‘Brexit en de kloof tussen arm en rijk: revolutie is denkbaar’

Zomerinterview H.W. von der Dunk

In zijn nieuwe boek hekelt deze historicus de macht van het getal in de westerse consumptiemaatschappij. Die heeft geleid tot algehele vervlakking, op politiek, cultureel en sociaal gebied.

H.W. von der Dunk: ‘Ik mis bij de huidige generatie politici een totaal gebrek aan morele substantie’ Foto Koos Breukel

In de gang van het huis van H.W. von der Dunk hangt een expressionistisch schilderij. „Van Helmut Macke”, zegt de historicus, nadat we over zijn nieuwste boek, De wereld als getal, hebben gesproken. „Hij is de neef van de bekende expressionist August Macke. De drie vrouwen die erop staan zijn mijn moeder en haar twee zusters. Ons gezin vertrok in 1937 uit nazi-Duitsland naar Nederland. Mijn tantes bleven achter. Ze hebben de oorlog niet overleefd.”

Na zijn emeritaat in 1990 publiceerde Von der Dunk (1928) in een steeds hoger tempo boeken: in 2008 kwam hij met zijn jeugdherinneringen in Terugblik bij strijklicht, in 2013 volgde Voordat de voegen kraakten, over zijn studentenjaren. Tussendoor verscheen de essaybundel De glimlachende sfinx. Kernvragen in de geschiedenis, en onlangs was daar De wereld als getal en andere broze zekerheden, een essaybundel over uiteenlopende onderwerpen als het jodendom, het vrijheidsbegrip en de tijdgeest.

In het openingsessay ‘De wereld als getal en het verbleken van de tweede dimensie’ laat Von der Dunk zien hoe de macht van het getal steeds verder is toegenomen in de technologische westerse consumptiemaatschappij. Dit heeft geleid tot een algehele vervlakking, zo stelt hij somber vast: niet alleen de politiek, ook de cultuur en het sociale leven zijn erdoor getroffen. Soms maakt Von der Dunk zich in zijn essays oprecht boos. Vooral als hij schrijft over politici die zijn verworden tot managers of over de ‘plutocratische elite’ van bestuurders en bedrijfsleiders die Nederland met een ons-kent-ons-mentaliteit beheersen, druipt de aan hoon grenzende ironie eraf.

Het essay waarmee uw boek eindigt heet ‘Ontworteld Nederland.’ Dat doet denken aan ‘de verweesde samenleving’ waarmee Pim Fortuyn het Nederland van 2000 omschreef. Waarin verschilt de ontwortelde van de verweesde samenleving?

„Ik ben, misschien ook door mijn Duitse afkomst, diep geworteld in de Europese cultuur. Fortuyn is van een andere generatie, een product van de grote veranderingen van de jaren zestig. Hij was wortelloos, een anarchist. Hij begon als communist en begaf zich op een weg die uitkwam bij het tegendeel. Zo’n ontwikkeling zie je vaker bij zijn generatie. Veel van de rebellen van de jaren zestig zijn van streng protestanten of katholieken huize. Ze ruilden de autoriteit van Jezus en Maria in voor die van Marx en Mao.

„Fortuyn was een representant van de rebelse generatie. In zijn kritiek had hij in veel opzichten gelijk. Maar hij was, net als Trump nu, een ongeleid projectiel. Ze weten goed wat niet deugt, maar hebben geen visie omdat ze geen wortels in het verleden hebben. Terwijl in het verleden de krachten liggen die je hebben gevormd en inspireren voor de toekomst.”

Wat vond u van de uitverkiezing van Fortuyn tot grootste Nederlander aller tijden in 2004?

„Dat is een lachertje. Doordat hij werd vermoord, kreeg hij ineens een heldenstatus. Het laat zien dat velen de historische horizon van een kip hebben. Maar het toont ook dat veel Nederlanders op zoek zijn naar houvast. Er is grote behoefte aan idolen. Elke week wordt er in kranten of op televisie wel iemand uitgeroepen tot de grootste dit of dat.”

NRC Handelsblad publiceerde onlangs de tweede Cultuur Top 100. In 2015 stond architect Rem Koolhaas op 1, dit jaar toneelregisseur Ivo van Hove.

„Volstrekte nonsens. Dat is een onmogelijke simplificatie. Ik heb zelf veel aan muziek gedaan, maar als je mij vraagt wie de grootste componist is, weet ik het niet. Beethoven? Bach? Mozart? Händel? Onzin! Dat kun je onmogelijk vaststellen. Zo’n Cultuur Top 100 is symptomatisch voor de hedendaagse obsessie met getallen. Die komt deels uit de sport. Maar de belangrijkste oorzaak is de technologische ontwikkeling, die mogelijk is gemaakt door de vooruitgang in de natuurwetenschappen. Daardoor wordt het denken steeds meer beheerst door getallen en kwantitatieve gegevens.”

In ‘Ontworteld Nederland’ stelt u vast dat de hedendaagse bestuurders en managers hun heil zoeken in permanente vernieuwing. Is dat typisch Nederlands?

„Het is zeker niet exclusief Nederlands, maar de vernieuwingsdrift heeft hier wel hysterische trekken gekregen. Tot de ontzuiling in de jaren zestig was de Nederlandse cultuur conservatief en, door de verzuiling, ook heel paternalistisch. Daar kwam nog bij dat Nederland door zijn langdurige neutraliteit zelden geconfronteerd was met grote Europese machtsconflicten – de Eerste Wereldoorlog was vrijwel geheel aan Nederland voorbijgegaan. Nederland was een vredig land en ging zichzelf als gidsland beschouwen, met de moreel superieure standaarden vandien. Maar in 1940 beukten de Duitsers de Nederlandse deuren met geweld open. Als land dat niet gewend was aan geweld, was de Duitse bezetting een ongelooflijke schok die diepe en lange sporen heeft achtergelaten. In geen enkel ander land heeft de oorlog zo’n grote slagschaduw gelegd over de naoorlogse cultuur.

„Niettemin volgde er na 1945 een restauratie. Vernieuwingen bleven uit: niet de doorbraakpartij PvdA werd de grootste partij, maar de KVP, en de verzuiling die de verschillende bevolkingsgroepen een warm nest bood, bleef bestaan. Voor veel verzetsmensen en vernieuwingsgezinden was dit een enorme teleurstelling.

„Toch kon Nederland de moderniteit niet buiten de deur houden. In de loop van de jaren vijftig nam de welvaart toe en door technologische ontwikkelingen veranderde ook de Nederlandse samenleving snel. Maar de jeugd, voor wie auto’s en andere technische wonderen gewoon waren geworden, werd nog altijd opgevoed volgens de conservatieve, veelal christelijke, normen van voor de oorlog. Met als gevolg de grote rebellie van Provo, de studentenbeweging, enzovoorts, in de jaren zestig. Sindsdien heerst er onder bestuurders een grote onzekerheid die wordt bestreden met een ongebreidelde vernieuwingsdrift.”

U noemt in uw boek het neoliberalisme een pervertering. Waarom?

„Het 19de-eeuwse liberalisme kwam voort uit de Verlichting. Het ging om vrijheid, om gelijkheid ook, om de afschaffing van de standenmaatschappij en het feodalisme. Daar kwam in de loop van die eeuw het op de economie georiënteerde liberalisme bij van figuren als de Engelse filosoof John Stuart Mill. Die stelde dat ieder mens het recht had om zijn eigen belang na te streven en hierbij niet gehinderd mocht worden door de staat. De enige grens bij dit streven was het eigenbelang van anderen dat niet mocht worden geschaad. Dit economisch liberalisme is, mede door de industriële revolutie, overheersend geworden en culmineerde ten slotte in het neoliberalisme dat uitsluitend draait om economie. Wat de huidige liberale politici vergeten is dat dit economische liberalisme slechts één onderdeel is van de liberale traditie.”

Ook sociaal-democratische politici hebben zich tot het neoliberalisme bekeerd. Hoe is dat mogelijk? In 1980 zagen ze Reagan en Thatcher nog als tegenpolen.

„Dat komt door het steeds verder oprukken van het denken in cijfers en kwantiteiten. Het materiële, de economie dus, is steeds belangrijker geworden. De PvdA is het slachtoffer geworden van de tijdgeest, zou je kunnen zeggen. Op een gegeven ogenblik is het materiële denken zo overheersend geworden, dat het de tijdgeest is gaan bepalen die iedereen min of meer in de ban kreeg. Als iemand de geschiedenis van de PvdA gaat schrijven, wordt de bekering tot het neoliberalisme die begon met Kok die zijn ideologische veren afschudde, de zwarte bladzijde.

„Wat ik zo verontrustend en bedenkelijk vind is dat de gehele cultuur, niet alleen in Nederland, maar in de hele westerse wereld, nu in het teken staat van succes, succes en nog eens succes – waarmee dan altijd economisch of getalsmatig succes wordt bedoeld. Dit heeft het feit dat ieder mens naast materiële ook andere waarden nodig heeft, volkomen verdrongen. Ik mis bij de huidige generatie politici een totaal gebrek aan morele substantie – misschien een pathetisch begrip, maar ik weet er even geen ander woord voor. Politici zijn uitsluitend nog gericht op de politieke barometer. De enige uitzondering is Angela Merkel. Die riskeert met haar opvattingen dat ze impopulair wordt. Zeker, haar standpunt inzake vluchtelingen was een beetje een verkeerde inschatting, maar er zit wel een duidelijke lijn in wat ze wil.”

In hoeverre is de Europese Unie een neoliberaal project?

„Dat is het in hoge mate geworden. Maar dat neemt niet weg dat het van oorsprong vooral een humanistisch project was dat in het teken stond van vrede. Zeker voor Merkel speelt dit nog altijd een rol. Zij denkt dat als de EU uit elkaar valt, nationale tegenstellingen herleven.

„Ik geloof niet dat de EU uit elkaar zal vallen. In Groot-Brittannië zag je veel voorstanders schrikken van de Brexit. Met de overheersing van de Sovjet-Unie nog vers in het geheugen willen Polen en andere Oost-Europese landen niet dat de EU te veel wegneemt van hun nationale bevoegdheden. Anderzijds is de EU voor deze landen niet alleen een economische kwestie. In de EU maken ze deel uit van de westerse cultuur en dat is wat ze, na de Sovjet-overheersing, toch willen.”

Uw essays geven de lezer een afgrondelijk crisisgevoel. Maar denken we niet altijd dat we in een crisistijd leven?

„Ja, dat geef ik toe. Maar er zijn betrekkelijk objectieve maatstaven om gradaties in dat crisisgevoel aan te brengen. In de jaren negentig bezorgde onder meer de oorlog in het uit elkaar vallende Joegoslavië Nederland zelfs een trauma. Toch is de crisis onvergelijkbaar met die van nu. Bij de crisis in de EU, de vluchtelingencrisis en het terrorisme komen nu ook economische problemen en de groeiende kloof tussen een rijke bovenlaag en een arme onderlaag. Alle zuilen waarop het dak rust, wankelen.”

U schrijft dat er een grote schoonmaak nodig is in Nederland. Gezien de geschiedenis zal die pas volgen op een schok van buitenaf. Ligt zo’n schok in het verschiet?

„Nederland heeft altijd een gering vermogen tot zelfreiniging en grondige veranderingen gehad. En ook nu zullen de plakkerige bestuurs- en bedrijfselites die Nederland beheersen, zichzelf geen grote schoonmaak aandoen. Hiervoor is Nederland volkomen afhankelijk van de rest van de westerse wereld. De veranderingen zullen weer van buitenaf moeten komen, net zoals Nederland in 1848 op de revoluties in Duitsland en Frankrijk reageerde met Thorbecke’s grondwet. Ook de protestbeweging van de jaren zestig volgde op buitenlandse rebellie, in de VS, in Parijs en Duitsland.

„Ik zie wel elementen voor een revolutie: Brexit, Trump, het populisme en vooral de kloof tussen de besturende ons-kent-ons-bovenlaag en een verarmende onderlaag die ook in elders in Europa en in de VS groter wordt. En al hoeft die zich niet te voltrekken volgens ons klassieke revolutiebeeld, dat hieruit een revolutie kan voortkomen is wel denkbaar.’