Vergroeid met Ajax, zijn pijn zat diep

Necrologie Uri Coronel (1946-2016)

De carrière van de geprezen Ajacied werd getekend door een conflict met Cruijff dat de rasbestuurder kon voorkomen noch winnen.

Oud-Ajaxbestuurder Uri Coronel in 2013. Foto Olaf Kraak/ANP

Ajax was zijn liefde, de club „is mijn familie”, zei Uri Coronel eens. Een emotioneel, aimabel en humoristisch man die bijzonder bedreven was in het lastige ambacht van clubbestuurder.

Maar zijn voorzitterschap eindigde voortijdig en in verbittering in 2011. In de nadagen van zijn bestuurlijke leven gemangeld als voorzitter van Ajax, ten tijde van de dwingende bemoeienis van Johan Cruijff met de club. Gekwetst en geschoffeerd nam hij afscheid na een uitzichtloze strijd in de boezem van Ajax, de club waarmee hij vergroeid was. De pijn van zijn vertrek zat diep, al zei hij bij de presentatie van zijn memoires – getiteld Uri, mijn leven – in 2014 dat hij geen wrok koesterde. Maandag overleed hij plotseling, nadat hij onwel was geworden in de sportschool. Coronel werd 69 jaar.

Arena

Hij kende als commercieel bestuurder in de jaren negentig zijn beste tijd, op de golven van het sportieve succes in de tijd van trainer Louis van Gaal en voorzitter Michael van Praag. De verhuizing van stadion De Meer naar de Amsterdam Arena wordt grotendeels aan Coronels geestdrift toegeschreven, in een tijd waarin aan de haalbaarheid en wenselijkheid van een stadion van 50.000 man getwijfeld werd.

Coronel, die carrière maakte als bestuurder van het verzekeringsbedrijf van zijn vader, groeide op in naoorlogs Amsterdam in een gezin getekend door de Holocaust. Zijn familie kwam grotendeels om, zijn vader zat ondergedoken en zijn moeder overleefde de nazi-gruwelen in kamp Bergen-Belsen.

Lees ook dit interview met Coronel uit 2011: ‘Waaruit blijkt dat Ajax in brand staat?’

Coronel, die zichzelf „in elke vezel Jood” noemde, verfoeide het gedweep van Ajax-supporters met het zogenaamde Joodse karakter van de club. Gratuit, kwetsend en aanstootgevend, vond hij het scanderen van ‘Joden, Joden!’. Hij vertelde in het supportershome over de Holocaust, allemaal tevergeefs. „Ik heb een tijd gehad, dat ik dacht: ‘Ik kan hier niet meer tegen’”, zei hij in 2011 in een interview met NRC. „Maar ik heb mijn eigen normen verlegd. Daar ben ik niet trots op.”

Machtsstrijd

Coronel werd in 2003 te licht bevonden om Van Praag op te volgen, maar kwam in 2008 alsnog bovendrijven als voorzitter die uitvoering moest geven aan zijn eigen aanbevelingen in het onderzoeksrapport naar het wanbeleid bij de club in de eerste jaren van deze eeuw. Hij gaf toe dat hij er niet in was geslaagd aan al zijn aanbevelingen opvolging te geven. „We hebben in de transfersfeer dingen gedaan, waarvan we achteraf zeggen: ‘Dit is in strijd met het rapport-Coronel, dat moeten we niet meer doen’”, constateerde hij zelf. Maar dat ‘Ajax in brand stond’, zoals De Telegraaf en Cruijff suggereerden? Onzin, vond hij, maar Cruijff was toen al niet meer te stoppen.

Coronels voorzitterschap werd zo vooral gekenmerkt door de machtsstrijd bij Ajax die ontketend werd door het ‘kamp-Cruijff’. Een conflict dat Coronel niet kon voorkomen en zeker niet kon winnen. Beroemd is de persconferentie in maart 2011, tijdens het hoogtepunt van de coup van Cruijff. Voorzitter Coronel en algemeen directeur Rik van den Boog kondigden hun vertrek aan. Coronel serveerde minutieus uit hoe bestuur, directie en personeel van Ajax werden geïntimideerd. „We zijn gezwicht voor twee dingen: het belang van Ajax. En de grote icoon van deze club, Cruijff. Een halfgod, misschien wel een hele god”, zei hij.

Tranen

Gesneuveld in een coup die eufemistisch de ‘fluwelen revolutie’ is gaan heten. Dat hij botste met de oogstrelende voetballer van weleer deed hem pijn. Coronel, generatiegenoot, zag de schoonheid van de speler maar leerde als geen ander de wreker Cruijff en diens entourage kennen. Coronel uitte zijn zorgen over de schade die Cruijff en diens getrouwen in de verschillende clubgeledingen aanrichtten. Wantrouwen op opleidingscomplex De Toekomst, mensen werd de wacht aangezegd zonder formele gronden. „Hoe ze dat gaan herstellen, gaan wij niet meemaken”, zei hij in 2011 in de Volkskrant.

Coronel in tranen na Ajax’ landstitel in 2011. De tekst gaat door na de video:

Dat niet meer meemaken werd vrij letterlijk: van de bestuursperikelen sindsdien hield hij zich verre. Wedstrijden bezocht hij nog, maar over de leiding van de club liet hij zich amper nog uit. Coronel verliet het toneel in tranen na het kampioenschap in 2011, na de gewonnen kampioenswedstrijd van Ajax tegen FC Twente in een uiterst tumultueus seizoen. Het was een zware tijd geweest. „Maar ik ben gauw emotioneel hoor”, zei hij nog wel.

De laatste van zijn talrijke nevenfuncties - hij was onder meer voorzitter van de raad van toezicht van dierentuin Artis – kwam in 2015 op zijn pad toen hij, in navolging van broer Jacques, voorzitter werd van de Portugees-Israëlitische Gemeente.