De schaal van decihel

Laten we eerlijk zijn: het hebben van zicht of reukzin is echt geen chronisch feest, zeker niet tijdens dit soort zweterige dagen, maar het irritantste zintuig blijft nog altijd het gehoor. Als je oren het wél doen, lijd je onder het ongevraagde lawaai van keukenmachines of de mening van je partner, als ze het af laten weten door verkoudheid of aftakeling, vindt je hele omgeving jou weer vervelend.

Mijn zus en ik hebben een bijzonder scherp gehoor. Dat hebben we van onze moeder, die vroeger wist dat we de snoeppot hadden geplunderd dankzij het gekraak van de cariës die zich langzaam een weg door onze melktanden vrat. In vroeger tijd, dat wil zeggen in de prehistorie, waren zachthorenden als wij natuurlijk goud waard: wij werden met ons hoofd tegen de grond gedrukt om te checken of die kudde wolharige neushoorns al naderde, maar tegenwoordig wordt onze stam beschermd door raketschilden en ondervinden wij alleen maar nadelen van onze scherpe trommelvliezen. Het geluid staat voor ons altijd te hard, zelfs in het bos. Natuurlijk zijn er voordelen, je geniet extra van muziek, je luistert efficiënter af, maar het is doorgaans een tranendal. Vroeger klaagden mijn zus en ik er bij elkaar over, tot we besloten dat dat juist een vicieuze cirkel veroorzaakte: we baalden van geluid, en produceerden vervolgens nog meer geluid om aan te geven dat we van geluid baalden.

Er zat niets anders op dan een methode te bedenken waardoor onze turbo-oren een zegen werden, en in de zomer van 2014, toen we vijf uur lang in een vliegtuig naast een huilende peuter zaten en we vanwege turbulentie onze stoel niet mochten verlaten (we boden de stewardessen op een gegeven moment zelfs smeergeld, maar Ryanair was zoals altijd onverbiddelijk), vonden we het ideale tegengif: de schaal van decihel.

Het hard dichtslaan van een deur bij de buren, is één op de schaal. Een kleuter die op de verdieping boven de jouwe experimenteert met zwaartekracht: een drie. Overlast van allerhande sloopapparatuur: een vijf. Laatst, toen mijn buren weer eens keihard Bach draaiden, belde ik mijn zus en zette de hoorn tegen de muur. „Wauw”, zei ze, „minstens een acht!”

De schaal van decihel heeft ons gehoor dragelijk gemaakt. We prijzen de man die in de stiltecoupé in zijn telefoon schreeuwt dat hij komend weekend geen ayahuasca gaat doen. Als er in ons vliegtuig een baby wordt binnen gesjouwd, geven we elkaar de hand. En als iemand twee vrouwen met een big smile naast de bouwput die tegenwoordig Utrecht Centraal is ziet staan: wij zijn het, overprikkeld, erkend zielig en bovenal dolgelukkig.

Ellen Deckwitz vervangt Marcel van Roosmalen, die met vakantie is.