar wordt wel voor gezorgd.”

Verschijnen de meeste verdachten in spijkerbroek en T-shirt voor de rechter, niet Elise, 36 jaar. Ze draagt een hoog gesloten overhemd, nette schoenen. In april 2014 trof de politie 103 hennepplanten aan in haar woning. In het toilet lag een pistool verstopt. Ook haar ex-partner, Ibrahim, staat vandaag terecht. Maar hij is niet gekomen.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen, wil de officier van justitie weten.

„Ik had schulden en wist niet hoe ik eruit moest komen”, zegt Elise. „Ik zorgde voor Ibrahim zo’n beetje. We leefden samen van één uitkering. Hij zei toen: ik heb via internet wat gelezen. Eén keer oogsten en dan is het klaar. Hij zou de spullen regelen. Ik heb toen toestemming gegeven om een kwekerij te beginnen in mijn woning.”

„En dat pistool?”

„Hij zei: ik weet ook niet van wie dat is. Ik ben toen boos geworden, maar…”

„Er zijn ook patronen gevonden.”

„Daarvan was ik niet op de hoogte. Ik schaam me diep, echt diep.”